Glastuinbouw: groter en grootst

Sinds 1980 is het aantal land- en tuinbouwbedrijven met 30% gedaald. Nu zijn er nog 100 000 over. Eén op de tien is een glastuinbouwbedrijf. In deze sector was de daling iets minder: een kwart van de bedrijven verdween.

Bedrijven met tuinbouw onder glas

Bedrijven met tuinbouw onder glas

Tomatencrisis

Vooral in de groententeelt onder glas was de teruggang dramatisch. Tussen 1980 en 1999 hield de helft van de bedrijven met glasgroenten ermee op of stapte over op sierteeltgewassen.

De grootste klappen vielen in de tomatenteelt. Besloegen tomaten in 1980 nog de helft van de oppervlakte glasgroenten, in 1999 was dat verminderd tot een kwart.

In 1995 was de prijs van tomaten namelijk tot een dieptepunt gedaald. In 1996 werd daardoor nog maar op 1000 hectare tomaten geteeld. De jaren daarna ging het wat beter. Toch was in 1999 nog maar een kwart van het aantal tomatentelers in 1980 over. Tuinderskringen beschrijven de donkere jaren rond 1995 als de Tomatencrisis.

Inmiddels heeft de paprika goeddeels de plaats van de verdwenen tomaten ingenomen. Werden in 1980 paprika’s geteeld op 5% van de oppervlakte van de groentekassen, in 1999 stonden zij op 25% van de kasoppervlakte. Komkommers staan en stonden op ongeveer 15% van de oppervlakte.

Glastuinbouwbedrijven naar grootte en soort gewas

Glastuinbouwbedrijven naar grootte en soort gewas

Op rozen

Het aantal bedrijven met sierteelt daalde tussen 1980 en 1999 maar met 8%. Voor een deel komt die geringe daling door de overstap van voormalige groentetelers. De totale oppervlakte sierteelt onder glas steeg met ruim 50%.

Toch liep van een aantal gewassen het aantal telers flink terug. Zo waren er in 1999 eenderde minder rozen- en chrysantentelers. Het aantal fresiatelers verminderde zelfs met tweederde.

In 1980 teelden veel glasbloementelers meer dan één gewas. Tegenwoordig hebben de meeste telers zich op een enkel gewas gespecialiseerd. Zodoende nam weliswaar het aantal telers van rozen en chrysanten af, maar groeide de oppervlakte rozen met een kwart en die van chrysanten met tweederde.

De anjer daarentegen lijkt uit de Nederlandse tuinbouwkassen te verdwijnen. Het areaal van deze snijbloem nam in de periode 1990-1999 met 75% af. Concurrentie uit Afrikaanse landen en een hardnekkige schimmelziekte maakte dat het areaal van 450 naar 100 hectare daalde.

De spectaculaire stijgingen in deze periode zitten echter in een andere hoek. Het areaal potplanten bijvoorbeeld, steeg tussen 1980 en 1999 met 125%. Het areaal perkplanten groeide met 230%, dat van boomkwekerijgewassen onder glas zelfs met 400%. Deze beide soorten gewassen worden echter samen slechts geteeld op zo’n 12% van het areaal siergewassen.

De glastuinbouw blijkt dus een dynamische sector. Weliswaar wil de conjunctuur per gewas wel eens verschillen, maar de schaalvergroting is een constante factor.

Areaal tuinbouwgewassen onder glas

Areaal tuinbouwgewassen onder glas

Frank van der Linden

Bron grafieken: LandbouwDataBank (cd-rom)