Iets meer melkkoeien op stal

In 2014 liep 69 procent van de melkkoeien in de wei, iets minder dan een jaar eerder. Vooral melkveehouders met minder dan veertig melkkoeien stuurden de melkkoeien vaak de wei in. Ook in de typische veenweidegebieden waar veel grasland is te vinden komen de melkkoeien naar verhouding vaak in de wei. Dit meldt CBS.

Ruim een miljoen koeien buiten

In 2014 liep 69 procent van de melkkoeien in de wei, in 2013 nog 70 procent. Hiermee hebben in 2014 bijna 1,1 miljoen melkkoeien kunnen grazen, 10 duizend meer dan een jaar eerder. Doordat het aantal melkkoeien met ongeveer 50 duizend steeg is het aantal koeien dat op stal werd gehouden met 40 duizend sterker gestegen dan het aantal dat buiten liep. In 2001 was het aandeel melkkoeien met weidegang nog 90 procent.

Aandeel melkkoeien in de wei

Grotere bedrijven minder koeien in de wei

In 2014 heeft 76 procent van de melkveehouders een vorm van weidegang toegepast. De grootte van het bedrijf speelt een belangrijke rol bij de keuze om het vee te laten grazen. Bij bedrijven met minder dan veertig melkkoeien kiest 94 procent voor weidegang. Bij de grote bedrijven met 160 melkkoeien of meer is dit 49 procent. Bij de grotere bedrijven bemoeilijkt de bedrijfsvoering het toepassen van weidegang. Men gebruikt hier vaker melkrobots en meestal wordt op deze bedrijven de koe ongeveer drie keer per dag gemolken. Hiervoor moet ze doorgaans wel in de stal zijn. CBS beschikt alleen over de weidegang van melkgevende melkkoeien. Hierdoor zijn geen cijfers over deelweidegang beschikbaar, waarbij ook informatie over de weidegang van jongvee bekend dient te zijn.

Bedrijven met melkkoeien in de wei, 2014

Meer weidegang in veenweidegebieden

Het aandeel koeien dat buiten komt, hangt ook af van het gebied waar ze worden gehouden. In de typische veenweidegebieden in het westen van Nederland (Utrecht, Noord- en Zuid-Holland) lopen relatief de meeste melkkoeien in de wei. De grond in deze gebieden is vooral geschikt voor grasland. Naarmate akkerbouw beter mogelijk is, lopen er minder melkkoeien in de wei. Dit doet zich voor in de Noordelijke en de Oostelijke en Centrale weidegebieden (Gelderland en de provincies ten noorden). Beduidend minder koeien staan in de wei in het Zuidelijk weidegebied. Dit is vooral Noord-Brabant met naar verhouding veel intensieve veehouderij.