2. Methoden
Dit hoofdstuk gaat in op de vragen van de MEHM en vervolgens komt het onderzoeksdesign van de Gezondheidsenquête en EU-SILC aan de orde.
2.1 De MEHM
De MEHM bestaat uit drie vragen. Eerst wordt gevraagd ‘Hoe is in het algemeen uw gezondheid?’. De respondent krijgt hierbij de volgende antwoordopties aangeboden: ‘zeer goed’, ‘goed’, ‘gaat wel’, ‘slecht’ en ‘zeer slecht’.
In de Gezondheidsenquête worden hier voor de meeste publicaties twee groepen van gemaakt: een (zeer) goede ervaren gezondheid en een minder dan goede ervaren gezondheid. Hierbij bestaat de eerste groep uit mensen die ‘zeer goed’ of ‘goed’ antwoorden op de vraag en de tweede groep uit de mensen die ‘gaat wel’, ‘slecht’ of ‘zeer slecht’ antwoorden. In dit artikel zal vooral de focus liggen op het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid, omdat dit ook de meest gebruikte publicatievariabele van de Gezondheidsenquête is en deze indeling ook gebruikt wordt voor de berekening van de gezonde levensverwachting.
Voor het meten van langdurige ziekten of aandoeningen is de vraag gesteld ‘Heeft u één of meer langdurige ziekten of aandoeningen?‘. Langdurig is (naar verwachting) een half jaar of langer. De respondenten konden deze vraag beantwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. In deze publicatie zal het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op deze vraag worden gepresenteerd.
Om te bepalen of iemand een langdurige beperking heeft worden de volgende vragen gesteld ‘In welke mate bent u door problemen met uw gezondheid beperkt in activiteiten die mensen gewoonlijk doen?’. De antwoordopties hierbij zijn ‘Ernstig beperkt’, ‘Wel beperkt maar niet ernstig’ en ‘helemaal niet beperkt’. Vervolgens wordt de vraag gesteld ‘Duurt deze beperking al een half jaar of langer?’ Hierbij kon de respondent met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Voor deze publicatie zijn mensen die ‘Ernstig beperkt’ of ‘Wel beperkt maar niet ernstig’ antwoorden op de eerste vraag en ‘ja’ op de tweede vraag samengevoegd en gedefinieerd als mensen met een langdurige beperking. Deze internationaal gebruikte en afgestemde indicator voor gezondheidsbeperking wordt de GALI-indicator genoemd. GALI staat voor Global Activity Limitation Indicator.
2.2 Gezondheidsenquête
De Gezondheidsenquête is een onderzoek gebaseerd op een steekproef van personen, getrokken uit de Basisregistratie Personen (BRP). De steekproef is verspreid over alle maanden van het jaar. Elk jaar wordt gestreefd naar een netto steekproef van minimaal 9 500 personen van 0 jaar of ouder in particuliere huishoudens. In de jaren (2014, 2019, 2025) dat de EHIS wordt geïntegreerd in de Gezondheidsenquête is het doel dat 7500 mensen van 15 jaar of ouder deelnemen. Voor de EHIS heeft de doelpopulatie namelijk betrekking op personen van 15 jaar of ouder.
De Gezondheidsenquête is vanaf 2014 in het "mixed-mode" CAWI-CAPI-design uitgevoerd. Dit wil zeggen dat steekproefpersonen eerst worden benaderd om via internet deel te nemen (CAWI – Computer Assisted Web Interviewing). Non-respondenten zijn opnieuw benaderd voor een ‘face-to-face’ interview (CAPI – Computer Assisted Personal Interviewing). Vanaf 2018 is hierbij een doelgroepenstrategie gehanteerd. Dat wil zeggen dat niet alle CAWI non-respondenten worden benaderd voor een CAPI-interview. Als een doelgroep relatief goed heeft gerespondeerd in CAWI, is uit die doelgroep een kleiner deel opnieuw benaderd voor CAPI. Hierdoor is de uiteindelijke totale respons een betere afspiegeling van de gehele bevolking. De doelgroepen zijn bepaald op basis van achtergrondkenmerken waarover informatie beschikbaar was bij de steekproeftrekking en die samenhangen met responskans: leeftijd, inkomen en migratieachtergrond. Sinds 2018 wordt gewerkt met zogeheten ‘incentives’. Dat wil zeggen dat respondenten kans maken op een prijs. Dat staat in de uitnodigingsbrief beschreven. Het doel hiervan is het verhogen van de respons.
Het responspercentage lag in de jaren 2014 tot en met 2017 rond de 60 tot 65 procent. De bruto steekproef (het aantal benaderde personen) was in die jaren dus ongeveer 15 duizend. Door het invoeren van de doelgroepenbenadering in 2018 en daarmee het selectief minder opnieuw benaderen van sommige steekproefpersonen, is het responspercentage verlaagd. Het doel was immers niet het behalen van een zo hoog mogelijk responspercentage, maar om de responspercentages per doelgroep zoveel mogelijk gelijk te krijgen. De bruto-steekproef voor 2024 had een omvang van 20.040 personen. Het responspercentage was 48.4 procent. Er hebben in totaal 8077 personen van 16 of ouder deelgenomen.
Voor verschillen tussen de samenstelling van de netto steekproef en de totale bevolking wordt een correctie toegepast door middel van een wegingsfactor. Deze factor is gebaseerd op de kenmerken geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, burgerlijke staat, stedelijkheid, provincie, landsdeel, huishoudgrootte, inkomen, vermogen, seizoen en met ingang van 2018, doelgroep. Voor meer details zie de nota weging Gezondheidsenquête 2014.
In het statistiekjaren 2020 en 2021 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en werd dus alleen via internet gerespondeerd. Hierdoor werd het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Meer informatie hierover is te raadplegen in de nota Toelichting berekening kwartaal- en jaarcijfers Gezondheidsenquête 2020.
2.3 EU-SILC
De doelpopulatie van EU-SILC bestaat uit de in Nederland woonachtige particuliere huishoudens en de personen die hiervan deel uitmaken. Voor het verzamelen van enquêtegegevens van huishoudens worden alleen personen van 16 jaar of ouder benaderd.
EU-SILC is een roterend panelonderzoek. Elk jaar start een nieuw cohort dat vervolgens een aantal opeenvolgende jaren wordt gevolgd (de zogenaamde peilingen). Tot 2020 waren er drie vervolgpeilingen, vanaf 2021 zijn dat er vijf. De groep steekproefpersonen die het panel verlaat, wordt jaarlijks vervangen door een nieuwe steekproef, die representatief is voor de Nederlandse bevolking. Hierdoor zitten er bijvoorbeeld in 2024 respondenten die in 2024 zijn getrokken in de steekproef en voor het eerst meedoen (peiling 1) en respondenten die al voor de tweede (in 2023 getrokken in de steekproef, peiling 2), derde (in 2022 getrokken in de steekproef), vierde, vijfde of zesde (in 2019 getrokken in de steekproef, peiling 6) keer meedoen.
Voor de eerste peiling wordt steeds een personensteekproef getrokken uit de Basisregistratie Personen (BRP). Het betreft gestratificeerde tweetrapssteekproeven. Hierbij worden in de eerste trap per COROP-gebied systematisch gemeenten geselecteerd met kansen evenredig aan hun inwoneraantallen. De tweede trap is een aselecte steekproef van personen van 16 jaar of ouder in de geselecteerde gemeenten met omvang per gemeente zoals bepaald in de eerste trap. Er wordt via oversampling gecorrigeerd voor lagere respons in de lage inkomensgroepen. Om te voorkomen dat grote huishoudens een relatief grote trekkingskans hebben, wordt daarnaast onderscheid gemaakt tussen huishoudens met één persoon en huishoudens met minstens twee personen van 16 jaar en ouder. Ook 16-jarigen worden oververtegenwoordigd zodat het verwachte aandeel 16-jarigen over alle peilingen enigszins vergelijkbaar is met andere leeftijdsgroepen.
De vragen over gezondheid (MEHM) worden alleen aan de steekproefpersonen gesteld en niet aan de overige huishoudleden. In de analyses zijn daarom alleen de steekproefpersonen meegenomen.
Vanaf 2016 wordt EU-SILC in een "mixed-mode" design uitgevoerd. Steekproefpersonen worden eerst schriftelijk benaderd en gevraagd om via internet deel te nemen. Als het CBS de beschikking heeft over het telefoonnummer worden de non-respondenten nogmaals benaderd voor een telefonisch interview (CATI – Computer Assisted Personal Interviewing). Door een afname van de kwaliteit van de telefoonnummers worden echter steeds minder respondenten telefonisch herbenaderd. Het gewogen percentage telefoonbezit (van voldoende kwaliteit) in de herbenaderbare cawi nonrespons wordt geschat op 54,5%.
In 2024 namen er 12162 steeproefpersonen deel aan EU-SILC. Het aantal respondenten varieert per peilmoment.
| Peilmoment | Aantallen | Percentage |
|---|---|---|
| 1 | 3 301 | 27,1 |
| 2 | 1 981 | 16,3 |
| 3 | 1 281 | 10,5 |
| 4 | 1 776 | 14,6 |
| 5 | 1 771 | 14,6 |
| 6 | 2 052 | 16,9 |
| Totaal | 12 162 | 100,0 |
De waarneming vindt doorgaans plaats in de periode februari-juli. Jaarlijks doen tussen de 12 en 15 duizend steekproefpersonen mee aan het onderzoek. Het responspercentage varieert sterk per peiling. In de eerste peiling is de respons circa 39 procent. Tussen de vervolgpeilingen loopt het responspercentage op. In peiling 2 respondeert ongeveer 64 procent van de respondenten die aan peiling 1 hebben meegedaan en in peiling 6 doet nog 90 procent mee van de respondenten die aan peiling 5 hebben meegedaan.
Ter correctie van vertekeningen door onder- en oververtegenwoordiging van bepaalde groepen zijn weegfactoren gebruikt. Voor de uitkomsten van dit onderzoek is een weegfactor gemaakt die de steekproefpersonen van de zes peilingen weegt naar de populatie-aantallen. Gezien het doel van EU-SILC vormt het inkomen van huishoudens een belangrijke weegvariabele. Andere kenmerken waarnaar gewogen wordt zijn leeftijd, geslacht, huishoudgrootte, herkomst, stedelijkheid, provincie en woningbezit.
2.4 Belangrijkste verschillen Gezondheidsenquête en EU-SILC
Zoals uit de voorgaande paragrafen blijkt bestaan er enkele belangrijke verschillen tussen het onderzoeksdesign van de Gezondheidsenquête en dat van EU-SILC. Voor de Gezondheidsenquête wordt ieder jaar een nieuwe representatieve steekproef van personen uit de Nederlandse bevolking getrokken. EU-SILC is een roterend panelonderzoek waarbij bij de eerste peiling gestratificeerde tweetrapssteekproeven worden getrokken met een oversampling van slecht responderende inkomensgroepen en 16-jarigen.
Ook de interviewmode van de onderzoeken is verschillend. In de Gezondheidsenquête worden respondenten eerst via CAWI benaderd. Een selectief gedeelte van de non-respondenten wordt daarna benaderd via CAPI (de zgn. doelgroepenbenadering). In EU-SILC worden respondenten ook eerst CAWI benaderd, maar non-respondenten worden daarna via CATI herbenaderd als een telefoonnummer beschikbaar is. Deze herbenadering is dus niet doelgroepgericht, maar is afhankelijk van de beschikbaarheid van telefoonnummers.
Voor de Gezondheidsenquête wordt het hele jaar waargenomen, bij EU-SILC is dat doorgaans februari tot en met juli.
Mogelijk werd vanwege de waarneemmethode de Gezondheidsenquête meer verstoord door de Coronacrisis dan EU-SILC. Er kon door de Coronamaatregelen in delen van 2020 en 2021 (grotendeels) niet CAPI worden waargenomen terwijl CATI gewoon doorliep.
Naast de verschillen in onderzoeksdesign en mode verschilt ook het weegmodel voor de Gezondheidsenquête en EU-SILC. Bij EU-SILC vormt het inkomen van huishoudens een belangrijke weegvariabele.
Tenslotte is ook de context van de vragen van de MEHM anders. Voor de Gezondheidsenquête worden de respondenten uitgenodigd voor deelname aan een enquête met vragen over gezondheid en leefstijl. De vragen van de MEHM staan in het begin van de enquête na enkele vragen over achtergrondkenmerken. In EU-SILC worden de respondenten uitgenodigd voor een onderzoek naar inkomen en leefsituatie en komen de MEHM vragen later aan bod.