Positie werkkring en arbeidsduur

In het tweede kwartaal van 2016 bestond de werkzame beroepsbevolking uit bijna 8,4 miljoen personen, dat zijn er 90 duizend meer dan een jaar eerder. Daarmee is dit het zevende opeenvolgende kwartaal waarin het aantal werkzame personen hoger ligt dan in hetzelfde kwartaal van het jaar ervoor.

Het aantal werkenden nam in de eerste helft van 2015 toe. Daarna bleef het enkele maanden vrijwel gelijk om vanaf het einde van het jaar weer toe te nemen. In de eerste helft van 2016 heeft deze stijging zich voortgezet.

Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar)
Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar)
 Werkzame beroepsbevolking
2011 I8,232
2011 II8,259
2011 III8,301
2011 IV8,327
2012 I8,283
2012 II8,327
2012 III8,368
2012 IV8,341
2013 I8,259
2013 II8,273
2013 III8,28
2013 IV8,254
2014 I8,146
2014 II8,19
2014 III8,251
2014 IV8,27
2015 I8,235
2015 II8,296
2015 III8,332
2015 IV8,311
2016 I8,287
2016 II8,386
 

Vooral meer flexwerkers, maar ook meer vaste werknemers

Het aantal vaste arbeidskrachten is de afgelopen jaren fors teruggelopen. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2011 is het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie met 400 duizend geslonken. In het tweede kwartaal van 2016 waren er bijna 5,2 miljoen werknemers met een vast contract. Dat zijn er 15 duizend meer dan een jaar eerder. Daarmee neemt het aantal vaste werknemers voor het eerst sinds 2009 weer toe ten opzichte van hetzelfde kwartaal van een jaar eerder.

Naast het aantal vaste werknemers nam ook het aantal werknemers met een flexibel contract toe. In het tweede kwartaal van 2016 waren er ruim 1,8 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 72 duizend meer dan een jaar eerder. Het aantal werknemers met een flexibel contract neemt al sinds medio 2010 toe.

Evenals het aantal werknemers met een flexibel contract zit ook het aantal zelfstandigen al jaren in de lift. In het tweede kwartaal 2016 was hun aantal echter vrijwel even groot als een jaar eerder en waren er bijna 1,4 miljoen personen met een hoofdbaan als zelfstandige. Sinds 2008 ligt dit aantal in bijna elk kwartaal hoger dan in hetzelfde kwartaal van het voorgaande jaar. De toename is vrijwel volledig toe te schrijven aan zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) naar positie in de werkkring
Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) naar positie in de werkkring
 Vaste werknemers Flexibele werknemers Zelfstandigen
2011 I5,5851,4021,245
2011 II5,5651,4621,232
2011 III5,5491,5011,25
2011 IV5,541,5181,269
2012 I5,531,481,273
2012 II5,5271,5311,268
2012 III5,5081,5921,268
2012 IV5,4371,621,284
2013 I5,3691,591,299
2013 II5,3341,6271,312
2013 III5,2891,6591,332
2013 IV5,2431,6781,333
2014 I5,1981,6171,331
2014 II5,1671,6691,353
2014 III5,1511,7421,357
2014 IV5,1721,7231,375
2015 I5,1681,6991,368
2015 II5,1481,7641,384
2015 III5,1211,821,391
2015 IV5,1341,7831,395
2016 I5,1461,7481,394
2016 II5,1631,8361,386


Vooral meer voltijders, maar ook iets meer deeltijders dan een jaar eerder

Ruim de helft van de bijna 8,4 miljoen werkenden werkt voltijds. Zij werken minimaal 35 uur per week. In het tweede kwartaal van 2016 waren er ruim 4,3 miljoen voltijders. Sinds de tweede helft van 2014 zit het aantal voltijders in de lift. Hun aantal ligt sindsdien in elk kwartaal hoger dan in hetzelfde kwartaal van een jaar eerder. In het tweede kwartaal van 2016 waren er 75 duizend voltijders meer dan een jaar eerder.

Bijna de helft van alle werkenden werkt in deeltijd, dat wil zeggen minder dan 35 uur per week. In het tweede kwartaal waren er bijna 4,1 miljoen deeltijders. Hiervan hadden er 1,6 miljoen een kleine deeltijdbaan (minder dan 20 uur per week) en bijna 2,5 miljoen een grote deeltijdbaan (20 tot 35 uur per week).

De afgelopen jaren zijn er vooral personen met een grote deeltijdbaan bijgekomen. Tussen het tweede kwartaal van vorig jaar en het tweede kwartaal van 2016 kwamen er 64 duizend mensen bij met een grote deeltijdbaan. In dezelfde periode nam het aantal personen met een kleine deeltijdbaan juist af met 50 duizend. Door deze twee tegengestelde ontwikkelingen kwam het totaal aantal deeltijders in het tweede kwartaal van 2016 per saldo 14 duizend hoger uit dan een jaar eerder.

Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) naar arbeidsduur
Werkzame beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) naar arbeidsduur
 1 tot 20 uur20 tot 35 uur35 uur of meer
2011 I1,5792,3124,341
2011 II1,5992,3014,359
2011 III1,5922,3124,397
2011 IV1,6362,3194,372
2012 I1,6252,3314,327
2012 II1,6242,3584,345
2012 III1,622,3944,354
2012 IV1,6512,394,3
2013 I1,6652,3734,221
2013 II1,672,3814,222
2013 III1,6192,4034,259
2013 IV1,6652,3734,215
2014 I1,6162,3474,183
2014 II1,6272,374,192
2014 III1,5972,3854,269
2014 IV1,6532,394,227
2015 I1,6672,3784,191
2015 II1,6752,3874,235
2015 III1,6242,4214,287
2015 IV1,6232,4114,278
2016 I1,6132,434,244
2016 II1,6252,4514,31