Energieverbruik particuliere huishoudens 2017

© CBS / Nikki van Toorn
Het energieverbruik van particuliere huishoudens in 2017 was 2 procent lager dan in 2016. Vergeleken met 2012 is het met 11 procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Dit artikel is een actualisering met gegevens over 2017 van het uitgebreide bericht Energieverbruik van particuliere huishoudens. Dat is in april 2018 gepubliceerd bij het uitkomen van twee nieuwe StatLinetabellen, en gaat ook in op de gebruikte bronnen en methode.

Energieverbruik huishoudens 2012-2017 (PJ)
 Totaal energiedragersAardgasHernieuwbare energieElektriciteitWarmte
2012455,6337,919,684,112,1
2013478,8358,920,284,113,6
2014383,2267,720,882,210,9
2015401,6285,321,281,412,1
2016414,4297,22281,312,3
2017*406288,322,981,311,9
* Voorlopige cijfers

Aardgasverbruik particuliere huishoudens

Het aardgasverbruik van huishoudens is gelijk aan de aardgasleveringen van het openbare net aan huishoudens, dat 15 procent lager was in 2017 dan in 2012, en met 3 procent daalde tussen 2016 en 2017. Wanneer het aardgasverbruik voor temperatuureffecten wordt gecorrigeerd, was het aardgasverbruik van huishoudens 10 procent lager in 2017 dan in 2012, en 0,6 procent hoger ten opzichte van 2016.

Het temperatuurgecorrigeerde aardgasverbruik van particuliere huishoudens daalde gemiddeld met 2,0 procent per jaar tussen 2012 en 2017. In onderstaande figuur is de bijdrage van de verschillende factoren aan deze daling te zien.

Decompositie van de verandering in aardgasverbruik van particuliere huishoudens (%)
 Populatie-effectStructuureffectEnergie-intensiteiteffectTotaal
2012-20130,010,01-0,010
2013-20140,01-0,01-0,1-0,09
2014-201500-0,03-0,03
2015-20160,01000,01
2016-20170,01000,01
gemiddelde0,010-0,03-0,02

Op basis van de toename met 4,5 procent in het aantal bewoonde woningen zonder stadsverwarming tussen 2012 en 2017 werd een gemiddelde jaarlijkse toename van 1,0 procent in het aardgasverbruik van huishoudens verwacht (dit is het populatie-effect). Dit effect wordt echter meer dan gecompenseerd door het energie-intensiteiteffect. Aardgas wordt in woningen voornamelijk gebruikt voor ruimteverwarming. De energie-intensiteit voor ruimteverwarming was 10,6 m3 aardgas per vierkante meter vloeroppervlak in 2012 en 8,8 m3 per m2 in 2017. De energie-intensiteit is echter stabiel gebleven tussen 2016 en 2017. Het energie-intensiteiteffect is een indicator voor energiebesparing. Op basis van het energie-intensiteiteffect wordt de gemiddelde jaarlijkse besparing in het aardgasverbruik van particuliere huishoudens tussen 2012 en 2017 op 2,8 procent geschat.

Dit berekende besparingseffect wordt echter mogelijk overschat doordat onvoldoende voor de invloed van de temperatuur op het aardgasverbruik gecorrigeerd kan worden. Dit is beschreven in het eerdergenoemde artikel. Wanneer de verandering in de extreme temperatuurjaren 2013 en 2014 niet worden meegenomen bedroeg de gemiddelde jaarlijkse besparing in aardgasverbruik van particuliere huishoudens in de periode 2012 – 2017 slechts 1,1 procent.

Ook is niet duidelijk of en welk deel van de besparing op het aardgasverbruik veroorzaakt wordt door een toenemend gebruik van energiebesparende maatregelen of door meer energiezuinig gedrag. 

Elektriciteitsverbruik particuliere huishoudens

Het elektriciteitsverbruik bestaat uit elektriciteitsleveringen van het openbare net (gecorrigeerd voor terugleveringen van eigen opwek aan het openbare net) plus eigen opwek van zonnestroom.

Het elektriciteitsverbruik van huishoudens was in 2017 3,5 lager dan in 2012 en daalde met 0,3 procent tussen 2016 en 2017. De elektriciteitsleveringen van het openbare net aan huishoudens (gecorrigeerd voor terugleveringen) waren in 2012 9,2 procent lager dan in 2017 en daalden met 1,9 procent tussen 2016 en 2017. De opwek van zonnestroom door huishoudens was echter 160 GW in 2012 en 1.462 GW in 2017. Het aandeel eigen opwek in het totaal elektriciteitsverbruik van huishoudens nam toe van 1 procent in 2012 naar 6 procent in 2017.

Het elektriciteitsverbruik van particuliere huishoudens nam tussen 2012 en 2017 gemiddeld met 0,7 procent per jaar af. In onderstaande figuur is de bijdrage van de verschillende factoren aan deze afname te zien.

Decompositie van de verandering in elektriciteitsverbruik van particuliere huishoudens (%)
 Populatie-effectStructuureffectEnergie-intensiteiteffectTotaal
2012-20131,1-0,7-0,30,1
2013-20141,2-1,1-2,5-2,4
2014-20151-0,5-1,4-0,9
2015-20160,9-0,5-0,6-0,1
2016-20170,8-0,1-0,9-0,3
gemiddeld1-0,6-1,1-0,7

Het aardgasverbruik van huishoudens is gelijk aan de aardgasleveringen van het openbare net aan huishoudens, dat 15 procent lager was in 2017 dan in 2012, en met 3,0 procent daalde tussen 2016 en 2017. Wanneer het aardgasverbruik voor temperatuureffecten wordt gecorrigeerd, was het aardgasverbruik van huishoudens 10 procent lager in 2017 dan in 2012, en 0,6 procent hoger ten opzichte van 2016.

Het temperatuurgecorrigeerde aardgasverbruik van particuliere huishoudens daalde gemiddeld met 2,0 procent per jaar tussen 2012 en 2017. In onderstaande figuur is de bijdrage van de verschillende factoren aan deze daling te zien.

 Op basis van de toename in het aantal bewoonde woningen werd een gemiddelde jaarlijkse toename van 1,0 procent in het elektriciteitsverbruik van particuliere huishoudens verwacht (populatie-effect). Omdat tegelijkertijd het gemiddeld aantal personen in particuliere huishoudens per bewoonde woning met 3,0 procent afnam, werd echter ook een gemiddelde afname in het elektriciteitsverbruik van 0,6 procent per jaar verwacht. Daarnaast werd de afname in het elektriciteitsverbruik veroorzaakt door een afname in de energie-intensiteiten. Zo was in 2012 de energie-intensiteit voor apparaten en verlichting van 1 248 kWh per bewoner 1 156 kWh per bewoner lager in 2017. Elektriciteit wordt in woningen voornamelijk gebruikt voor apparaten en verlichting. Het energie-intensiteiteffect is een indicator voor energiebesparing. Op basis van het energie-intensiteiteffect bedroeg de gemiddelde jaarlijkse besparing in het elektriciteitsverbruik van particuliere huishoudens 1,1 procent tussen 2012 en 2017.

Het is niet duidelijk of en welk deel van de besparing op het elektriciteitsverbruik veroorzaakt wordt door een toenemend gebruik van energiebesparende maatregelen of door meer energiezuinig gedrag van bewoners.