Al drie kwartalen meer flexwerknemers dan een jaar eerder
In het eerste kwartaal van 2026 waren er voor het derde kwartaal op rij meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Er zijn vooral meer oproep- of invalkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband zonder uitzicht op een vast dienstverband. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In het eerste kwartaal hadden 2,7 miljoen werknemers van 15 tot 75 jaar een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 63 duizend meer dan een jaar eerder. Ook hadden meer werknemers een vaste arbeidsrelatie (60 duizend), al is deze toename kleiner dan in eerdere kwartalen.
Bijna 1,5 miljoen mensen werkten als zelfstandige, 88 duizend minder dan een jaar eerder. De afname was het sterkst onder zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zelfstandigen daalde voor het vijfde kwartaal op een rij.
In totaal hadden ruim 9,8 miljoen mensen betaald werk, 35 duizend meer dan een jaar eerder. In de afgelopen twee jaar is de stijging van het aantal werkenden afgevlakt en in mei daalde dit aantal.
| Jaar | Kwartaal | Werknemers met vaste arbeidsrelatie (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder)) | Werknemers met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder)) | Zelfstandigen (x 1 000 (verandering t.o.v. jaar eerder)) |
|---|---|---|---|---|
| 2024 | 1e kwartaal | 98 | -30 | 29 |
| 2024 | 2e kwartaal | 105 | -57 | 43 |
| 2024 | 3e kwartaal | 82 | -74 | 32 |
| 2024 | 4e kwartaal | 51 | -53 | 14 |
| 2025 | 1e kwartaal | 96 | -57 | -25 |
| 2025 | 2e kwartaal | 87 | -8 | -62 |
| 2025 | 3e kwartaal | 109 | 36 | -91 |
| 2025 | 4e kwartaal | 114 | 52 | -109 |
| 2026 | 1e kwartaal | 60 | 63 | -88 |
Meer oproepkrachten, minder tijdelijke werknemers met uitzicht op vast
In het eerste kwartaal waren er meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie dan een jaar eerder. Dit komt vooral doordat er meer werknemers werken als oproep- of invalkracht werken, of in een tijdelijke arbeidsrelatie zonder uitzicht op een vast dienstverband. Daar staat tegenover dat het aantal uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijke arbeidsrelatie met uitzicht op een vast dienstverband afnam.
| Dienstverband | 2026 (x 1 000) | 2025 (x 1 000) |
|---|---|---|
| Oproepkracht of invalkracht | 1005 | 956 |
| Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast | 597 | 614 |
| Werknemer tijdelijk (1 jaar of langer) | 399 | 369 |
| Uitzendkracht | 331 | 345 |
| Werknemer tijdelijk (< 1 jaar) | 283 | 266 |
| Werknemer flex (contract onbekend) | 97 | 98 |
Een kwart van de oproep- of invalkrachten is 25 jaar of ouder
In het eerste kwartaal van 2026 werkten ruim een miljoen werknemers als oproep- of invalkracht. Ruim een kwart van hen is 25 jaar of ouder. Van hen zijn 130 duizend werknemers tussen de 25 en 45 jaar en 145 duizend tussen de 45 en 75 jaar.
De meeste oproep- of invalkrachten zijn jonger dan 25 jaar. Vergeleken met een jaar eerder nam het aantal oproep- of invalkrachten toe in alle leeftijdsgroepen, maar steeg het sterkst onder 25-plussers.
Mogelijk verdwijnen vanaf 2028 nulurencontracten voor de meeste oproepkrachten. Zij moeten dan een zogenoemd bandbreedtecontract krijgen. Daarin wordt er een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken. Alleen jongeren, studenten en AOW-gerechtigden mogen dan nog op basis van nulurencontracten werken.
| Leeftijd | 2025 (x 1 000) | 2026 (x 1 000) |
|---|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 714 | 730 |
| 25 tot 45 jaar | 113 | 130 |
| 45 tot 75 jaar | 129 | 145 |
Bronnen
Relevante links
- Nieuwsbericht - Werkloosheid in mei 3,9 procent
- Dossier - Flexwerk
- Dossier - Zzp
- Website - Wetsvoorstel voor meer zekerheid flexwerkers aangenomen in Tweede Kamer