3. Opvattingen over AI in de samenleving
In dit hoofdstuk staat centraal hoe mensen tegen het gebruik van AI in de samenleving aankijken. Vinden ze dat AI het leven prettiger maakt, of juist ingewikkelder? Denken ze dat AI helpt bij het oplossen van problemen, of dat het juist zorgt voor nieuwe problemen? En in welke mate maken ze zich zorgen over de invloed van AI op de samenleving, zowel nu als in de toekomst? Deze en andere vragen worden in dit hoofdstuk beantwoord.
3.1 Opvattingen over het gebruik van AI
Bijna de helft positief over het gebruik van AI in de samenleving
Bijna de helft (49 procent) van de volwassenen vindt het (heel) goed dat AI steeds meer wordt gebruikt in de samenleving. Iets meer dan een derde (36 procent) vindt dit niet goed, maar ook niet slecht. Een tiende (10 procent) vindt het juist (heel) slecht en de rest (5 procent) weet het niet.
Mannen (57 procent) vinden het toenemende gebruik van AI in de samenleving vaker (heel) goed dan vrouwen (41 procent) en jongeren van 18 tot 25 jaar (54 procent) vinden het vaker (heel) goed dan ouderen vanaf 65 jaar (44 procent). Ook bestaan er verschillen naar onderwijsniveau en welvaart. Zo vinden hbo’ers en universitair geschoolden het toenemende gebruik van AI vaker (heel) goed dan anders geschoolden. En vinden mensen in huishoudens met een hoge financiële welvaart (de vierde en vijfde 20-procentsgroep) dit vaker dan mensen in huishoudens met een lagere welvaart (zie tabel 3.1 in de Tabellenset).
| (Heel) goed (% van 18-plussers) | Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers) | (Heel) slecht (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 48,7 | 36,3 | 10 | 5 |
| Geslacht | ||||
| Mannen | 56,7 | 30,6 | 9,3 | 3,4 |
| Vrouwen | 40,9 | 41,9 | 10,7 | 6,5 |
| Leeftijd | ||||
| 18 tot 25 jaar | 54,3 | 33,2 | 9,3 | 3,2 |
| 25 tot 45 jaar | 50,4 | 34,3 | 12 | 3,4 |
| 45 tot 65 jaar | 49,1 | 38 | 9 | 3,8 |
| 65 jaar of ouder | 43,6 | 38 | 9 | 9,4 |
| Onderwijsniveau | ||||
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 36,4 | 41,9 | 11,8 | 9,8 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 43,3 | 40,7 | 12,8 | 3,2 |
| Hbo, wo | 59,3 | 30,3 | 6,9 | 3,5 |
| Financiële welvaart | ||||
| 1e 20%-groep (laagst) | 39,2 | 37,9 | 16,2 | 6,7 |
| 2e 20%-groep | 42,1 | 39,7 | 12,7 | 5,5 |
| 3e 20%-groep | 42,5 | 39 | 12,1 | 6,4 |
| 4e 20%-groep | 49,8 | 36,5 | 9,3 | 4,3 |
| 5e 20%-groep (hoogst) | 59 | 32,7 | 4,9 | 3,5 |
1 op 7 vindt dat AI het leven zowel prettiger als ingewikkelder maakt
Van de volwassenen vindt 43 procent dat AI het leven prettiger maakt. Een ongeveer even groot deel van de bevolking (42 procent) vindt dat AI het leven ingewikkelder maakt. Gedeeltelijk zijn dit dezelfde mensen: 15 procent vindt namelijk dat AI het leven prettiger én ingewikkelder maakt.
Jongeren (58 procent) vinden vaker dat AI het leven prettiger maakt dan ouderen (26 procent), terwijl ouderen (50 procent) juist vaker vinden dat AI het leven ingewikkelder maakt dan jongeren (28 procent).
| (Helemaal) eens (% van 18-plussers) | Niet eens, niet oneens (% van 18-plussers) | (Helemaal) oneens (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Prettiger | 42,5 | 36,1 | 15,7 | 5,6 |
| Ingewikkelder | 41,7 | 30,1 | 23,8 | 4,3 |
Meeste mensen vinden dat AI voor nieuwe problemen in de samenleving zorgt
Iets minder dan de helft van de bevolking, namelijk 45 procent, denkt dat AI helpt bij het oplossen van problemen in de samenleving. Mannen, jongeren, hbo’ers en universitair geschoolden en mensen in huishoudens met de hoogste welvaart denken dit met meer dan 50 procent vaker dan vrouwen, ouderen, anders geschoolden en mensen in huishoudens met een lage welvaart, waarvan minder dan 40 procent dit denkt.
Een groter deel van de bevolking, namelijk 64 procent, denkt dat AI voor nieuwe problemen in de samenleving zorgt. Hierbij vallen vooral de verschillen naar onderwijsniveau op: 53 procent van de mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma denkt dit, tegen 71 procent van de hbo’ers en universitair geschoolden. Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma zeggen wel relatief vaak het niet te weten (zie tabel 3.5 in de Tabellenset).
Ten slotte denkt een ongeveer even groot deel van de bevolking, namelijk 62 procent, dat AI voor meer ongelijkheid in de samenleving zorgt, bijvoorbeeld omdat niet iedereen dezelfde digitale vaardigheden heeft. Ouderen denken dit met 75 procent vaker dan jongeren met 41 procent.
| (Helemaal) eens (% van 18-plussers) | Niet eens, niet oneens (% van 18-plussers) | (Helemaal) oneens (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Nieuwe problemen | 64,2 | 22,8 | 7,3 | 5,7 |
| Meer ongelijkheid | 61,9 | 19,0 | 14,2 | 4,9 |
| Hulp bij het oplossen van problemen | 44,7 | 30,1 | 18,4 | 6,9 |
Meerderheid denkt dat de samenleving ook zonder AI kan
Van de volwassenen denkt een meerderheid van 65 procent dat de samenleving ook zonder AI kan functioneren. Jongeren (76 procent) denken dit vaker dan ouderen (51 procent). Ook denken mensen in de laagste welvaartsgroep (75 procent) dit vaker dan mensen in de hoogste welvaartsgroep (61 procent). Verder vinden meer dan 9 op de 10 mensen (92 procent) dat bij het gebruik van AI menselijke controle nodig blijft (zie tabellen 3.7 en 3.8 van de Tabellenset).
3.2 Zorgen over AI in de samenleving
Meerderheid maakt zich zorgen over de invloed van AI
AI brengt niet alleen kansen met zich mee, mensen maken zich ook zorgen over de invloed die AI heeft op de samenleving. Meer dan driekwart van de volwassenen (76 procent) maakt zich zorgen over de invloed die AI op dit moment heeft op de samenleving: 60 procent maakt zich een beetje zorgen en 16 procent maakt zich veel zorgen. 45-plussers (18 procent) maken zich daarbij vaker veel zorgen dan jongeren (10 procent).
| Veel zorgen (% van 18-plussers) | Beetje zorgen (% van 18-plussers) | Geen zorgen (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 15,9 | 59,8 | 24,3 |
| 18 tot 25 jaar | 10,5 | 52,7 | 36,8 |
| 25 tot 45 jaar | 13,4 | 57,7 | 29 |
| 45 tot 65 jaar | 18,5 | 61,3 | 20,2 |
| 65 jaar of ouder | 18,3 | 63,9 | 17,8 |
Over de invloed die AI in de komende tien jaar zal hebben op de samenleving maken bijna 9 op de 10 mensen zich zorgen: 50 procent maakt zich hierover een beetje zorgen en 38 procent maakt zich veel zorgen.
Meeste zorgen over de verspreiding van nepnieuws
Vrijwel alle volwassenen maken zich zorgen over de in het onderzoek voorgelegde gevolgen die AI kan hebben. Dit zijn de verspreiding van nepnieuws, de invloed van grote technologiebedrijven, zoals Facebook en Google, privacyrisico’s door het verzamelen van persoonlijke data en afhankelijkheid van technologie, zoals bij storingen of stroomuitval. Mensen maken zich het vaakst veel zorgen over de verspreiding van nepnieuws (69 procent), gevolgd door privacyrisico’s door het verzamelen van persoonlijke data (63 procent). Over de invloed van grote technologiebedrijven (60 procent) en de afhankelijkheid van technologie (54 procent) maken zij zich in mindere mate zorgen.
Ook hier zijn er verschillen naar leeftijd, waarbij ouderen zich over alle voorgelegde gevolgen vaker veel zorgen maken dan jongeren. Zo kwamen veel zorgen over de invloed van grote technologiebedrijven bij ouderen bijna 2 keer zo vaak voor als bij jongeren (71 tegen 38 procent). Zie tabellen 3.11 tot en met 3.14 van de Tabellenset.
| Veel zorgen (% van 18-plussers) | Beetje zorgen (% van 18-plussers) | Geen zorgen (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Verspreiding van nepnieuws | 69,5 | 24,2 | 4,2 | 2,1 |
| Privacyrisico's | 62,5 | 30,1 | 5,7 | 1,7 |
| Invloed van technologiebedrijven | 59,6 | 30,8 | 6,5 | 3,1 |
| Afhankelijkheid van technologie | 54,3 | 35,0 | 7,4 | 3,2 |