Bijstandsontvangers naar opleidingsniveau, 2003

De tabellen bevatten gegevens over personen met een uitkering in de leeftijd 15-64 jaar krachtens de Algemene bijstandswet (ABW). De bewoners van inrichtingen, instellingen of tehuizen blijven daarbij buiten beschouwing. Peildatum is 26 september 2003 (laatste vrijdag september 2003). Het gaat om de volgende vijf tabellen:

1. Bijstandsontvangers (15-64 jaar) naar hoogst behaalde opleidingsniveau, 2003

2. Bijstandsontvangers (15-64 jaar) naar geslacht en leeftijd (10-jaarsklassen) naar hoogst behaalde opleidings­niveau, 2003

3. Bijstandsontvangers (15-64 jaar) naar leeftijd (5-jaarsklassen) naar hoogst behaalde opleidings­niveau, 2003

4. Bijstandsontvangers (15-64 jaar) naar leefvorm en hoogst behaalde opleidings­niveau, 2003

5. Bijstandsontvangers (15-64 jaar) naar herkomstgroepering en hoogst behaalde opleidings­niveau, 2003

Beschrijving van het onderzoek

Informatie over personen met een bijstandsuitkering is gehaald uit de uitkeringen­bestanden van het Sociaal Statistisch Bestand (SSB). De bijstandsgegevens komen van oorsprong uit de administratie van de Algemene Bijstandswet ( Bijstands­kenmerken­statistiek), maar worden eerst consistent gemaakt met informatie uit andere bronnen (integratie­proces) voordat ze zijn opgenomen in het SSB.

De gegevens over het opleidingsniveau van de bevolking komen van oorsprong uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB) en worden gekoppeld met de bijstands­informatie in het SSB. Om betrouwbare cijfers (kleinere standaard­fout) te kunnen samenstellen over het opleidingsniveau van bijstands­ontvangers naar diverse achtergrondvariabelen, is het wenselijk om over een groter aantal waarnemingen te kunnen beschikken. Daarom wordt behalve de EBB 2003 ook de van de EBB’s van 2002 en 2004 gebruik gemaakt. Voor het grootste deel van de bijstandsontvangers zal het opleidingsniveau tussen 2002 en 2003, of tussen 2003 en 2004 immers niet veranderd zijn. De totaal­steekproef is vervolgens herwogen naar geslacht x leeftijd, de (etnische) herkomst­groepering en de leefvorm van de bijstandspopulatie.

Definities

Autochtonen
Personen die in Nederland geboren zijn en van wie ook beide ouders in Nederland geboren zijn alsmede personen die in het buitenland geboren zijn en van wie beide ouders in Nederland geboren zijn. Alle overige personen worden gerekend tot de allochtonen.

Allochtonen
Personen van wie minstens één ouder in het buitenland geboren is. Binnen de groepering van allochtonen wordt onderscheid gemaakt naar land van herkomst. Dit land bepaalt de herkomstgroepering. Van een in het buitenland geboren allochtoon wordt zijn of haar geboorteland beschouwd als het land van herkomst. Van een in Nederland geboren allochtoon wordt het geboorteland van de moeder beschouwd als zijn of haar land van herkomst, indien de moeder niet in Nederland is geboren. Indien betrokkene alsmede diens moeder in Nederland zijn geboren, dan wordt het geboorteland van de vader beschouwd als zijn of haar land van herkomst.

In deze publicatie worden de volgende herkomstgroeperingen onderscheiden:
1. Autochtonen;
2. Westerse allochtonen. Het land van herkomst is gelegen in:
-Europa (m.u.v. Nederland en Turkije);
-Noord-Amerika, Indonesië;
-Japan;
-Oceanië (onder meer Australië, Nieuw-Zeeland).
3. Niet-westerse allochtonen. Het land van herkomst is gelegen in Afrika,
Azië (m.u.v. Japan en Indonesië), Latijns-Amerika of Turkije. In de
publicatie wordt onderscheid gemaakt naar:
-Marokkanen en Turken;
-Surinamers, Antillianen (en Arubanen);
-Overige niet-westerse allochtonen.

Bijstandsuitkeringen
Uitkeringen krachtens de Algemene bijstandswet (ABW). In dit artikel zijn het periodieke, algemene (eventueel in combinatie met periodiek bijzondere) bijstandsuitkeringen die aan thuiswonenden worden verstrekt. Indien de bijstandsuitkering wordt uitgekeerd aan een gehuwd of samenwonend paar worden beide partners in de tabellen ingeteld.

Leefvorm
Onder leefvorm wordt het soort huishouden van de aanvrager(s) verstaan. Het is voor de hoogte van de bijstandsuitkering van belang of de aanvrager een alleenstaande of alleenstaande ouder is, of een huishouden voert met een partner die ook aanspraak kan maken op een bijstandsuitkering.

Opleidingsniveau (hoogst behaald)
De opleidingsniveau’s worden weergegeven volgens de nieuwste publicatie-indeling van de Standaard Onderwijs Indeling (SOI) 2003. Zie Bernelot Moens (2006).Het basisonderwijs (en lager) zijn opleidingen op niveau 1 en 2 van de SOI.
Het vmbo en mbo1-onderwijs, hier getypeerd als niveaucode 3a,  zijn opleidingen op niveau 3 van de SOI, m.u.v. SOI (4-digit) 3300 en SOI 3301.
De avo onderbouw (niveaucode 3b) betreft opleidingen met SOI (4-digit) 3300 en 3301.
Mbo 2 en 3, getypeerd als niveaucode 4a, betreffen opleidingen met SOI (2-digit) 41 en 42 (m.u.v. SOI-4dig 4200 en 4201).
Mbo 4, getypeerd als niveaucode 4b, betreft opleidingen met SOI (2-digit) 43 (m.u.v. SOI-4dig 4300 en 4301).
Havo en vwo, getypeerd als niveaucode 4c, zijn opleidingen met SOI (4-digit) 4200, 4201, 4300 en 4301.
Het hoger beroeps onderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) bachelor zijn opleidingen op niveau 5 van de SOI.
Het overige wo-onderwijs betreft opleidingen op niveau 6 en 7 van de SOI.

Literatuur

Bernelot Moens, M., 2006, Publicatie-indelingen voor SOI 2003 en ISCED 1997. SRS-nota, 2 maart 2006

Linder, Frank, 2006. Opleidingsniveau van bijstandsontvangers 2003. SAV-rapport, BPA-nr. 0140-06-SAV.