Begrotingsoverschot halverwege 2018 naar 1,9% van bbp

© Hollandse Hoogte / Peter Elenbaas luchtfotografie
De overheid hield in de eerste helft van 2018 ruim 5 miljard euro meer over dan in de eerste helft van vorig jaar. Het begrotingsoverschot steeg daarmee op jaarbasis, gemeten vanaf het derde kwartaal 2017 tot en met het tweede kwartaal 2018, naar 1,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De daling van de overheidsschuld zet daarmee in de eerste helft van 2018 gestaag door. Eind juni bedroeg de overheidsschuld 54 procent van het bbp. Dit is een daling van 3 procentpunt van het bbp sinds begin 2018. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers van de overheidsfinanciën.

Overheidssaldo, halfjaarcijfers en jaarcijfers (%-bbp)
   OverheidssaldoEMU-norm
2008II0,2-3
IV0,2-3
2009II-1,8-3
IV-5,1-3
2010II-5,6-3
IV-5,2-3
2011II-4,7-3
IV-4,4-3
2012II-4-3
IV-3,9-3
2013II-3,3-3
IV-2,9-3
2014II-2,9-3
IV-2,2-3
2015II-2-3
IV-2-3
2016II-1,1-3
IV0-3
2017II0,8-3
IV1,2-3
II1,9-3

Collectievelastendruk verder toegenomen

De inkomsten van de overheid waren in de eerste helft van 2018 bijna 11 miljard hoger dan de uitgaven. Dit is een verdubbeling vergeleken met het eerste halfjaar van 2017. De inkomsten namen vooral toe door hogere belasting- en premieopbrengsten, zoals btw, vennootschapsbelasting en loon- en inkomstenheffingen. Deze nemen de laatste jaren harder toe dan het bbp. Halverwege 2018 steeg de belasting- en premiedruk, ook wel collectievelastendruk genoemd, verder naar 38,5 procent van het bbp. Dit betekent een stijging van ruim 3 procentpunt na 2012. In 2003 en 2004 lag de collectievelastendruk nog op 34,5 procent van het bbp. De niet-belastingmiddelen, die iets meer dan 10 procent van de overheidsinkomsten uitmaken, groeiden het eerste halfjaar met bijna 1 miljard euro. Onder andere de winstuitkeringen van deelnemingen namen toe.

Uitgaven nemen weer toe

De uitgaven zijn in het eerste halfjaar van 2018 met 4 miljard euro relatief veel gestegen. In de periode 2010-2016 kwamen zij steeds uit tussen de 300 en 310 miljard euro. Halverwege 2018 zijn de uitgaven toegenomen tot 318 miljard euro op jaarbasis. De stijging is over een breed terrein waarneembaar. Naast de hogere uitgaven aan AOW-uitkeringen en zorguitgaven stegen ook de uitgaven aan beloningen van werknemers en aankopen van goederen en diensten.

Waar de overheid over het kalenderjaar 2017 een overschot behaalde van 1,2 procent van het bbp, kwam het saldo over het eerste halfjaar uit op 1,9 procent van het bbp, op jaarbasis berekend als het saldo van de laatste vier kwartalen. Het gerealiseerde saldo van inkomsten en uitgaven in het eerste halfjaar van 2018 bedraagt 10 miljard euro. De Miljoenennota 2019 gaat uit van een overschot voor geheel 2018 van iets minder dan 6 miljard euro.

Inkomsten en uitgaven overheid, halfjaarcijfers en jaarcijfers (mld euro)
   InkomstenUitgaven
2008II272,4271,2
IV280,3279
2009II274,4286,1
IV265,5297,3
2010II269304,1
IV272,4305,9
2011II275305,2
IV275,5304,3
2012II278,5304,8
IV279,7305,3
2013II285,2306,9
IV287,9307,3
2014II288,9308,1
IV292,7307,2
2015II294307,9
IV293,9307,8
2016II301,3308,8
IV308,8308,7
2017II315,4309,5
IV322,2313,3
II331,8317,7

Schuldquote gedaald naar 54 procent

De overheidsschuld kwam halverwege 2018 uit op 408 miljard euro. Dit komt overeen met 54 procent van het bbp wat 3 procentpunt lager is dan eind 2017. De sterke daling van de schuldquote kwam zowel door de sterke toename van het bbp (noemereffect) als door aflossing van schuld. De overheid loste in de eerste helft 2018 bijna 12 miljard euro van haar schuld af. Het merendeel hiervan kon de overheid aflossen doordat zij als gevolg van het begrotingsoverschot in het eerste halfjaar 10 miljard euro overhield.

Schuldquote (overheidsschuld in percentage van het bbp), halfjaarcijfers en jaarcijfers (% bbp)
   SchuldquoteEMU-norm
2008II43,860
IV54,760
2009II56,660
IV56,860
2010II59,260
IV59,360
2011II60,460
IV61,760
2012II63,960
IV66,260
2013II68,360
IV67,760
2014II68,560
IV67,960
2015II66,760
IV64,660
2016II63,260
IV6260
2017II58,860
IV5760
II5460