Samen ondermijnende criminaliteit aanpakken

/ Auteur: Miriam van der Sangen
Op 28 juni jl. vond de officiële ondertekening van de City Deal ‘Zicht op Ondermijning’ plaats. Deze City Deal heeft als doel ondermijnende criminaliteit - zoals de handel in drugs - in beeld te brengen. Het is een samenwerking tussen de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, het CBS, het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en een aantal ministeries. Door beschikbare data slim te combineren en deze informatie met behulp van moderne technieken te analyseren, moet er meer zicht ontstaan op patronen en structuren van georganiseerde criminaliteit.

Moderne onderzoekstechnieken

Joanieke Snijders is vanuit het CBS nauw betrokken bij de City Deal ‘Zicht op ondermijning’. ‘Het is een reactie op het WRR-rapport ‘Big Data in een vrije en veilige samenleving’. Daarin staat dat big data-toepassingen veel kansen bieden in het veiligheidsdomein en dat de overheid daar meer gebruik van zou moeten maken.’ Het doel van deze City Deal is tweeledig. Snijders: ‘Allereerst gaan de samenwerkende partners met moderne onderzoekstechnieken aan de slag om patronen te ontdekken in data over crimineel gedrag. Dat kunnen data van het CBS zijn, maar ook data van bijvoorbeeld gemeenten of ministeries. Het andere doel van de City Deal is ervaring opdoen met het onderling samenwerken tussen overheidspartijen rondom analyse. We zien het als een leerproces. Wat kunnen we bereiken, waar lopen we tegen aan?’

Privacybescherming

Bij deze City Deal zet het CBS zijn expertise in op het gebied van data-infrastructuur, dataverwerking, data-analyse en privacy. ‘Het gaat niet om het opsporen van individuele gevallen’, aldus Snijders, ‘maar om het leggen van statistische verbanden en correlaties, zodat algemene patronen zichtbaar worden. Hierdoor kan schaarse opsporingscapaciteit effectiever worden ingezet binnen de wettelijke kaders voor privacybescherming.’ Door de City Deal kunnen de samenwerkende overheden beter gebruik maken van verschillende informatiebronnen in combinatie met nieuwe data-analysemethoden. ‘Aan de basis hiervan ligt informatie die al aanwezig is bij het CBS. Die wordt vervolgens verrijkt met aanvullende data van overheden en andere betrokken partijen.’

‘Ik verwacht dat we op 3 punten kunnen leren: qua samenwerking, qua data en qua zicht op fenomenen’

Stadsmarinier

Marcel Dela Haije is werkzaam bij de gemeente Rotterdam. Hij is stadsmarinier in Rotterdam-Zuid en aangesteld om de hardnekkige veiligheidsproblemen in bepaalde wijken op te lossen, bijvoorbeeld de handel in drugs. In 2015-2016 was hij nauw betrokken bij een eerste proef met big data- onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. ‘Dat hebben we toen met verschillende partners - onder meer het Openbaar Ministerie, het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, een onderwijsinstelling, een zorgverzekeraar en een woningcorporatie - gedaan en bleek succesvol. Een artikel in het Financieel Dagblad hierover leidde tot veel vragen in de Rotterdamse gemeenteraad en de Tweede Kamer. Men vond het een goede aanpak en was van mening dat we er mee door moesten gaan. Ook de minister van Veiligheid en Justitie stond er achter.’

Experiment

Na het experiment op lokaal niveau in Rotterdam is nu de tijd aangebroken om onzichtbare criminaliteit op nationaal niveau aan te pakken. Dela Haije vindt het een spannend proces. ‘We gaan met alle partijen samen ontdekken hoe ver we met elkaar kunnen komen in de aanpak van onzichtbare criminaliteit. Het CBS heeft hierbij een belangrijke rol gezien zijn betrouwbaarheid, zorgvuldigheid en kennis over privacy.’ Is het geen risico dat er bij dit project zoveel verschillende instanties betrokken zijn, met allemaal een andere cultuur en andere omgang met data? Dela Haije: ‘Ik doe al 3 jaar niets anders dan met verschillende partijen optrekken, dat maakt dit project juist interessanter. We zijn aan het innoveren en dan weet je niet altijd wat het oplevert, maar ik verwacht dat we op 3 punten kunnen leren: qua samenwerking, qua data en qua zicht op fenomenen. En als we over een jaar gaan evalueren, hoop ik dat we zaken op het spoor zijn gekomen die we nog niet wisten.’