Hoger beschikbaar inkomen in tweede kwartaal

Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het in het tweede kwartaal van 2018 met 1,1 procent gestegen. Dit is hoger dan voorgaande twee kwartalen. Het inkomen steeg vooral doordat meer mensen aan het werk waren. Hogere afdrachten aan belastingen en sociale premies drukten het beschikbaar inkomen. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de financiën van huishoudens. Op basis van deze cijfers kan geen uitspraak worden gedaan over de verdeling van de inkomensontwikkeling over de verschillende huishoudensgroepen.

Reëel beschikbaar inkomen en bbp (%-mutatie t.o.v. een jaar eerder)
Perioden  Beschikbaar inkomen (reëel)Bbp, gecorrigeerd voor werkdageneffecten
20162e kwartaal1,92
3e kwartaal1,52,1
4e kwartaal22,2
20171e kwartaal2,12,6
2e kwartaal1,93,3
3e kwartaal1,93
4e kwartaal12,9
20181e kwartaal0,93
2e kwartaal1,12,9

De groei van het beschikbaar inkomen blijft al langer achter bij de groei van het BBP. Het primair inkomen nam in de eerste twee kwartalen van 2018 toe met circa 4 procent. De groei van het primair inkomen komt echter niet volledig terug in het beschikbaar inkomen. In dit saldo worden ook de overdrachten via belastingen, sociale regelingen en overige inkomensoverdrachten meegenomen. De betaalde overdrachten door huishoudens (belastingen, sociale premies, giften e.d.) namen meer toe dan de ontvangsten door huishoudens (de sociale uitkeringen), waardoor de groei van het beschikbaar inkomen en het primair inkomen uit elkaar gaan lopen.

Netto primair en beschikbaar inkomen (2016-k2=100)
JaarKwartaalPrimair inkomenBeschikbaar inkomen
20162e kwartaal100,0100,0
3e kwartaal100,7100,3
4e kwartaal101,6101,4
20171e kwartaal102,4102,1
2e kwartaal103,5102,9
3e kwartaal104,4103,6
4e kwartaal105,5104,1
20181e kwartaal106,6104,7
2e kwartaal107,9105,7

Bijdrage aan ontwikkeling van het beschikbaar inkomen in het tweede kwartaal

Zowel het gemengd inkomen van zelfstandigen, als de beloning van werknemers nam in het tweede kwartaal met 4,1 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Voor beiden typen werkenden was er sprake van een groei in het aantal banen. Voor werknemers kwamen er 234 duizend banen bij en voor zelfstandigen 15 duizend.

De ontvangen uitkeringen namen eveneens toe en droegen daardoor bij aan de groei van het inkomen. Deze bijdrage was wel kleiner dan in voorgaande kwartalen. In het tweede kwartaal namen de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toe, en door de vergrijzing bleven ook de AOW-uitkeringen stijgen. De WW-uitkeringen namen echter af, net zoals de uitgaven aan de studiefinanciering en de Wajong.

Het grootste drukkende effect op het beschikbaar inkomen kwam van de belastingen en sociale premies, deze namen met 4,2 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. Dit is mede het gevolg van de stijging van het gemengd inkomen en de beloning van werknemers, waardoor ook de premiebasis toeneemt. Ook de stijging van de consumentenprijzen had een negatief effect op het reële inkomen.

Bijdrage aan mutatie van het beschikbaar inkomen (%-punt)
bijdragen van de componenten aan de mutatie van het RBI  Inkomen uit productie-activiteitenLonen van werknemersNetto-inkomen uit vermogen en overdrachtenBelastingen en sociale premiesSociale uitkeringenInflatie (prijsindex consumptie huishoudens en IZWH)
20162e kwartaal1,41,60,3-10,1-0,7
3e kwartaal1,22,20,1-20,4-0,5
4e kwartaal1,12,9-0,3-1,90,7-0,6
20171e kwartaal1,23-0,1-2,20,9-0,6
2e kwartaal1,53,1-0,1-2,61-0,9
3e kwartaal1,93,1-0,4-2,51-1,3
4e kwartaal1,93,4-0,4-3,30,9-1,5
20181e kwartaal1,83,9-0,5-3,50,8-1,6
2e kwartaal1,74,1-0,3-3,40,7-1,6

Bronnen