Woninghuur stijgt gemiddeld met 4,4 procent

© CBS

De huren van woningen waren in juli 2026 gemiddeld 4,4 procent hoger dan in juli 2025. Deze stijging is lager dan in de afgelopen twee jaar. In 2025 stegen de huren gemiddeld met 4,9 procent, in 2024 met 5,4 procent. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

Gemiddelde huurstijging per 1 juli
JaarWoninghuren (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20161,9
20171,6
20182,3
20192,5
20202,9
20210,8
20223,0
20232,0
20245,4
20254,9
20264,4

Huur van sociale huurwoning stijgt harder bij woningcorporaties

De huren van sociale huurwoningen stegen in juli 2026 gemiddeld 4,3 procent. De huren van vrijesectorwoningen stegen gemiddeld 4,5 procent.

De huurprijs van sociale huurwoningen van woningcorporaties steeg gemiddeld met 4,4 procent. Sociale huurwoningen van overige verhuurders stegen met 4,1 procent iets minder in huurprijs. Woningcorporaties bezitten ongeveer twee derde van alle huurwoningen. Dit zijn meestal sociale huurwoningen.

Gemiddelde huurstijging sociale huurwoningen en vrijesectorwoningen
JaarSociale huurwoningen bij corporaties (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Sociale huurwoningen bij overige verhuurders (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Vrijesectorwoningen (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20202,73,43,0
20210,30,32,2
20222,62,83,8
20230,13,74,5
20245,65,75,0
20255,14,74,4
20264,44,14,5

Huur stijgt harder bij bewonerswisseling

Als een huurwoning een nieuwe bewoner krijgt, mag de huur meer stijgen dan de maximaal toegestane reguliere huurverhoging. De gemiddelde huurstijging is dan ook lager als bewonerswisselingen niet meegerekend worden. In 2026 komt de huurstijging van bestaande contracten uit op 3,8 procent. Het effect van bewonerswisselingen is 0,6 procentpunt (het verschil met de huurstijging van 4,4 procent van alle huren). Dat is daarmee lager dan in 2025, toen dit 0,8 procentpunt was.

Huurstijging en effect bewonerswisselingen per 1 juli
JaarExclusief bewonerswisseling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Effect bewonerswisseling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20161,40,5
20171,20,4
20181,80,5
20192,10,4
20202,40,5
20210,30,5
20222,40,6
20231,30,7
20244,70,7
20254,10,8
20263,80,6

Regionale verschillen in huurstijging

Op provinciaal niveau stegen de huren het hardst in Overijssel en Noord-Brabant, met 4,6 procent. In Overijssel hadden bewonerswisselingen van alle provincies ook het grootste effect op de huurontwikkeling: 0,9 procentpunt. In Noord-Brabant was dit effect 0,8 procentpunt. Van alle provincies stegen de huren in Fryslân met 4,0 procent het minst hard, waarbij bewonerswisselingen een effect hadden van 0,5 procentpunt.

Van de vier grote steden is de huur het meest gestegen in Rotterdam, de huren gingen daar gemiddeld 4,7 procent omhoog, waarvan 0,7 procentpunt veroorzaakt werd door bewonerswisselingen. Van de vier grote steden stegen de huren het minst in Amsterdam, met 4,3 procent. In Den Haag stegen de huren met 4,4 procent en in de gemeente Utrecht met 4,5 procent.

Gemiddelde huurstijging per 1 juli 2026
RegioExclusief bewonerswisseling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Effect bewonerswisseling (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Rotterdam4,00,7
Utrecht (gemeente)3,80,7
Den Haag3,80,6
Amsterdam3,60,7
Overijssel3,70,9
Noord-Brabant3,80,8
Zuid-Holland3,90,6
Flevoland3,90,6
Utrecht3,80,6
Noord-Holland3,70,7
Gelderland3,70,7
Limburg3,60,8
Zeeland3,50,6
Drenthe3,50,6
Groningen3,30,8
Fryslân3,50,5
Nederland3,80,6