Niet-beroepsbevolking

Deze groep bestaat uit personen van 15 tot 75 jaar die geen betaald werk hebben, niet recent naar werk hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Drie op de tien 15- tot 75-jarigen behoren niet tot beroepsbevolking

De totale bevolking van 15 tot 75 jaar, 12,8 miljoen mensen, kan worden onderverdeeld in de beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking. Het leeuwendeel, 70 procent, behoort tot de beroepsbevolking. In het eerste kwartaal van 2017 ging het om bijna 9,0 miljoen personen. Het overige deel, 30 procent, behoort niet tot de beroepsbevolking. Het gaat om bijna 3,9 miljoen personen, 35 duizend meer dan een jaar eerder. De niet-beroepsbevolking bestaat vooral uit scholieren en studenten, mensen die zorgen voor gezin of huishouden, arbeidsongeschikten en gepensioneerden.

Vooral meer middelbaar opgeleiden in niet-beroepsbevolking

Er behoorden in het eerste kwartaal 48 duizend middelbaar opgeleiden meer tot de niet-beroepsbevolking dan een jaar eerder. Ook kwamen er opnieuw meer mannen en 65-plussers bij. Voor laatstgenoemden hangt dit samen met de vergrijzing. Het aantal mannen dat geen deel uitmaakt van de beroepsbevolking nam toe met 35 duizend, het aantal 65-plussers met 28 duizend. Verder maakten in het eerste kwartaal 23 duizend meer hoogopgeleiden geen deel uit van de beroepsbevolking. Het aantal laagopgeleiden die niet tot de beroepsbevolking behoren, nam juist af met 27 duizend.

Relevante links