Minimum European Health Module (MEHM) in de gezondheidsenquête en EU-SILC

4. Conclusies

Het percentage mensen (van 16 jaar of ouder) met een (zeer) goede ervaren gezondheid is in 2024 hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC, terwijl er in de Gezondheidsenquête meer mensen met een langdurige beperking zijn. Het percentage mensen met een langdurige aandoening verschilt niet tussen beide onderzoeken.

Bij deze verschillen spelen mogelijk het steekproefdesign, de oversampling en de weging een rol. Als de onderzoeken namelijk niet worden gewogen, dan is het percentage mensen met een als (zeer) goed ervaren gezondheid nog steeds hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC, maar het percentage mensen met een langdurige aandoening of met een langdurige beperking juist lager.

Daarnaast zijn er nog andere mogelijke verklaringen voor de verschillen tussen beide onderzoeken. De aanschrijfbrieven van de onderzoeken verschillen, waardoor wellicht andere mensen besluiten mee te doen. Ook worden de gezondheidsvragen in een andere context gesteld, is de mode-verhouding tussen beide onderzoeken verschillend en speelt mogelijk ook de steeds beperktere beschikbaarheid en de slechtere kwaliteit van telefoonnummers een rol. In de toekomst zal CATI overigens volledig vervallen in de eerste peiling van EU-SILC en waarschijnlijk deels vervangen worden door CAPI. Het zou kunnen dat de verschillen in uitkomsten van beide onderzoeken dan kleiner worden.

Het verschil in onderzoeksdesign (een roterend panelonderzoek versus een cross-sectioneel onderzoek met jaarlijks een nieuwe steekproef) en de leeftijd van de respondenten (iets minder jongeren in EU-SILC) lijken niet of nauwelijks van invloed te zijn op de verschillen in uitkomsten tussen EU-SILC en de Gezondheidsenquête.