Arbeid en vrije tijd

Arbeid en vrije tijd gaat over de hoeveelheid en kwaliteit van werk en over de balans tussen werk en vrije tijd. Betaald en onbetaald werk geeft mensen controle over hun leven, helpt bij het ontwikkelen van vaardigheden en van een gevoel van eigenwaarde en nut voor de samenleving. Vrije tijd draagt bij aan gezondheid, tevredenheid met het leven en sociale relaties.

  • Veel Nederlanders werken en de gewerkte uren nemen geleidelijk toe, maar gecorrigeerd voor inflatie was het uurloon van werknemers in 2024 ongeveer even hoog als in 2009.
  • De omzet van bedrijven gaat naar verhouding minder naar loon en meer naar winst.
  • Steeds meer mensen hebben een hbo- of wo-diploma en juist minder mensen hebben een ander onderwijsniveau.

Brede welvaart 'hier en nu'

Arbeid en vrije tijd

0,5%
van de beroepsbevolking was een jaar of langer werkloos in 2025
De langjarige trend is dalend (stijging brede welvaart)
1e
van 27
in EU
in 2025
Langdurige werkloosheid
73,2%
van de bevolking van 15-74 jaar in 2025
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
1e
van 27
in EU
in 2024
Nettoarbeidsparticipatie
38,2%
van de 15 t/m 74-jarigen heeft als behaald onderwijsniveau hbo of wo in 2025
De langjarige trend is stijgend (stijging brede welvaart)
7e
van 27
in EU
in 2024
Behaald onderwijsniveau: hbo, wo
73,9%
van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden in 2025
6e
van 26
in EU
in 2022
Tevredenheid met vrije tijd
5,63
voertuigverliesuren per inwoner in 2024
Tijdverlies door files en vertraging
79,2%
van de werkenden van 15-74 jaar is (zeer) tevreden in 2025
7e
van 27
in EU
in 2017
Tevredenheid met werk (werkenden)
Brede welvaart 'hier en nu'
Thema Indicator Waarde Trend Positie in EU Positie op EU-ranglijst
Arbeid en vrije tijd Langdurige werkloosheid 0,5% van de beroepsbevolking was een jaar of langer werkloos in 2025 dalend (stijging brede welvaart) 1e van 27 in 2025 bovenste kwart van de ranglijst
Arbeid en vrije tijd Nettoarbeidsparticipatie 73,2% van de bevolking van 15-74 jaar in 2025 stijgend (stijging brede welvaart) 1e van 27 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Arbeid en vrije tijd Behaald onderwijsniveau: hbo, wo 38,2% van de 15 t/m 74-jarigen heeft als behaald onderwijsniveau hbo of wo in 2025 stijgend (stijging brede welvaart) 7e van 27 in 2024 bovenste kwart van de ranglijst
Arbeid en vrije tijd Tevredenheid met vrije tijd 73,9% van de bevolking van 18+ is (zeer) tevreden in 2025 6e van 26 in 2022 bovenste kwart van de ranglijst
Arbeid en vrije tijd Tijdverlies door files en vertraging 5,63 voertuigverliesuren per inwoner in 2024
Arbeid en vrije tijd Tevredenheid met werk (werkenden) 79,2% van de werkenden van 15-74 jaar is (zeer) tevreden in 2025 7e van 27 in 2017 bovenste kwart van de ranglijst

Uitleg dashboard, kleuren en noten

Door de krapte op de arbeidsmarkt zijn de mogelijkheden om te werken groot, hoewel de spanning op de arbeidsmarkt niet langer toeneemt. De vacaturegraad was in 2024 de hoogste in de EU (1e van de 17 beschikbare landen), maar daalde in 2025 (SDG8.2 Arbeid en vrije tijd). De nettoarbeidsparticipatie in Nederland is al jaren de hoogste van de EU-27. Bijna driekwart van de bevolking heeft in 2025 betaald werk. De langdurige werkloosheid (langer dan één jaar) blijft met 0,5 procent laag en daalt trendmatig. Vergeleken met andere EU-landen is de langdurige werkloosheid in Nederland het laagste.

Al jaren blijft de financiële beloning voor werk stabiel. Gecorrigeerd voor inflatie was het reële uurloon van werknemers in 2024 een van de hoogste in de EU-27, maar is het sinds 2009 niet meer gestegen (SDG8.2 Arbeid en vrije tijd). Door stijgende winsten van de machine-industrie en energiebedrijven lijkt de arbeidsinkomensquote structureel lager te zijn dan in voorgaande jaren (ongeveer 70 procent vanaf 2021 tegenover ongeveer 74 procent daarvoor). Deze daling betekent dat het aandeel van het arbeidsinkomen in het totale inkomen afneemt en dat het aandeel van de operationele winst van bedrijven stijgt (SDG8.1 Economie en productiefactoren).

Ook de tevredenheid met verschillende aspecten van werk en de ervaren balans tussen arbeid en vrije tijd zijn belangrijke pijlers onder brede welvaart ‘hier en nu’. De tevredenheid met het werk is in Nederland groot: ongeveer 79 procent van de werknemers was in 2025 (zeer) tevreden. Ondanks deze hoge tevredenheid, ervaart een steeds groter deel van de werkenden psychische vermoeidheid door werk. Het aandeel mensen dat een disbalans ervaart tussen werk en privé loopt wel terug (SDG8.2 Arbeid en vrije tijd). Mensen zijn daarnaast tevreden met de hoeveelheid vrije tijd: in 2025 was 74 procent van de bevolking (zeer) tevreden.

De krapte op de arbeidsmarkt wordt minder. In 2025 was het aandeel dat zich zorgen maakt om het behouden van hun baan groter dan in 2024. Op de middellange termijn nemen zorgen van werknemers over het behoud van hun baan wel af. Het aandeel van de werkenden dat aangeeft regelmatig zelfstandig te kunnen beslissen over de uitvoering van het werk neemt niet langer trendmatig toe en daalde zelfs tussen 2024 en 2025. In 2025 gaf 64 procent van de werkenden van 15 tot 75 jaar aan regelmatig zelf te kunnen beslissen over de uitvoering van het werk vergeleken met 65,5 procent in 2024 (SDG8.2 Arbeid en vrije tijd).

Verdeling van brede welvaart over bevolkingsgroepen laat zien dat hbo’ers en universitair geschoolden op veel maatschappelijke terreinen over het algemeen een hogere brede welvaart bereiken. Nederlanders hadden in 2024 vergeleken met andere EU-landen vaak een hbo- of wo-diploma. In 2025 is dit aandeel verder toegenomen tot 38,2 procent van de 15- tot 75-jarigen en een dalend aandeel van de 15- tot 75-jarigen heeft juist geen startkwalificatie. Ook andere vormen van opleiding zijn van belang: de groep met als behaald onderwijsniveau havo, vwo of mbo-2-4 nam af tot 36,1 procent. Vergeleken met andere EU-landen is dit aandeel juist klein.

Wat betreft deelname aan verschillende vormen onderwijs is er een stabiel beeld: ruim 96 procent van de kinderen vanaf 4 jaar neemt deel aan voorschoolse educatie, ruim 7 procent van de jongvolwassenen stopt voortijdig met hun opleiding en meer dan 23 procent van de Nederlanders van 25 tot 75 jaar volgde in 2024 een vorm van onderwijs in de vier weken voorafgaand aan het moment dat zij hierover bevraagd werden. Al deze indicatoren hebben een stabiele trend (SDG 4 Kwaliteitsonderwijs).

Nederlanders hebben een hoog niveau van digitale vaardigheden vergeleken met inwoners van andere EU-landen: in 2025 stond Nederland aan kop in de EU-27. Bijna 84 procent van de Nederlanders van 16 tot 75 jaar heeft ten minste digitale vaardigheden op basisniveau. Digitale vaardigheden worden steeds belangrijker om maatschappelijk en economisch te kunnen participeren. Ook is een groot deel van de Nederlandse bevolking tevreden met de opleidingskansen, bijna 84 procent. Wel bleek uit het PISA-onderzoek in 2022 een afname in de wiskunde- en leesvaardigheden van Nederlandse 15-jarigen. De meest recente cijfers zijn onderdeel van het PISA-onderzoek dat iedere vier jaar in de OESO-landen wordt gedaan (SDG 4 Kwaliteitsonderwijs).