Materiële welvaart

Materiële welvaart gaat over de mate waarin mensen in staat zijn om te voorzien in hun eerste levensbehoeften en invulling te geven aan hun leven.

  • Het mediaan besteedbaar inkomen en de individuele consumptie stijgen en horen bij de hoogste in de EU-27.
  • De financiële middelen van huishoudens zijn toegenomen en armoede komt vergeleken met andere EU-landen weinig voor.
  • Meer mensen maken zich zorgen om hun financiële toekomst.

Brede welvaart 'hier en nu'

Materiële welvaart

€ 36 500
per huishouden (gestandaardiseerd, in prijzen 2024) in 2024
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
5e
van 27
in EU
in 2024
Mediaan besteedbaar inkomen
€ 32 446
per inwoner (prijzen 2021) in 2025
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
4e
van 27
in EU
in 2025
Individuele consumptie
Brede welvaart 'hier en nu'
Thema Indicator Waarde Trend Positie in EU Positie op EU-ranglijst
Materiële welvaart Mediaan besteedbaar inkomen € 36 500 per huishouden (gestandaardiseerd, in prijzen 2024) in 2024 stijgend (stijging brede welvaart) 5e van 27 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Materiële welvaart Individuele consumptie € 32 446 per inwoner (prijzen 2021) in 2025 stijgend (stijging brede welvaart) 4e van 27 in 2025 bovenste kwart van de ranglijst

Uitleg dashboard, kleuren en noten

Het mediaan besteedbaar inkomen per huishouden en de individuele consumptie per inwoner stijgen trendmatig, gecorrigeerd voor inflatie. De individuele consumptie per inwoner is van 2024 op 2025 met 1,2 procent toegenomen. Nederland is een relatief welvarend land: het mediaan besteedbare inkomen (5e van 27 landen) en de individuele consumptie (4e van 27 landen) zijn in 2025 relatief hoog binnen de EU. Ook is de inkomensongelijkheid laag ten opzichte van andere EU-landen (SDG 10.1 Sociale samenhang en ongelijkheid).

Het gemiddelde huishouden is goed in staat om in het geval van een schok te voorzien in het eigen levensonderhoud (Schokbestendigheid: hier en nu). De financiële middelen van huishoudens zijn toegenomen en de relatieve armoede en het risico op armoede zijn laag vergeleken met andere EU-landen (SDG1 Armoede). Volgens de Nederlandse armoededefinitie nemen het aandeel kinderen in armoede en het aandeel langdurig armen trendmatig af. In 2024 steeg de mediane koopkracht van de Nederlandse bevolking met 3,6 procent. Dit is de hoogste stijging in meer dan twintig jaar. De koopkrachtstijging is niet gelijk verdeeld. Mensen in werknemershuishoudens gingen er het meest op vooruit, zelfstandigen minder en bijstandshuishoudens het minst. Het aandeel mensen met een problematische schuld neemt niet langer trendmatig toe.

Wel maakten in 2025 meer mensen zich zorgen over hun financiële toekomst dan in 2024. Het percentage van de bevolking dat zich veel zorgen maakt over de eigen financiële toekomst steeg van 26,1 procent in 2024 naar 28,1 procent in 2025.