Al drie kwartalen meer flexwerknemers dan een jaar eerder

© CBS / Nikki van Toorn

In het eerste kwartaal van 2026 waren er voor het derde kwartaal op rij meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie  dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Er zijn vooral meer oproep- of invalkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband zonder uitzicht op een vast dienstverband. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In het eerste kwartaal hadden 2,7 miljoen werknemers van 15 tot 75 jaar een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 63 duizend meer dan een jaar eerder. Ook hadden meer werknemers een vaste arbeidsrelatie (60 duizend), al is deze toename kleiner dan in eerdere kwartalen.

Bijna 1,5 miljoen mensen werkten als zelfstandige, 88 duizend minder dan een jaar eerder. De afname was het sterkst onder zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zelfstandigen daalde voor het vijfde kwartaal op een rij.

In totaal hadden ruim 9,8 miljoen mensen betaald werk, 35 duizend meer dan een jaar eerder. In de afgelopen twee jaar is de stijging van het aantal werkenden afgevlakt en in mei daalde dit aantal.

Werkzame beroepsbevolking, 15 tot 75 jaar
JaarKwartaalWerknemers
met vaste arbeidsrelatie (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder))
Werknemers
met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder))
Zelfstandigen (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder))
20241e kwartaal98-3029
20242e kwartaal105-5743
20243e kwartaal82-7432
20244e kwartaal51-5314
20251e kwartaal96-57-25
20252e kwartaal87-8-62
20253e kwartaal10936-91
20254e kwartaal11452-109
20261e kwartaal6063-88

Meer oproepkrachten, minder tijdelijke werknemers met uitzicht op vast

In het eerste kwartaal waren er meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie dan een jaar eerder. Dit komt vooral doordat er meer werknemers werken als oproep- of invalkracht werken, of in een tijdelijke arbeidsrelatie zonder uitzicht op een vast dienstverband. Daar staat tegenover dat het aantal uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijke arbeidsrelatie met uitzicht op een vast dienstverband afnam.

Werknemers met flexibele arbeidsrelatie, 1e kwartaal
Dienstverband2026 (x 1 000)2025 (x 1 000)
Oproepkracht
of invalkracht
1005956
Werknemer tijdelijk,
uitzicht op vast
597614
Werknemer tijdelijk
(1 jaar of langer)
399369
Uitzendkracht331345
Werknemer tijdelijk
(< 1 jaar)
283266
Werknemer flex
(contract onbekend)
9798

Een kwart van de oproep- of invalkrachten is 25 jaar of ouder

In het eerste kwartaal van 2026 werkten ruim een miljoen werknemers als oproep- of invalkracht. Ruim een kwart van hen is 25 jaar of ouder. Van hen zijn 130 duizend werknemers tussen de 25 en 45 jaar en 145 duizend tussen de 45 en 75 jaar.

De meeste oproep- of invalkrachten zijn jonger dan 25 jaar. Vergeleken met een jaar eerder nam het aantal oproep- of invalkrachten toe in alle leeftijdsgroepen, maar steeg het sterkst onder 25-plussers.

Mogelijk verdwijnen vanaf 2028 nulurencontracten voor de meeste oproepkrachten. Zij moeten dan een zogenoemd bandbreedtecontract krijgen. Daarin wordt er een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken. Alleen jongeren, studenten en AOW-gerechtigden mogen dan nog op basis van nulurencontracten werken.

Oproep of invalkracht, 1e kwartaal
Leeftijd2025 (x 1 000)2026 (x 1 000)
15 tot 25 jaar714730
25 tot 45 jaar113130
45 tot 75 jaar129145