Landbouw; arbeidskrachten naar regio

Landbouw; arbeidskrachten naar regio

Geslacht Perioden Regio's Arbeidsjaareenheden (aje) Regelmatig werkzaam Regelmatig werkzaam, totaal (aantal) Arbeidsjaareenheden (aje) Niet-regelmatig werkzaam (aantal)
Totaal 2019 Nederland 126.515 29.789
Totaal 2019 Oost-Groningen (CR) 1.388 76
Totaal 2019 Delfzijl en omgeving (CR) 633 64
Totaal 2019 Overig Groningen (CR) 3.339 148
Totaal 2019 Noord-Friesland (CR) 3.616 572
Totaal 2019 Zuidwest-Friesland (CR) 2.595 97
Totaal 2019 Zuidoost-Friesland (CR) 2.592 123
Totaal 2019 Noord-Drenthe (CR) 1.983 131
Totaal 2019 Zuidoost-Drenthe (CR) 2.050 292
Totaal 2019 Zuidwest-Drenthe (CR) 1.630 163
Totaal 2019 Noord-Overijssel (CR) 5.001 319
Totaal 2019 Zuidwest-Overijssel (CR) 1.701 64
Totaal 2019 Twente (CR) 5.906 232
Totaal 2019 Veluwe (CR) 5.275 243
Totaal 2019 Achterhoek (CR) 6.023 233
Totaal 2019 Arnhem/Nijmegen (CR) 2.421 409
Totaal 2019 Zuidwest-Gelderland (CR) 4.655 882
Totaal 2019 Utrecht (CR) 4.789 584
Totaal 2019 Kop van Noord-Holland (CR) 7.048 3.497
Totaal 2019 Alkmaar en omgeving (CR) 1.274 312
Totaal 2019 IJmond (CR) 319 40
Totaal 2019 Agglomeratie Haarlem (CR) 44 68
Totaal 2019 Zaanstreek (CR) 460 14
Totaal 2019 Groot-Amsterdam (CR) 2.652 742
Totaal 2019 Het Gooi en Vechtstreek (CR) 268 10
Totaal 2019 Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 1.886 750
Totaal 2019 Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 938 428
Totaal 2019 Delft en Westland (CR) 6.267 5.283
Totaal 2019 Oost-Zuid-Holland (CR) 2.930 676
Totaal 2019 Groot-Rijnmond (CR) 5.409 2.639
Totaal 2019 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 1.116 21
Totaal 2019 Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 1.903 212
Totaal 2019 Overig Zeeland (CR) 3.379 766
Totaal 2019 West-Noord-Brabant (CR) 5.383 2.594
Totaal 2019 Midden-Noord-Brabant (CR) 3.271 392
Totaal 2019 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 7.006 1.186
Totaal 2019 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 5.883 1.393
Totaal 2019 Noord-Limburg (CR) 5.383 2.180
Totaal 2019 Midden-Limburg (CR) 2.409 525
Totaal 2019 Zuid-Limburg (CR) 1.577 127
Totaal 2019 Flevoland (CR) 4.116 1.302
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op regioniveau over het aantal arbeidskrachten werkzaam op agrarische bedrijven, over het arbeidsvolume en over het aantal bedrijven met de verschillende soorten arbeidskrachten.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De gegevens over arbeidskrachten hebben betrekking op de periode april tot en met maart voorafgaand aan de landbouwtelling.

In 2022 maken paarden, pony’s en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op de bedrijfstypering en het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling. Bedrijven met paarden en pony's die eerder ingedeeld werden bij 'paard -en ponybedrijven' worden in 2022, als er naast het houden van paarden en pony's ook nog landbouwactiviteiten zijn, ingedeeld bij een ander bedrijfstype. Dit heeft met name effect op graasdierbedrijven en 'akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen', hier treedt een duidelijke trendbreuk op.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.
De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2011 zijn er wijzigingen doorgevoerd in de geografische toedeling van bedrijven met hoofdvestiging in het buitenland. Dit kan met name in de grensgebieden invloed hebben op de regionale cijfers.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: de cijfers van 2022 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 november 2022: de voorlopige cijfers van 2022 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 26 augustus 2022:
Ten gevolge van een fout in het invoerbestand, zijn de gegevens over arbeidskrachten in 2021 aangepast.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens de reguliere planning verschijnen in november de voorlopige cijfers en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Arbeidsjaareenheden (aje)
Arbeidsjaareenheden van op het agrarische bedrijf werkzame personen.
_
Arbeidsjaareenheid is een maat voor het arbeidsvolume die wordt berekend door alle banen in een jaar (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdequivalenten (vte).
Regelmatig werkzaam
Personen die regelmatig werkzaam zijn op het agrarisch bedrijf, doorgaans met een contract voor onbepaalde tijd.
Regelmatig werkzaam, totaal
Niet-regelmatig werkzaam
Personen die werkzaam zijn op het agrarisch bedrijf op basis van losse contracten voor bepaalde tijd, voor bepaald werk of gelegenheidswerk.
_
Van de niet-regelmatig werkzame arbeidskrachten is alleen het totaal aantal werkdagen bekend. Daardoor is alleen arbeidsjaareenheden en het aantal bedrijven beschikbaar.
_
In 2003 en vanaf 2005 inclusief arbeid door niet-rechtstreeks door het
bedrijf tewerkgestelde personen (bijvoorbeeld loonwerkers).
Van 2000 tot en met 2002 en in 2004 is hier niet apart naar gevraagd.
Helaas kan voor deze jaren niet worden vastgesteld of de arbeid door niet-rechtstreeks door het bedrijf tewerkgestelde personen is meegeteld.