AI in de samenleving: ervaringen en opinies

5. Opvattingen over AI in de gezondheidszorg

In dit hoofdstuk komt aan bod hoe 18-plussers denken over het gebruik van AI in de gezondheidszorg. Wat vinden mensen van bijvoorbeeld chatbots en robots die medicatie toedienen of operaties uitvoeren? Denken zij dat de kwaliteit van de zorg verbetert door het gebruik van AI of juist niet? Verwachten ze dat AI tot lagere zorgkosten leidt? Deze paragraaf geeft inzicht in de opinies van burgers over AI in de zorg.

5.1 Toepassingen AI in de gezondheidszorg

Meesten vinden klachten bespreken met chatbot geen goed idee

Bijna twee derde (65 procent) van de volwassenen vindt het een (heel) slecht idee om klachten te bespreken met een chatbot in plaats van met de huisarts. Bijna 15 procent vindt het een (heel) goed idee en 18 procent vindt het geen goed en ook geen slecht idee. Iets meer vrouwen dan mannen vinden het een (heel) slecht idee om een medisch consult te houden met een chatbot.

Tussen de verschillende leeftijdsgroepen en onderwijsniveaus zijn de verschillen groter. Zo staat bijna drie kwart van de 65-plussers negatief tegenover het idee om klachten met een chatbot te bespreken. In de groep jongeren tot 25 jaar is dit ongeveer de helft. Hbo- en wo-geschoolden vinden het minder vaak een slecht idee dan anders opgeleiden dat een chatbot het gesprek van de huisarts overneemt. Zij zijn 2 keer zo vaak als mensen met een vmbo-, mbo- of daarmee vergelijkbaar diploma overtuigd van de inzet van chatbots om medische klachten te bespreken.   

5.1.1 Klachten bespreken met chatbot i.p.v. huisarts, 2025
 (Heel) goed (% van 18-plussers)Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers)(Heel) slecht (% van 18-plussers)Weet niet (% van 18-plussers)
Totaal14,717,665,02,7
Geslacht
Mannen23,622,551,72,1
Vrouwen19,317,560,62,5
Leeftijd
Tot 25 jaar23,622,551,72,1
25 tot 45 jaar19,317,560,62,5
45 tot 65 jaar13,916,967,21,9
65 jaar of ouder5,716,573,74,1
Onderwijsniveau
Basisonderwijs, vmbo, mbo111,013,670,84,7
Havo, vwo, mbo2-49,818,370,21,7
Hbo, wo20,319,058,81,9

Meesten vinden diagnose door AI niet goed, verdeeldheid over operatierobot

Een diagnose laten stellen door AI in plaats van door een specialist, vindt de meerderheid van de bevolking (58 procent) een (heel) slecht idee. Over het laten uitvoeren van een operatie door een robot in plaats van door een specialist zijn de meningen verdeeld. Een even groot aandeel volwassenen staat hier positief tegenover, negatief tegenover, of is neutraal (steeds ongeveer 30 procent).

Vrouwen staan zowel tegenover het stellen van diagnoses als het uitvoeren van operaties met AI afwijzender dan mannen. Hbo- en wo-geschoolden vinden beide juist vaker een goed idee dan anders geschoolden. De leeftijdsgroepen verschillen niet van mening over beide AI-toepassingen. Zie de tabellen 5.2 en 5.3 van de Tabellenset.

5.1.2 Diagnoses en operaties met AI, 2025
 (Heel) goed (% van 18-plussers)Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers)(Heel) slecht (% van 18-plussers)Weet niet (% van 18-plussers)
Diagnose stellen met AI i.p.v. door specialist17,721,257,63,6
Uitvoeren operatie door robot i.p.v chirurg30,029,632,77,6

Liever eenvoudige dan complexe taken overlaten aan zorgrobots

Mensen vinden het eerder slecht dan goed als een zorgrobot zorgtaken zou uitvoeren. Bijna 40 procent van de 18-plussers acht het niet wenselijk dat eenvoudige zorgtaken, zoals hulp bij het aankleden, door een zorgrobot worden verricht in plaats van door een verzorgende. Voor 35 procent geldt dat zij dit juist een (heel) goed idee te vinden. Nog meer twijfels zijn er over het uitvoeren van complexe zorgtaken, zoals het toedienen van medicatie. Daarvan vindt 56 procent het een (heel) slecht idee als die taken door een zorgrobot overgenomen worden van een verpleegkundige.

Bij zowel eenvoudige als complexe zorgtaken zijn het vooral mannen en hbo- en wo-geschoolden die de inzet van een zorgrobot omarmen, zie tabellen 5.4 en 5.5 van de Tabellenset. Voor het uitvoeren van eenvoudige zorgtaken zien jongeren van 18 tot 25 jaar een zorgrobot vaker wel zitten dan mensen in andere leeftijdsgroepen. Over complexe zorgtaken door een zorgrobot verschillen de leeftijdsgroepen niet van mening.

5.1.3 Zorgtaken met AI, 2025
 (Heel) goed (% van 18-plussers)Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers)(Heel) slecht (% van 18-plussers)Weet niet (% van 18-plussers)
Eenvoudige zorgtaken door
robot i.p.v. verzorgende
34,822,238,94,1
Complexe zorgtaken door
robot i.p.v. verpleegkundige
18,021,355,94,8

5.2 Gevolgen van AI in de gezondheidszorg

Ruim kwart denkt dat kwaliteit zorg verbetert met AI

Mensen denken wisselend over hoe het toepassen van AI in de gezondheidszorg uit zal pakken. Een minderheid denkt dat de kwaliteit van de zorg beter wordt (28 procent), dat de wachtlijsten korter worden (34 procent) en dat de zorgkosten lager worden (23 procent). Over het persoonlijk contact zijn de meesten (78 procent) het eens: dat zal door AI minder worden. Ook denkt een kleine meerderheid (56 procent) dat de privacyrisico’s in de zorg door AI zullen toenemen. Meer zorgen zijn er over de kennis en vaardigheden van het zorgpersoneel. Bijna twee derde (65 procent) schat in dat deze af zullen nemen als AI wordt ingezet in de zorg. Dat is evenveel als het aandeel dat in het algemeen denkt dat het kennisniveau van personeel afneemt bij de inzet van AI (zie hoofdstuk 3). 

5.2.1 Gevolgen van AI voor gezondheidszorg, 2025
 Ja (% van 18-plussers)Misschien (% van 18-plussers)Nee (% van 18-plussers)Weet niet (% van 18-plussers)
Persoonlijk contact in de zorg wordt minder77,915,63,72,7
Zorgpersoneel verliest belangrijke kennis en vaardigheden64,622,98,54,1
Privacyrisico's in de zorg nemen toe55,630,77,06,6
Wachtlijsten in de zorg worden korter33,745,513,87,0
Kwaliteit van de zorg wordt beter27,945,220,76,3
Kosten van de zorg worden lager23,236,531,48,8

Vooral mannen en hbo- en wo-geschoolden positief over AI in zorg

Meer mannen dan vrouwen verwachten door AI een betere kwaliteit van zorg, kortere wachtlijsten en lagere zorgkosten. Ook hbo- en wo-geschoolden denken dit vaker dan anders geschoolden (zie tabellen 5.6 tot en met 5.8 van de Tabellenset). Van de leeftijdsgroepen zijn 65-plussers het minst overtuigd dat AI tot kortere wachtlijsten en lagere zorgkosten leidt. Over een betere zorgkwaliteit verschillen de leeftijdsgroepen minder van mening. Mensen tot 45 jaar denken wat vaker dan oudere mensen dat de kwaliteit van de zorg met AI-toepassingen beter wordt. Dat hangt samen met het feit dat de meesten van hen een hbo- of wo-diploma hebben (zie StatLine).

5.2.2 Gevolgen AI voor gezondheidszorg naar leeftijd, 2025
 Tot 25 jaar (% van 18-plussers)25 tot 45 jaar (% van 18-plussers)45 tot 65 jaar (% van 18-plussers)65 jaar of ouder (% van 18-plussers)
Kwaliteit van de zorg wordt beter32,930,226,524,4
Wachtlijsten in de zorg worden korter50,039,431,721,6
Kosten van de zorg worden lager28,628,223,114,5

Vooral vmbo-/mbo-geschoolden verwachten verlies competenties zorgpersoneel

Mensen met een vmbo-, mbo of daarmee vergelijkbaar diploma denken vaker dan hbo- of wo-geschoolden dat het zorgpersoneel belangrijke kennis en vaardigheden zal verliezen door AI. Bij de inzet van AI op de arbeidsmarkt verwachten mensen met een mbo- of daarmee vergelijkbaar diploma ook vaker een kennisverlies bij personeel dan mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma (zie hoofdstuk 3). Minder persoonlijk contact door AI in de zorg zien mensen met een mbo- of daarmee vergelijkbaar diploma eerder gebeuren dan anders opgeleiden. Over het toenemen van privacyrisico’s verschillen de drie onderwijsniveaus vrijwel niet van mening. 

5.2.3 Gevolgen AI voor gezondheidszorg naar onderwijsniveau, 2025
 Basisonderwijs, vmbo, mbo1 (% van 18-plussers)Havo, vwo, mbo2-4 (% van 18-plussers)Hbo, wo (% van 18-plussers)
Persoonlijk contact in de zorg wordt minder74,485,274,4
Privacyrisico's in de zorg nemen toe55,559,952,8
Zorgpersoneel verliest belangrijke kennis en vaardigheden68,372,857,3

In elke leeftijdsgroep denken mensen even vaak dat door AI het persoonlijk contact met zorgverleners minder wordt, de privacyrisico’s in de zorg toenemen en het zorgpersoneel belangrijke kennis en vaardigheden kwijtraakt. Vrouwen verwachten deze gevolgen vaker dan mannen (zie tabellen 5.9 tot en met 5.11 van de Tabellenset).