Gezondheidsenquête vanaf 2014

Wat behelst het onderzoek

Doel

Een zo volledig mogelijk overzicht geven van (ontwikkelingen in) de gezondheid, de medische contacten, de leefstijl en het preventieve gedrag van de bevolking in Nederland.

Doelpopulatie

Voor het merendeel van de onderwerpen personen van 0 jaar en ouder woonachtig in particuliere huishoudens. Voor sommige onderwerpen geldt een aparte leeftijdsgrens.

Statistische eenheid

Personen.

Aanvang onderzoek

Sinds 1981 is door het CBS een doorlopende Gezondheidsenquête gehouden. Van 1997 tot en met 2009 maakte de enquête deel uit van het Permanent Onderzoek LeefSituatie (POLS) als de module Gezondheid. Met ingang van 2010 is de Gezondheidsenquête weer als op zichzelf staand onderzoek uitgevoerd. Informatie over deze eerder versies van het onderzoek vindt u hier:

Gezondheidsenquête 1981-1996 en POLS-Gezondheid 1997-2009

Gezondheidsenquête 2010-2013

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Definitieve cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Steekproef van personen, getrokken uit de Basisregistratie Personen (BRP). De steekproef is verspreid over alle maanden van het jaar.

Waarnemingsmethode

De Gezondheidsenquête is per 2014 in het volgende "mixed-mode" design uitgevoerd. Eerst zijn steekproefpersonen benaderd om via internet deel te nemen (CAWI – Computer Assisted Web Interviewing). Non-respondenten zijn herbenaderd voor een ‘face-to-face’ interview (CAPI – Computer Assisted Personal Interviewing). Vanaf 2018 is hierbij een doelgroepenstrategie gehanteerd. Dat wil zeggen dat niet alle herbenaderbare CAWI-non-respons daadwerkelijk is herbenaderd voor een CAPI-interview. Als een doelgroep relatief goed heeft gerespondeerd in CAWI, is uit die doelgroep een kleiner deel herbenaderd voor CAPI. Op die manier is CAPI dus selectiever ingezet, juist in de groepen waar de CAWI-respons achterbleef. De uiteindelijke totale respons is dan een betere afspiegeling van de gehele bevolking. De doelgroepen zijn bepaald op basis van achtergrondkenmerken waarover informatie beschikbaar was bij de steekproeftrekking, zoals leeftijd, inkomen en migratieachtergrond.
Ook zijn met ingang van 2018 zogeheten ‘incentives’ ingevoerd. Dat wil zeggen dat respondenten kans maken op een prijs. Dat staat in de uitnodigingsbrief beschreven.
Omdat enkele vragenblokken nogal persoonlijk van aard zijn, krijgen CAPI-respondenten de kans om die vragen zelf in te vullen (CASI – Computer Assisted Self Interviewing).

Zie ook: Vragenlijsten Gezondheidsenquête vanaf 2014

Berichtgevers

Personen in particuliere huishoudens. Bij respondenten jonger dan 12 jaar zijn de enquêtevragen beantwoord door een ouder of verzorger.

Steekproefomvang

Jaarlijks wordt een bruto steekproef van ruim 15 duizend personen benaderd. Voor de jaren 2014 t/m 2017 lag de respons rond de60-65 procent. Met ingang van 2018 is een doelgroepenbenadering ingevoerd (zie ‘waarneemmethode’), waardoor het responspercentage per definitie lager is, omdat een kleiner deel van de CAWI-nonrespons is herbenaderd voor een CAPI-interview. Daarnaast hebben de in 2018 ingevoerde incentives ook een respons verhogend effect. De totale respons is per 2018 ongeveer 60 procent.

De netto steekproef (dus het uiteindelijke aantal respondenten) is jaarlijks ongeveer 9500 personen.

Controle- en correctiemethoden

Jaarlijks wordt de voor dit steekproefonderzoek de gebruikelijke plausibiliteitscontrole uitgevoerd, waarbij op interne consistentie en volledigheid wordt gecontroleerd.

Weging

Voor verschillen tussen de samenstelling van de netto steekproef en de totale bevolking wordt een correctie toegepast door middel van een wegingsfactor gebaseerd op de kenmerken geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, burgerlijke staat, stedelijkheid, provincie, landsdeel, huishoudgrootte, inkomen, vermogen, enquêteseizoen en, met ingang van 2018, doelgroep. Voor meer details zie de nota weging Gezondheidsenquête 2014.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Omdat de enquête een steekproef betreft, zijn de cijfers onderhevig aan toevalsfluctuaties. Met behulp van standaardfouten kunnen betrouwbaarheidsmarges rond de cijfers worden bepaald. In de StatLine-tabellen zijn de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergeven. Het 95%-betrouwbaarheidsinterval rond een gemiddelde loopt van ‘gemiddelde minus 1,96*standaardfout’ tot ‘gemiddelde plus 1,96*standaardfout’.

Indien het aantal respondenten voor een bepaalde indelingscategorie kleiner is dan 100, dan zijn geen resultaten gepresenteerd vanwege te grote marges.

Vergelijkbaarheid over de jaren heen

Enige voorzichtigheid dient in acht te worden genomen wanneer de uitkomsten vanaf 2014 vergeleken worden met die van de periode tot en met 2013 . Tussen 2013 en 2014 zijn namelijk enkele forse veranderingen doorgevoerd inde Gezondheidsenquête.

Tot en met 2013 bestond de enquête uit twee onderzoeksdelen: het eerste deel van de vragenlijst konden respondenten via internet of via telefonisch of persoonlijk interview invullen. Het tweede deel van de vragenlijst ging altijd via de modi internet of op papier.

Echter, vanaf 2014 bestaat het onderzoek uit maar één deel. Respondenten kunnen de gehele vragenlijst alleen maar via internet of een persoonlijk interview invullen. Daarnaast zijn er vanaf 2014 wijzigingen in de opbouw en samenstelling van de vragenlijst doorgevoerd en in enkele gevallen zijn er wijzigingen geweest in de vraagformulering. Ook is de weging van de Gezondheidsenquête gewijzigd.

De wijzigingen tussen 2013 en 2014 hebben tot enkele methodebreuken geleid, zoals is gebleken uit een methodebreukanalyse. Meer informatie over deze analyse en de vastgestelde methodebreuken staan in de nota Methodebreuk Gezondheidsenquête 2014.