Veel aspecten brede welvaart in de lift, sommige niet

© Hollandse Hoogte / David Rozing
De brede welvaart in Nederland stijgt op veel fronten trendmatig en nam recentelijk op veel onderdelen verder toe. Er waren ook neerwaartse ontwikkelingen, vooral in de sfeer van arbeid en wonen. Een deel van de gesignaleerde ontwikkelingen hangt waarschijnlijk deels samen met de sterke economische groei in de afgelopen jaren. Voor wat betreft de toekomstige brede welvaart laten de meest recente ontwikkelingen ook een aantal verslechteringen zien, wederom op het terrein van natuur en milieu. Dit meldt het CBS in de tweede editie van de Monitor Brede Welvaart. In deze nieuwe editie wordt ook ingegaan op de Sustainable Development Goals.


Het CBS publiceert de monitor op verzoek van het Kabinet op Verantwoordingsdag. Het Kabinet geeft op deze dag ook een reactie op de belangrijkste conclusies van de monitor. Tijdens het Verantwoordingsdebat wordt de monitor in de Tweede Kamer behandeld. In deze tweede editie van de monitor zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties geïntegreerd, vandaar dat de naam is gewijzigd in Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals. Deze wereldwijde duurzame ontwikkelingsdoelen raken aan de brede welvaart en worden nagestreefd door alle 193 landen die lid zijn van de Verenigde Naties, waaronder Nederland.

De drie planbureaus (CPB, PBL en SCP) publiceren vandaag de ‘Brief Planbureaus inzake Brede welvaart’.

Meeste onderdelen huidige welvaart vertonen stijgende lijn

De ontwikkeling van de brede welvaart in het ‘hier en nu’, de huidige brede welvaart in Nederland, is in de tweede monitor vastgesteld aan de hand van 29 indicatoren, verdeeld over acht thema’s. Het algemene beeld is overwegend positief. Over de laatste acht jaar bezien wijzen negen brede-welvaartstrends in de richting van een stijging en waren er 14 stabiel. En dat terwijl de brede welvaart ‘hier en nu’ afgezet tegen andere EU-landen al hoog te noemen is. Een aantal SDG-indicatoren weerspiegelt het positieve beeld, zoals de gezonde levensverwachting van mannen (SDG 3.4.1), het slachtofferschap van misdaad (SDG 11.7.2) en de stedelijke blootstelling aan fijnstof (SDG 11.6.2). Voor zes indicatoren was er sprake van trends in de richting van een lagere brede welvaart. Vier daarvan hebben betrekking op aan arbeid en huisvesting gerelateerde indicatoren. Daarnaast is het percentage mensen met overgewicht toegenomen (SDG 2.2.2).

De meest recente ontwikkelingen laten een meer gemengd beeld zien dan de lange-termijntrends. Hier zijn meer ontwikkelingen in de richting van een dalende brede welvaart. Dit kan waarschijnlijk niet los worden gezien van de sterke economische groei van de laatste jaren. Zo namen de filedruk en de blootstelling aan fijnstof in steden toe en nam de tevredenheid met de woning af.

Brede Welvaart Trends, Hier en Nu Tevredenheid met het leven De eerste indicator onder het thema wel- zijn is tevredenheid met het leven. De trend sinds 2011 is neutraal. In 2018 steeg de tevredenheid met 0,3%-punt. Binnen de EU is Neder- land het meest tevreden land. Persoonlijke welzijnsindex De tweede indicator onder het thema wel- zijn is de persoonlijke welzijnsindex. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 steeg de index met 1,5%-punt. Voor de index zijn geen EU-data voorhanden. Ervaren regie over het eigen leven De derde indicator onder het thema wel- zijn is de ervaren regie over het eigen leven. De langetermijntrend is neutraal. In 2018 daalde de ervaren re- gie met 1,8%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Mediaan besteedbaar inkomen De eerste indicator onder het thema ma- teriële welvaart is de mediaan van het beschikbaar inkomen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg het inkomen met 0,6%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Individuele consumptie De tweede indicator onder het thema ma- teriële welvaart is de individuele con- sumptie. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg de con- sumptie met 1,6%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Gezonde levensverwachting mannen De eerste indicator onder het thema ge- zondheid is de gezonde levensverwachting van mannen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 0,2%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Gezonde levensverwachting vrouwen De tweede indicator onder het thema ge- zondheid is de gezonde levensverwachting van vrouwen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg zij met 0,8%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij laag. Overgewicht De derde indicator onder het thema ge- zondheid is overgewicht. Dit vertoont de laatste 8 jaar een stijgende trend. In 2018 steeg het met 1,2%-punt. Verge- leken met andere EU-landen is het cijfer voor Nederland gemiddeld. Langdurige werkloosheid De eerste indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is langdurige werk- loosheid. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde zij met 0,5%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Nettoarbeidsparticipatie De tweede indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is nettoarbeidspar- ticipatie. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg zij met 1,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Hoogopgeleide bevolking De derde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is het aandeel hoog- opgeleiden. Dit kent de laatste 8 jaar een opwaartse trend. In 2018 steeg het met 0,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Tevredenheid met vrije tijd De vierde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is tevredenheid met de vrije tijd. De langetermijntrend toont een daling. In 2018 daalde het met 0,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Tijdverlies door files en vertraging De vijfde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is tijdverlies door files en vertraging. Dit steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 6,7%. Voor het tijdverlies zijn geen EU-data voorhanden. Tevredenheid met werk (werknemers) De zesde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is de tevredenheid met werk van werknemers. Deze daalde de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg zij met 0,6%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Kwaliteit van woningen De eerste indicator onder het thema wo- nen is de kwaliteit van de woningen. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde zij met 2,2%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Tevredenheid met woning De tweede indicator onder het thema wo- nen is de tevredenheid met de woning. De langetermijntrend toont een daling. In 2018 daalde zij met 0,6%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Contact met familie, vrienden of buren De eerste indicator onder het thema samenleving is het contact met familie, vrienden of buren. De langetermijn toonde een daling. In 2018 daalde het met 0,4%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Inspraak en verantwoordingsplicht De tweede indicator onder het thema samenleving is inspraak en verantwoor- dingsplicht. De trend sinds 2011 is neutraal. In 2017 steeg die met 1,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Vertrouwen in instituties De derde indicator onder het thema samenleving is vertrouwen in instituties. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,2%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Vertrouwen in mensen De vierde indicator onder het thema samenleving is vertrouwen in mensen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,5%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Ontwikkeling normen en waarden De vijfde indicator onder het thema samenleving is de ontwikkeling van nor- men en waarden. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg het met 4,0%-punt. Voor deze indicator zijn geen EU-data voorhanden. Vrijwilligerswerk De zesde indicator onder het thema samenleving is vrijwilligerswerk. De langetermijntrend is neutraal. In 2018 daalde het met 0,9%-punt. Binnen de EU verricht Nederland het meeste vrijwilligerswerk. Vaak onveilig voelen in de buurt De eerste indicator onder het thema veiligheid betreft het veiligheidsgevoel in eigen buurt. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 bleef het gelijk. Er zijn over dit onderwerp geen EU-data voorhanden. Slachtofferschap van misdaad De tweede indicator onder het thema veiligheid betreft het slachtofferschap van misdaad. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 daalde het met het met 2,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Beheerde natuur in Natuurnetwerk Nederland De eerste indicator onder het thema milieu betreft de oppervlakte natuur in het Natuurnetwerk Nederland. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 1,8%-punt. Er is voor deze indicator geen EU-equivalent. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren De tweede indicator onder het thema milieu betreft de kwaliteit van zwemwater in de binnenwateren. Deze steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg zij met 0,2%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Living Planet Index De derde indicator onder het thema milieu is de Living Planet Index, een maat voor de biodiversiteit. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daal- de de index met 0,1%. De index kan niet Europees worden vergeleken. Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM 2,5 ) De vierde indicator onder het thema milieu is de stedelijke blootstelling aan fijn- stof. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het fijnstof- gehalte met 5,1%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Milieuproblemen De vijfde indicator onder het thema milieu is de ervaren last van milieuproblemen in de woonomgeving. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 3,0%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner. Bron: CBS

Hoewel het totaalbeeld overwegend positief is, is de welvaartsontwikkeling niet altijd gelijk verdeeld over alle bevolkingsgroepen. Hoogopgeleiden genieten bijvoorbeeld gemiddeld gezien een hogere brede welvaart dan laagopgeleiden.

Recente afname natuurlijk kapitaal

De monitor besteedt ook aandacht aan de voorwaarden voor de toekomstige brede welvaart in Nederland. Dit gebeurt aan de hand van de ontwikkeling van bepaalde voorraden of ‘kapitalen’. Van de in totaal twintig brede-welvaartstrends voor ‘later’ zijn er tien opwaarts en acht stabiel. Dit positieve beeld geldt ook voor de SDG-indicatoren die betrekking hebben op de latere brede welvaart. Deze laten alle een stabiele trend zien of bewegen in de richting van het doel, te weten: de gezonde levensverwachting van mannen en vrouwen (SDG 3.4.1), de stedelijke blootstelling aan fijnstof (SDG 11.6.2), discriminatiegevoelens (SDG 10.3.1) en biodiversiteit, afgemeten met de Living Planet Index (SDG 15.5.1).

Twee trends wijzen op een verlaging van onze latere brede welvaart. Deze betreffen beide het ‘natuurlijk kapitaal’: fossiele energiereserves en cumulatieve CO2-emissies. De overige vormen van ‘natuurlijk kapitaal’ tonen een stijgende of stabiele trend. Ondanks de stijgende of stabiele trends, is de positie van Nederland bij het ‘natuurlijk kapitaal’ naar Europese maatstaven nog relatief laag. Dit geldt vooral voor klimaatactie (SDG 13) en leven op het land (SDG 15).

Brede Welvaart Trends, Later +2,0%-0,5%-0,5%+0,3%+27,5% -6,4%+20,1%+1,8%pt-55,4%-3,3%-0,1%-5,5%+5,1%+0,3%+1,6%+0,9%pt+0,8%+0,2%-0,5%pt-0,8%pt-0,2%pt Bron: CBS Fysieke kapitaalgoederenvoorraad De eerste indicator van het economisch kapitaal is de fysieke kapitaalgoederen- voorraad. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde die met 0,5%. Binnen de EU is de Neder- landse voorraad gemiddeld. Kenniskapitaalgoederenvoorraad De tweede indicator van het economisch kapitaal is de kenniskapitaalgoederen- voorraad. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 daalde die met 0,5%. Binnen de EU is de Neder- landse voorraad relatief hoog. Gemiddelde schuld per huishouden De derde indicator van het economisch kapitaal is de gemiddelde schuld per huishouden. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 steeg die met 0,3%. Binnen de EU is de Neder- landse schuld relatief hoog. Mediaan vermogen van huishoudens De vierde indicator van het economisch kapitaal is het mediaan vermogen van huishoudens. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg het met 27,5%. Het vermogen kan niet met an- dere EU-landen worden vergeleken. Fossiele energiereserves De eerste indicator van het natuurlijk kapitaal is zijn de fossiele energie- reserves. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 daalden ze met 6,4%. Binnen de EU zijn de Neder- landse reserves gemiddeld. Opgesteld vermogen hernieuwbare electriciteit De tweede indicator van het natuurlijk kapitaal is het opgestelde vermogen aan hernieuwbare elektriciteit. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 20,1%. Binnen de EU is het Nederlandse vermogen vrij laag. Beheerde natuur in Natuurnetwerk Nederland De derde indicator van het natuurlijk materiaal betreft de oppervlakte natuur in het Natuurnetwerk Nederland. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 1,8%-punt. Er is voor deze indicator geen EU-equivalent. Fosforoverschot De vierde indicator van het natuurlijk kapitaal is het fosforoverschot. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het met 55,4%. ver- geleken met andere EU-landen is het Nederlandse overschot gemiddeld. Stikstofoverschot De vijfde indicator van het natuurlijk kapitaal is het stikstofoverschot. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het met 3,3%. ver- geleken met andere EU-landen is het Nederlandse overschot hoog. Living Planet Index De zesde indicator van het thema natuurlijk kapitaal is de Living Planet Index, een maat voor de biodiversiteit. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde de index met 0,1%. De index kan niet Europees worden vergeleken. Oppervlakte- en grondwaterwinning De zevende indicator van het natuurlijk kapitaal is de oppervlakte- en grond- waterwining. De langetermijntrend toont een daling. In 2016 daalde zij met 5,5%. Vergeleken met andere EU-landen is de Nederlandse winning vrij hoog. Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM 2,5 ) De achtste indicator van het natuurlijk kapitaal is de stedelijke blootstelling aan fijnstof. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het fijnstof- gehalte met 5,1%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Cumulatieve CO 2 -emissies De negende indicator van het natuurlijk kapitaal zijn de cumulatieve CO₂-emissies per inwoner vanaf 1860. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 stegen ze met 0,3%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Gewerkte uren De eerste indicator van het menselijk kapitaal is het aantal gewerkte uren per inwoner. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg het met 1,6%. Binnen de EU is het Neder- landse cijfer gemiddeld. Hoogopgeleide bevolking De tweede indicator van het menselijk kapitaal is het aandeel hoogopgeleiden. Dit kent de laatste 8 jaar een op- waartse trend. In 2018 steeg het met 0,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Gezonde levensverwachting vrouwen De derde indicator van het menselijk kapitaal is de gezonde levensverwachting van vrouwen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg zij met 0,8%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij laag. Gezonde levensverwachting mannen De vierde indicator van het menselijk kapitaal is de gezonde levensverwachting van mannen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 0,2%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Vertrouwen in mensen De eerste indicator van het sociaal kapitaal is het vertrouwen in mensen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,5%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Discriminatiegevoelens De tweede indicator van het sociaal kapi- taal is het aandeel van de bevolking dat discriminatiegevoelens ondervindt. De langetermijntrend is neutraal. In 2016 steeg het met 0,8%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Vertrouwen in instituties De derde indicator van het sociaal kapi- taal is het aandeel van de bevolking dat instituties vertrouwt. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,2%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner.

Op vier onderdelen nam het ‘natuurlijk kapitaal’ recentelijk verder af. De fossiele energiereserves en de biodiversiteit namen af, de blootstelling aan fijnstof en de cumulatieve CO2-emissies namen toe. De recente stijging van de hoeveelheid fijnstof wijkt af van de trendmatige daling. Naast deze onderdelen van het natuurlijk kapitaal is recentelijk ook een afname te zien van drie onderdelen van het ‘economisch kapitaal’: fysiek kapitaal, kenniskapitaal en gemiddelde schuld per huishouden (deze nam toe). Ook het ‘sociaal kapitaal’ nam op twee onderdelen af: vertrouwen in mensen en vertrouwen in instituties. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze recentelijke dalingen beperkt zijn.

Meer invoer grondstoffen, maar minder uit armste landen

Naast onze huidige en toekomstige brede welvaart besteedt de monitor ook aandacht aan het effect dat de Nederlandse samenleving heeft op de rest van de wereld (‘elders’), in het bijzonder de minst ontwikkelde landen ter wereld (in het Engels, de Least Developed Countries, of LDC’s). Hierbij wordt onder meer aandacht besteed aan ‘handel en hulp’, de handels- en inkomensstromen tussen Nederland en het buitenland. De drie indicatoren die dit thema beschrijven, en die ook onderdeel zijn van SDG 17 (partnerschap om doelstellingen te bereiken), vertonen een stabiele trend. In vergelijking met andere EU-landen heeft Nederland veel handels- en hulprelaties met andere landen.

Naast handel en hulp wordt ook gekeken naar het effect van de Nederlandse samenleving op het milieu en de grondstoffenvoorraad in andere landen. Drie van de negen brede-welvaartstrends die hieronder vallen, zijn neerwaarts. Deze trends geven aan dat Nederland in toenemende mate fossiele brandstoffen en biomassa uit de rest van de wereld betrekt, en biomassa uit de minst ontwikkelde landen in het bijzonder. In vergelijking met andere EU-landen voert Nederland als grote handelsnatie veel grondstoffen in. Veel van de grondstoffen worden geëxporteerd, al dan niet na een (kleine) bewerking.

Van de recente ontwikkelingen zijn er zes positief voor de brede welvaart elders en zes negatief. Met name de groei van de invoer uit de minst ontwikkelde landen lijkt wat af te remmen; die uit de rest van de wereld neemt juist toe. Verder is de Nederlandse broeikasgasvoetafdruk in 2018 verder toegenomen.

Brede Welvaart Trends, Elders +2,0%+7,5%-0,0%pt+0,0%pt-2,1%-17,9%+6,2%-24,6%+6,1%+42,0%+0,3%-16,3%+4,9% Bron: CBS Totale invoer uit Least Developed Countries De eerste indicator onder het thema handel en hulp is de totale invoer uit de de armste landen. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 7,5%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Ontwikkelingshulp¹⁾ De tweede indicator onder het thema handel en hulp is ontwikkelingshulp als aandeel van het nationaal inkomen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het afgerond 0,0%-punt. Bin- nen de EU staat Nederland vrij hoog. Overdrachten¹⁾ De derde indicator onder het thema handel en hulp zijn overdrachten als aandeel van het bbp. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 stegen ze afgerond met 0,0%-punt. Binnen de EU staat Nederland vrij hoog. Invoer fossiele energiedragers De eerste indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van fossiele energiedragers. Deze steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 2,1%. Binnen de EU voert Neder- land hiervan relatief het meeste in. Invoer fossiele energiedragers uit armste landen De tweede indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van fossiele energiedragers uit de armste landen. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 17,9%. Er zijn hierover geen EU-cijfers voorhanden. Invoer metalen De derde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van metalen. Deze bleef de laatste 8 jaar vrij con- stant. In 2018 steeg die met 6,2%. Ver- geleken met andere EU-landen is de Nederlandse metaalinvoer vrij hoog. Invoer metalen uit armste landen De vierde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van metalen uit de armste landen. De trend over de laat- ste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde die met 24,6%. Over dit onderwerp zijn geen EU-data voorhanden. Invoer niet-metaal mineralen De vijfde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van niet- metallische mineralen. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg die met 6,1%. Afgezet tegen EU-landen is de Nederlandse invoer vrij hoog. Invoer niet-metaal mineralen uit armste landen De zesde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van niet- metallische mineralen uit de armste landen. Deze bleef de laatste 8 jaar vrij con- stant. In 2018 steeg die met 42,0%. Hiervan zijn geen EU-data. Invoer biomassa De zevende indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van biomassa. Deze steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg die met 0,3%. Vergeleken met andere EU-landen voert Nederland relatief de meeste biomassa in. Invoer biomassa uit armste landen De achtste indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van biomassa uit de armste landen. Deze steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 16,3%. Voor dit onderwerp zijn geen EU-data voorhanden. Broeikasgasvoetafdruk De negende indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de broeikasgas- voetafdruk. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 4,9%. Van de broeikasgasvoetafdruk zijn geen EU-data voorhanden. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner.

1) Deze indicator betreft bestedingen. Een groene of rode kleur betekent hier dat er meer of minder geld is besteed, niet dat de brede welvaart is toe- of afgenomen.