Mannen en vrouwen per leeftijdsgroep

© Hollandse Hoogte
Op 1 januari 2018 telde Nederland 8,7 miljoen vrouwen en 8,5 miljoen mannen. Dat komt neer op 99 mannen op elke 100 vrouwen. Op jongere leeftijden zijn mannen licht in de meerderheid, op hogere leeftijden vrouwen. Per gemeente en leeftijdsgroep verschilt de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen.

Bevolking, 1 januari 2018 (x 1 000)
 MannenVrouwen
0 tot 10 jaar920,523875,642
10 tot 20 jaar1031,363983,128
20 tot 30 jaar1103,1361071,802
30 tot 40 jaar1043,4791034,666
40 tot 50 jaar1150,9111156,224
50 tot 60 jaar1250,3531241,003
60 tot 70 jaar1033,4151045,86
70 tot 80 jaar698,388762,277
80 jaar of ouder295,473483,441
 

Vrouwen worden ouder

Jaarlijks worden in Nederland meer jongens dan meisjes geboren. Mannen overlijden gemiddeld op jongere leeftijd dan vrouwen. Tot ongeveer veertig jaar is er een licht ‘mannenoverschot’, daarna is de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen vrijwel gelijk, om tegen zestig jaar om te slaan naar een ‘vrouwenoverschot’. Dit loopt op met de leeftijd.

In het kaartje is voor elke gemeente de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen te zien, per leeftijdsgroep van tien jaar. Dit is de stand op 1 januari 2018. Sommige gemeenten hebben relatief weinig inwoners. Alle cijfers zijn te vinden in de StatLine-tabel, waarin ook meerdere jaren geselecteerd kunnen worden.

Bronnen

Relevante links