‘Niet iedereen heeft dezelfde kansen’

31-3-2017 10:00 / Auteur: Masja de Ree / Fotografie: Sjoerd van der Hucht / Categorie: Evenementen en congressen
Onderzoek naar de levensloop van groepen mensen is belangrijk, betoogt prof. Ruben van Gaalen tijdens zijn oratie op 30 maart 2017 bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘In onze maatschappij die steeds meer initiatief en zelfstandigheid vraagt van mensen, heeft niet iedereen dezelfde kansen.’ Van Gaalen is bijzonder hoogleraar Registeranalyses van levensloopdynamiek en tevens onderzoeker bij het CBS.

Analyse levensloop

‘De samenleving verandert snel en wordt steeds complexer’, zegt Van Gaalen. ‘Mensen kunnen minder terugvallen op een kerk of vakbond, de arbeidsmarkt flexibiliseert, de wereld globaliseert. Het maakt minder uit waar je vandaan komt, het gaat er meer om wat je kan. Dat is aan de ene kant mooi: veel mensen profiteren van die instelling. Maar er zijn ook groepen mensen die meer moeite hebben met het verlies aan zekerheid.’ Het onderzoek dat Van Gaalen bij de Universiteit van Amsterdam uitvoert, in samenwerking met het CBS, gaat over de vraag welke invloed de veranderde samenleving heeft op de levens van mensen. Hij volgt en analyseert de levensloop: jeugd, opleiding, loopbaan, gezinsvorming, etc. Daarbij gebruikt hij veel registerdata.

Opleidingsniveau beïnvloedt levensloop

In zijn onderzoek ziet Van Gaalen de verschillen tussen mensen groter worden. Het opleidingsniveau is daarbij een belangrijke factor. ‘Dat beïnvloedt iemands loopbaan, maar ook de kans dat iemand een huis koopt, een bestendige relatie vormt en een gezin sticht. We zien dat hoogopgeleiden meer kans hebben om te trouwen en getrouwd te blijven. Dat is een verschil met vroeger. Laagopgeleide vrouwen voeden veel vaker alleen hun kinderen op. Je kunt concluderen dat het wegvallen van zekerheden in de huidige maatschappij meer gevolgen heeft voor laagopgeleide mensen dan voor hoogopgeleiden.’ Dat zie je ook bij de flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Het werk van laagopgeleiden kan gemakkelijker overgenomen worden door anderen, ook door werknemers uit het buitenland. Zij lopen dus meer kans om hun baan te verliezen. Die onzekerheid heeft gevolgen voor de beslissingen die mensen nemen voor de lange termijn.’

Het onderzoek dat Van Gaalen uitvoert gaat over de vraag welke invloed de veranderende samenleving heeft op de levens van mensen

Registerdata als waardevolle bron

Van Gaalen doet dynamische analyses. Dat betekent dat hij groepen mensen volgt door de tijd. ‘Daardoor krijg je meer inzicht in de causaliteit: wat veroorzaakt wat?’ Het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) van het CBS vormt daarbij een waardevolle combinatie van bronnen. Het bevat een groot aantal registraties over de bevolking van Nederland, van gegevens uit de basisregistratie personen tot informatie over lonen, werk, ziekte, criminaliteit en onderwijs. ‘Het SSB geeft een integraal beeld. Bij enquêtes heb je altijd kans dat bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn in je onderzoek.’ Data uit een registratie vertellen echter niet hoe iemand zich voelt of hoe iemand tegen een bepaalde situatie aankijkt. ‘Daarom vullen we de informatie uit de registraties aan met enquêtes.’

Koplopers, waterdragers, bezemwagens

De titel van de oratie is ‘Over koplopers, waterdragers en bezemwagens’. ‘Ik kijk naar wie het maakt in de samenleving en naar wie achterblijft, maar ook naar de mensen die belangrijk zijn voor mensen: de waterdragers.’ Dat zijn in de eerste plaats de ouders. ‘We onderzoeken bijvoorbeeld welke invloed het milieu van herkomst heeft op de toegang naar het hoger onderwijs en de schoolkeuzes.’ De leerstoel van Van Gaalen stimuleert de samenwerking tussen data-experts van het CBS en inhoudelijk deskundigen van de universiteit. Een mooi recent voorbeeld van die samenwerking is het OKIN-onderzoek (Ouders en Kinderen in Nederland). Dit onderzoek van de UvA, dat wordt uitgevoerd door het CBS, wordt gefinancierd met een grote Europese subsidie die UvA-hoogleraar Matthijs Kalmijn verwierf. ‘In dit onderzoek worden 6.000 personen in de leeftijd tussen 25 en 45 jaar en hun ouders of stiefouders geïnterviewd. Gekeken wordt naar de effecten van een echtscheiding op de levensloop van kinderen en naar de relaties met hun (stief)ouders. Van Gaalen: ‘Door informatie uit registers te combineren kunnen we drie heel gedetailleerde steekproeven trekken: met kinderen die bij beide ouders woonden, kinderen uit een eenoudergezin en kinderen die in een stiefgezin opgroeiden. Dat levert unieke onderzoeksgegevens op.’

Op 30 maart verschenen twee nieuwsberichten, Laagopgeleide mannen vaker kinderloos en Hoger opgeleide moeders minder vaak alleenstaand, naar aanleiding van het onderzoek van Van Gaalen.