Minder verhuizingen in 2018

© CBS / Nikki van Toorn
In 2018 verhuisden 1,79 miljoen inwoners van Nederland, 5 procent minder dan in 2017. Daarmee komt een einde aan de opwaartse trend die werd ingezet in 2014. Vooral mensen jonger dan 50 verhuisden minder. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.


Verhuisde personen (mln)
 Verhuisde personen
'041,59
'051,65
'061,68
'071,64
'081,63
'091,5
'101,46
'111,46
'121,48
'131,47
'141,56
'151,68
'161,79
'171,88
'18*1,79
*Voorlopige cijfers

Ondanks de daling verhuisden in 2018 nog relatief veel mensen vergeleken met de voorgaande tien jaar. Alleen in 2016 en 2017 wisselden meer mensen van woning.

In 2018 werden minder woningen verkocht dan in 2017. Ook verhuisden minder mensen vanuit asielzoekerscentra. De daling van het aantal verhuizingen komt uit op 4 procent als de verhuizingen van Syriërs niet worden meegeteld.

Alleen 65-plussers verhuisden meer

In vrijwel alle leeftijdsgroepen vertoonde het aantal verhuizingen in de periode 2012–2017 een stijgende lijn. De 17- tot 22-jarigen vormden een uitzondering hierop en wisselden juist minder van woning. In 2017 begonnen ook de 22- tot 30-jarigen minder te verhuizen en in 2018 volgden alle andere leeftijdsgroepen, behalve de 65-plussers. De daling was het sterkst bij mensen van 30 tot 50 jaar.

Verhuisde personen (2013=100)
 0 tot 17 jaar17 tot 22 jaar22 tot 30 jaar30 tot 40 jaar40 tot 50 jaar50 tot 65 jaar65 jaar of ouder
2013100100100100100100100
2014110100104112107111101
201512495108126116124112
201613892112140126138118
201715291112147136152128
2018*13886107139129149134
*Voorlopige cijfers

Twintigers verhuizen nog steeds het meest

De 20- tot 30-jarigen verhuizen van oudsher het meest. In deze levensfase gaan jongeren vaak op zichzelf wonen, samenwonen en/of betrekken ze hun eerste koophuis. Ook in 2018 was het aantal verhuizingen het hoogst onder twintigers, ondanks de daling in de afgelopen jaren. In absolute zin wisselden de 24-jarigen het meest van woning, 65 duizend keer (2018).

Verhuisde personen (x 1 000)
 2018*2017
022,925,8
125,129,4
22427,2
322,225,1
420,322,9
519,421,8
618,720,9
718,119,9
817,518,8
916,617,4
1015,516,3
1114,515,5
1214,415,6
131415,2
1414,215,3
1514,315,3
161516,2
1718,620,3
1833,836
1940,241,6
2044,648,1
2149,853,6
2255,159,2
2362,666,4
2465,167,3
2563,867,3
2661,463,8
2758,459,1
285253
294749,2
3043,546
3140,142,5
3237,339,2
3333,936,1
3431,633,3
3528,931,2
3627,829,8
3726,527,7
3824,625,6
3922,823,8
4021,322
4120,121,1
421920,6
431819,4
4417,619,7
4517,819,6
4617,819,6
4717,918,9
4817,517,7
4916,516,2
5015,215,8
5114,715,6
5214,415
5314,114,5
5413,413,8
5513,313,4
5612,312,3
5711,311,5
5810,610,8
5910,110,3
609,69,7
619,39,4
628,78,7
638,48,4
648,28,5
658,78,7
668,48
677,77,7
687,57,8
697,47,9
707,78,1
717,96,5
726,45,6
735,65,5
745,65
7554,8
764,95,1
774,94,9
784,94,7
794,84,6
804,74,7
814,64,7
824,64,6
834,54,6
844,64,6
854,54,7
864,64,6
874,44,2
884,14
893,83,6
903,33,1
912,82,8
922,42,3
9321,9
941,61,5
951,21,2
960,80,8
970,60,6
980,40,3
990,20,2
1000,20,3
*Voorlopige cijfers

Gezinnen verhuizen minder

In 2018 daalde het aantal verhuizingen vooral onder ongetrouwde stellen zonder kinderen en getrouwde stellen met kinderen. In beide groepen daalde het aantal verhuizingen met meer dan 7 procent. Eerder schreef het CBS dat jonge gezinnen hun verhuisplannen in de crisisjaren niet konden verwezenlijken. In de jaren na 2013 lukte dit ze wel en steeg het aantal verhuizingen in deze groep. Vermoedelijk daalde het aantal verhuizingen in 2018 omdat de meeste gezinnen die tijdens de crisis wilden verhuizen dat al hadden gedaan. Tegelijk is er sprake van toenemende krapte op de woningmarkt.

Verhuisde personen naar huishouden (% verandering 2017-2018)
 Verandering 2017-2018
Alleenstaande-1,04
Partner in niet-gehuwd paar zonder kinderen-7,24
Partner in gehuwd paar zonder kinderen-1,68
Partner in paar met kinderen-7,55
Ouder in eenouderhuishouden-3,41