Economisch beeld wat negatiever in juli

Dit zijn de nieuwste cijfers over dit onderwerp. Bekijk eerdere cijfers.
© ANP / Henriette Guest Fotografie

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was in juli iets negatiever dan in juni. In de Conjunctuurklok van juli presteerden 9 van de 13 indicatoren slechter dan hun langjarige trend.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren, exclusief bbp, in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2022augustus0,93
2022september0,92
2022oktober0,89
2022november0,83
2022december0,79
2023januari0,71
2023februari0,66
2023maart0,62
2023april0,51
2023mei0,43
2023juni0,34
2023juli0,2
2023augustus0,09
2023september-0,01
2023oktober-0,13
2023november-0,2
2023december-0,27
2024januari-0,34
2024februari-0,36
2024maart-0,38
2024april-0,4
2024mei-0,39
2024juni-0,39
2024juli-0,41
2024augustus-0,4
2024september-0,37
2024oktober-0,36
2024november-0,32
2024december-0,29
2025januari-0,31
2025februari-0,3
2025maart-0,32
2025april-0,37
2025mei-0,38
2025juni-0,4
2025juli-0,43
2025augustus-0,42
2025september-0,41
2025oktober-0,42
2025november-0,39
2025december-0,37
2026januari-0,4
2026februari-0,38
2026maart-0,35
2026april-0,37
2026mei-0,34
2026juni-0,3
2026juli-0,33

Consumenten minder negatief, producenten positiever

Consumenten waren in juli minder negatief dan in juni. Producenten waren positiever dan in juni. Het consumentenvertrouwen lag wel nog ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar, terwijl het producentenvertrouwen erboven lag.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2022augustus-542,4
2022september-591,2
2022oktober-590,9
2022november-571,1
2022december-521
2023januari-491,1
2023februari-440,9
2023maart-390,9
2023april-37-0,3
2023mei-38-1,7
2023juni-39-2,7
2023juli-39-2,7
2023augustus-40-4,6
2023september-39-3,9
2023oktober-38-3,7
2023november-33-2,6
2023december-29-5,7
2024januari-28-4,4
2024februari-27-4,2
2024maart-22-4,8
2024april-21-3,6
2024mei-22-2,8
2024juni-23-2,4
2024juli-24-2,7
2024augustus-24-1,9
2024september-21-1,7
2024oktober-22-3,2
2024november-25-1,8
2024december-26-1,6
2025januari-28-1,6
2025februari-32-1,2
2025maart-34-1,5
2025april -37-3,3
2025mei-37-3,9
2025juni-36-5
2025juli-32-4,9
2025augustus-32-3,3
2025september-32-1,6
2025oktober-27-0,8
2025november-21-1,7
2025december-21-1,1
2026januari-230,8
2026februari-24-1,1
2026maart-30-0,7
2026april-44-0,7
2026mei-46-2
2026juni-391,3
2026juli-352,4

Meer export en consumptie huishoudens, minder investeringen

Het volume (werkdaggecorrigeerd) van de goederenexport was in mei 5,5 procent groter dan in mei 2025. In april groeide de export met 4,6 procent. Bedrijven hebben in mei vooral meer aardolieproducten uitgevoerd. Daarnaast was ook de export van machines en apparaten groter dan een jaar eerder.

Huishoudens hebben in mei 1,8 procent meer geconsumeerd dan in mei 2025, voor prijsveranderingen en koopdagen gecorrigeerd. Ze kochten vooral meer goederen.

In mei 2026 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 3,8 procent kleiner dan een jaar eerder. Een maand eerder krompen de investeringen met 3,3 procent. Er is in mei vooral minder geïnvesteerd in gebouwen, infrastructuur en machines.

Productie industrie in mei bijna 5 procent hoger

De kalendergecorrigeerde productie van de Nederlandse industrie lag in mei 4,9 procent hoger dan in mei 2025. Dat is dezelfde stijging als in april. Ten opzichte van april steeg de productie van de industrie in mei met 0,1 procent.

Meer faillissementen in juni

In juni, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 15 bedrijven (inclusief eenmanszaken) meer failliet verklaard dan in mei. Dat is een stijging van 5 procent.

Prijzen koopwoningen ruim 4 procent hoger in juni

In juni waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 4,1 procent hoger dan een jaar eerder. Een maand eerder was de prijsstijging 4,4 procent. Ten opzichte van mei 2026 stegen de prijzen met 0,6 procent in juni.

Werkloosheid daalt, minder gewerkte uren, minder vacatures

In juni waren er 393 duizend werklozen. Hiermee was 3,8 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een maand eerder was dat 3,9 procent.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het tweede kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,4 procent minder dan in het kwartaal ervoor.

Aan het einde van het tweede kwartaal stonden er 375 duizend vacatures open, 3 duizend minder dan een kwartaal eerder. De daling van het aantal vacatures zet daarmee door.

De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling was in het eerste kwartaal 3,8 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2025.

Bbp stijgt 0,4 procent in tweede kwartaal 2026

Volgens de eerste berekening van het CBS steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. De consumptie door huishoudens en de overheidsconsumptie droegen het meest positief bij aan de groei van het bbp in het tweede kwartaal.

Bruto binnenlands product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2021=100)
20223e kwartaal105,7
20224e kwartaal105,5
20231e kwartaal105
20232e kwartaal104,6
20233e kwartaal103,9
20234e kwartaal104,1
20241e kwartaal104,4
20242e kwartaal105,3
20243e kwartaal106
20244e kwartaal106,3
20251e kwartaal106,6
20252e kwartaal106,9
20253e kwartaal107,4
20254e kwartaal107,8
20261e kwartaal108,1
20262e kwartaal108,5