4. Opvattingen over AI op de arbeidsmarkt
Dit hoofdstuk beschrijft hoe 18-plussers denken over het gebruik van AI op de arbeidsmarkt. Welke gevolgen denken zij dat AI heeft op de arbeidsmarkt en op de manier waarop mensen hun werk doen? En vindt men dat AI bepaalde werkzaamheden zou kunnen overnemen, bijvoorbeeld bij personeelstekort? Hoeveel mensen gebruiken AI eigenlijk al voor hun werk? Kunnen hun werkzaamheden helemaal door AI worden overgenomen? In welke mate maken zij zich zorgen hierover? In dit hoofdstuk zullen deze en andere vragen de revue passeren.
4.1 Gevolgen van AI voor de arbeidsmarkt
Drie kwart denkt dat door AI banen zullen verdwijnen
Volwassenen in Nederland verwachten dat AI een grote invloed zal hebben op de arbeidsmarkt en op de manier waarop mensen hun werkzaamheden verrichten. Zes mogelijke gevolgen voor de arbeidsmarkt zijn in het onderzoek voorgelegd, variërend van het verdwijnen van werk tot het oplossen van personeelstekort. Voor elk van de gevolgen denkt meer dan drie kwart dat AI hierop zeker of misschien van invloed zal zijn.
Mensen denken vooral dat AI zal leiden tot het verdwijnen van bepaalde banen (75 procent) en het verlies van kennis en vaardigheden van personeel (64 procent). Verder is bijna de helft van mening dat AI bepaalde werkzaamheden minder interessant zal maken (48 procent).
Daarentegen denkt 57 procent dat AI kan zorgen voor het verhogen van de productiviteit doordat werkzaamheden sneller kunnen worden uitgevoerd. Ruim 4 op de 10 denken daarnaast dat AI het personeelstekort in bepaalde bedrijfstakken kan oplossen, doordat minder personeel nodig is (46 procent) en het onveilige banen kan overnemen (41 procent).
| Ja (% van 18-plussers) | Misschien (% van 18-plussers) | Nee (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Verdwijnen bepaalde banen | 75,4 | 17,7 | 2,2 | 3,2 |
| Verlies kennis en vaardigheden van personeel | 64,0 | 23,0 | 7,6 | 4,0 |
| Productiviteit verhogen | 57,0 | 33,5 | 3,8 | 4,2 |
| Werkzaamheden minder interessant | 48,4 | 35,1 | 5,7 | 9,2 |
| Personeelstekort oplossen | 46,2 | 36,4 | 11,4 | 4,5 |
| Overnemen onveilige banen | 40,7 | 37,4 | 12,1 | 8,3 |
Mannen en jongeren denken vaker dan vrouwen en ouderen dat AI zal leiden tot hogere productiviteit en kan helpen om het personeelstekort in bepaalde bedrijfstakken op te lossen. Vrouwen en ouderen zijn juist vaker van mening dat AI zal leiden tot een verlies van belangrijke kennis en vaardigheden van personeel. In de tabellen 4.1 tot en met 4.6 van de Tabellenset staat een volledig overzicht van de verschillen tussen mensen naar achtergrondkenmerken.
9 op de 10 vinden inzet AI bij lerarentekort een slecht idee
Als AI wordt ingezet, zou dit kunnen betekenen dat er minder personeel nodig is om dezelfde werkzaamheden te verrichten. In bepaalde bedrijfstakken zou dit volgens 4 van de 5 mensen het personeelstekort kunnen verminderen of misschien zelfs kunnen oplossen (83 procent, zie figuur 4.1.1). Dit betekent echter niet dat men het voor alle bedrijfstakken een goed idee vindt om AI in te zetten om het personeelstekort te verminderen. Dat blijkt ook uit de antwoorden op de vraag in hoeverre mensen dit een goed idee vinden voor zes verschillende beroepen. Alleen voor arbeiders in de landbouw staat een kleine meerderheid (56 procent) positief tegenover het idee om AI in te zetten om personeelstekorten te verkleinen. Voor de medewerkers in de horecabediening, buschauffeurs, klantenservicemedewerkers van een bank en leerkrachten op een middelbare school vindt de helft tot drie kwart dit juist een (heel) slecht idee.
| (Heel) goed (% van 18-plussers) | Niet goed, niet slecht (% van 18-plussers) | (Heel) slecht (% van 18-plussers) | Weet niet (% van 18-plussers) | |
|---|---|---|---|---|
| Arbeider in de landbouw | 56,4 | 20,9 | 16,2 | 5,1 |
| Medewerker bediening in de horeca | 23,6 | 22,2 | 48,9 | 3,8 |
| Buschauffeur | 22,6 | 20,6 | 51,1 | 4,3 |
| Medewerker klantenservice van een bank | 21,4 | 18,3 | 55,2 | 3,6 |
| Leerkracht op een middelbare school | 9,8 | 9,4 | 76,0 | 3,3 |
Mannen, jongere leeftijdsgroepen en mensen met een universitaire of hbo-opleiding staan over het algemeen positiever tegenover het verminderen van personeelstekort door inzet van AI bij het uitvoeren van deze werkzaamheden (zie tabellen 4.7 tot en met 4.11 van de Tabellenset).
4.2 Gebruik van AI voor werk
Ruim helft van 25- tot 45-jarigen gebruikt AI voor werk
Van de mensen met betaald werk maken ruim 2 van de 5 (43 procent) in hun werk gebruik van AI. Vooral mensen in de leeftijd van 25 tot 45 jaar en hbo- of universitair geschoolden gebruiken AI bij hun werk. In beide groepen is dat meer dan de helft van de mensen. Verder gebruiken mannen AI vaker voor hun werk dan vrouwen en wordt AI meer toegepast door mensen met een hogere welvaart (zie tabel 4.12 van de Tabellenset).
| 2025 (% van 18-plussers met betaald werk) | |
|---|---|
| Totaal | 42,9 |
| Geslacht | |
| Mannen | 45,9 |
| Vrouwen | 39,6 |
| Leeftijd | |
| 18 tot 25 jaar | 34,6 |
| 25 tot 45 jaar | 51,3 |
| 45 tot 65 jaar | 39,8 |
| 65 jaar of ouder | 24,4 |
| Onderwijsniveau | |
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 19,7 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 32,0 |
| Hbo, wo | 55,5 |
7 op de 10 verwachten een toename in AI-gebruik voor werk
De meerderheid van de volwassenen, namelijk 70 procent, verwacht de komende tien jaar vaker AI te gebruiken in hun werk dan dat zij nu doen. In de groep van hbo- en universitair geschoolden is dit aandeel meer dan 80 procent; onder 25- tot 45-jarigen ligt dit met ruim 75 procent iets lager, maar wel boven het gemiddelde.
Meer dan de helft van de werkenden ziet een toename van het gebruik van AI in hun werk als iets positiefs. Ongeveer 10 procent staat hier juist negatief tegenover. Mannen, hbo- of universitair opgeleiden en mensen in hogere welvaartsgroepen staan hier over het algemeen positiever tegenover. Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma zijn juist veel vaker negatief. In deze groep vindt ruim 20 procent de toename van het gebruik van AI voor het werk geen goede zaak (zie tabellen 4.13 en 4.14 van de Tabellenset).
Helft jongeren denkt dat AI hun werk kan vervangen
Twee vijfde van de mensen met betaald werk denkt dat hun werk deels (41 procent) of geheel (4 procent) kan worden vervangen door AI. De helft van hen maakt zich hier geen zorgen over (52 procent), terwijl de andere helft zich hier juist veel (8 procent) of een beetje (40 procent) zorgen over maakt. De helft van de werkenden denkt niet dat AI hun werk kan vervangen en 5 procent zegt dit niet te weten.
Mannen en vrouwen denken ongeveer even vaak dat hun werk vervangen kan worden door AI. Wel maken vrouwen zich hier meer zorgen over dan mannen: ruim de helft van de vrouwen (54 procent) tegenover 43 procent van de mannen maakt zich zorgen dat hun werk door AI kan worden overgenomen (zie tabellen 4.15 en 4.16 van de Tabellenset).
De helft van de jongeren van 18 tot 25 jaar (51 procent) denkt dat hun werk vervangen kan worden door AI. Dit aandeel is groter dan in andere leeftijdsgroepen en is het laagst bij 65-plussers (30 procent). Dit sluit aan bij Groenwegen, Van Limbergen en Vrieselaar (2026), die in hun onderzoek concludeerden dat door AI vooral de werkgelegenheid onder jongeren zal teruglopen. Er is geen verschil tussen de leeftijdsgroepen in de mate waarin zij zich zorgen maken dat hun werk door AI vervangen kan worden. Mensen met een universitaire of hbo-opleiding denken eveneens vaker dan anders opgeleiden dat hun werk door AI zal kunnen worden uitgevoerd. Zij maken zich hierover echter niet meer zorgen.
| Ja, helemaal (% van 18-plussers met betaald werk) | Ja, deels (% van 18-plussers met betaald werk) | Nee (% van 18-plussers met betaald werk) | Weet niet (% van 18-plussers met betaald werk) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 4,2 | 41,1 | 49,9 | 4,8 |
| Geslacht | ||||
| Mannen | 4,5 | 43,0 | 48,0 | 4,5 |
| Vrouwen | 3,9 | 39,0 | 51,9 | 5,2 |
| Leeftijd | ||||
| 18 tot 25 jaar | 5,3 | 46,1 | 44,5 | 4,1 |
| 25 tot 45 jaar | 5,0 | 43,1 | 48,0 | 3,9 |
| 45 tot 65 jaar | 3,4 | 39,0 | 52,2 | 5,5 |
| 65 jaar of ouder | 1,6 | 28,9 | 60,5 | 9,1 |
| Onderwijsniveau | ||||
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 7,3 | 29,0 | 50,1 | 13,6 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 3,4 | 38,9 | 53,4 | 4,3 |
| Hbo, wo | 4,1 | 45,2 | 48,0 | 2,7 |