Inkomen en belastingdruk van een- en tweeverdieners

Conclusie

Tweeverdieners hebben het hoogste mediane inkomen van alle werkende huishoudenstypes. Huishoudens met een (echt)paar van wie slechts één partner verdiener is (eenverdieners) hebben daarentegen vaker juist een lager inkomen, maar betalen wel een groter gedeelte van hun inkomen als belastingheffing dan tweeverdieners. Ook bij een gelijk huishoudensinkomen hebben eenverdieners een hogere belastingdruk dan tweeverdieners. Het progressieve schijvensysteem in box 1 en de inkomensafhankelijke heffingskortingen per persoon leiden tot een hogere belastingvoet voor hogere persoonlijke inkomens. Tweeverdieners profiteren doordat zij een lager persoonlijk inkomen kunnen hebben bij een vergelijkbaar huishoudensinkomen als een eenverdienershuishouden.

Het inkomen van tweeverdieners is ook het hardst gestegen sinds 2014, wat voornamelijk toegeschreven kan worden aan een hoger inkomen van de minstverdienende partner. Minstverdienende partners zijn vaker vrouwen en zij zijn sinds 2014 gemiddeld meer uren gaan werken. Het inkomen van de partner is dus een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het huishoudensinkomen, wat de belastingdruk van tweeverdieners-huishoudens heeft verlaagd. Het inkomen van werkzame eenpersoonshuishoudens aan de andere kant is juist vrij stabiel gebleven en het inkomen van eenverdieners ondervond slechts een lichte groei.

Het aantal eenverdieners is afgenomen tussen 2014 en 2024. Ook hier speelt de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen een rol. In hoeverre de veranderende fiscale behandeling aan deze ontwikkeling heeft bijgedragen kan dit onderzoek niet uitwijzen. Net zoals in 2014 zijn tweeverdieners de meest voorkomende werkzame huishoudensgroep in Nederland, gevolgd door eenpersoonshuishoudens. Het aantal eenpersoonshuishoudens is het meest toegenomen van alle werkzame huishoudenstypen. Hun belastingheffing komt in de basis overeen met die van eenverdieners, alleen hebben zij geen partner die mogelijk meer zou kunnen werken en daarmee de belastingdruk zou kunnen verlagen.

Het belastingvoordeel van het hebben van een eigen arbeidsinkomen loopt snel op met het arbeidsinkomen van de minstverdienende partner. Dit wordt met name veroorzaakt door de arbeidskorting en eventueel de combinatiekorting. Zulke kortingen verlagen de te betalen inkomstenbelasting en bieden zo een financiële ondersteuning voor bepaalde huishoudens. Zo helpt de combinatiekorting werkende ouders met jonge kinderen in het huishouden. Dit voordeel neemt relatief weer af naarmate het inkomen van de partner hoger wordt en er sprake is van een hoge economische zelfstandigheid. Deze opzet stimuleert partners om meer te gaan werken en doet daarmee hun risico op armoede bij het wegvallen van hun partner afnemen.

De feitelijke belastingdruk wordt daarnaast beïnvloed door verschillende andere kenmerken van  huishoudens die niet noodzakelijk samenhangen met de verdeling van het inkomen binnen het huishouden. Een voorbeeld hiervan is de hypotheekrenteaftrek, die een fiscaal voordeel geeft aan woningeigenaren. Doordat tweeverdieners vaker een eigen woning bezitten, profiteren zij relatief meer van de hieraan verbonden fiscale voordelen. Dit leidt ertoe dat de aftrekregelingen voor eigenwoningbezit, hoewel niet specifiek gericht op het stimuleren van arbeidsparticipatie of de verdeling van het inkomen binnen het huishouden, in de praktijk bijdragen aan een lagere belastingdruk voor tweeverdieners.

Het aantal heffingskortingen, toeslagen, en de algehele complexiteit van het Nederlandse belastingsysteem kan tot onduidelijkheden leiden voor huishoudens over het precieze inkomenseffect van bijvoorbeeld meer werken of het krijgen van kinderen (Van de Ven en Van Dijk, 2023). In het voorliggende onderzoek wordt weliswaar geprobeerd een globaal statistisch inzicht te geven, maar de veelheid aan fiscale regelingen maakt het lastig om exacte cijfers te geven over de effecten van afzonderlijke regelingen en levenskeuzen. Verder onderzoek zou hier meer duidelijkheid over kunnen verschaffen, bijvoorbeeld over de marginale individuele belastingvoordelen van de verschillende heffingskortingen.