Relatief minder mensen werken buiten kantoortijden
In 2024 werkte 29 procent van de werkenden nooit buiten kantoortijden. In 2021 was dit nog 27 procent. 47 procent werkte soms in de avond, nacht, of in het weekend; dit bleef gelijk.
| Werktijden | 2021 (% van werkzame beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar) | 2024 (% van werkzame beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|
| Meestal of altijd buiten kantoortijden | 25,2 | 23,5 |
| Soms buiten kantoortijden | 47,0 | 46,9 |
| Nooit buiten kantoortijden | 27,0 | 28,7 |
Vooral minder werkenden op zaterdag
Vooral het aandeel mensen dat op zaterdag werkt, is lager. In 2024 werkte 14 procent van de werkenden meestal of altijd op zaterdag, in 2021 was dit 16 procent. Werk op zondag of in de avond nam minder sterk af. Het aandeel nachtwerk bleef gelijk.
In 2024 werkten ongeveer evenveel mensen meestal of altijd ‘s avonds als op zaterdag. In 2024 werkte 9 procent van de werkenden meestal of altijd op zondag, in 2021 was dit 10 procent. Nachtwerk komt het minst voor; in beide jaren werkte ongeveer 3 procent meestal of altijd ‘s nachts.
| Tijdstip | 2021 (% van werkzame beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar) | 2024 (% van werkzame beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar) |
|---|---|---|
| 's Avonds | 15,4 | 14,6 |
| 's Nachts | 2,9 | 2,8 |
| Zaterdag | 16,1 | 14,4 |
| Zondag | 9,9 | 9,1 |
Jongeren werken vaakst buiten kantoortijden
Van de werkende 15- tot 25-jarigen zegt 55 procent meestal of altijd buiten kantoortijden te werken. Dit is beduidend meer dan in de overige leeftijdsklassen, waar dit percentage onder de 20 ligt. De 55- tot 65-jarigen en 65- tot 75-jarigen werken het vaakst binnen kantoortijden; 33 procent van de werkenden zegt nooit buiten kantoortijden te werken.
| Leeftijd | Meestal of altijd buiten kantoortijden (% van werkzame beroepsbevolking) | Soms buiten kantoortijden (% van werkzame beroepsbevolking) | Nooit buiten kantoortijden (% van werkzame beroepsbevolking) |
|---|---|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 54,6 | 26,9 | 17,8 |
| 25 tot 35 jaar | 18,5 | 49,1 | 31,6 |
| 35 tot 45 jaar | 15,8 | 54,1 | 29,1 |
| 45 tot 55 jaar | 16,9 | 52,4 | 29,8 |
| 55 tot 65 jaar | 17,0 | 49,3 | 32,8 |
| 65 tot 75 jaar | 19,1 | 46,0 | 33,4 |
Keukenhulpen en veetelers werken het vaakst buiten kantoortijden
Werkenden uit de beroepsklassen ICT-beroepen en bedrijfseconomische en administratieve beroepen zeggen het minst vaak dat ze buiten kantoortijden werken; dit geldt voor hoogstens 10 procent van hen. In de dienstverlenende beroepen werkt 52 procent van de werkenden meestal of altijd in de avond, nacht, of in het weekend.
In de top tien van beroepsgroepen waarin de meeste werkenden zeggen dat ze meestal of altijd buiten kantoortijden werken, staan dan ook veel dienstverlenende beroepen, zoals keukenhulpen en koks. Keukenhulpen en veetelers werken van alle beroepsgroepen het vaakst buiten kantoortijden: respectievelijk 81 en 79 procent. Vergeleken met andere beroepen werken de keukenhulpen veel in de avond, terwijl de veetelers relatief veel op zaterdag en zondag werken.
| Beroep | Meestal of altijd buiten kantoortijden (% van werkenden in beroepsgroep) |
|---|---|
| Keukenhulpen | 81 |
| Veetelers | 79 |
| Kelners en barpersoneel | 78 |
| Koks | 77 |
| Kassamedewerkers | 70 |
| Sportinstructeurs | 65 |
| Managers horeca | 64 |
| Bakkers | 64 |
| Laders, lossers en vakkenvullers | 62 |
| Verkoopmedewerkers detailhandel | 56 |