Buitengesloten voelen in de samenleving

3. Resultaten

3.1 Buitengesloten voelen

Van de 15-plussers voelt 15 procent zich enigszins tot helemaal buitengesloten in hun sociale leven, werk, of de maatschappij. Zij hebben een score van 6 of hoger op de schaal van 0 tot 10. Een ruime meerderheid (78 procent) voelt zich niet buitengesloten (score 0 tot 4) en 7 procent neemt een middenpositie in (score 5).

3.1.1 Buitengesloten voelen in de samenleving, 2024
Score (% van personen van 15 jaar of ouder)
034,2
114,4
215,2
39,3
45,2
56,9
65,5
74,3
83,0
91,1
100,8

3.2 Wie voelt zich buitengesloten?

Vrouwen, mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma en lagere inkomens voelen zich vaakst buitengesloten

Vrouwen geven met 17 procent iets vaker dan mannen (13 procent) aan zich buitengesloten te voelen. Leeftijd maakt geen verschil, maar onderwijsniveau, inkomen, de sociaaleconomische categorie en land van herkomst wel.

Zo voelt 18 procent van de mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma zich buitengesloten, 15 procent van de mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma, en 11 procent van de hbo- of universitair geschoolden. Na correctie voor de andere achtergrondkenmerken valt het verschil tussen mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma en mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma weg.

Mensen met lagere inkomens voelen zich vaker buitengesloten (23 procent) dan mensen met hogere inkomens (13 procent). Daarnaast voelen mensen met een sociale uitkering, zoals een werkloosheids- of bijstandsuitkering, zich vaker buitengesloten dan mensen met betaald werk, studenten, mensen met een pensioen en mensen zonder eigen inkomen. Bij mensen met een sociale uitkering gaat het om 32 procent, bij mensen zonder inkomen om 20 procent en bij studenten, werkenden en gepensioneerden om 13 procent.

Het verschil tussen mensen zonder eigen inkomen en mensen die werken, studeren, of een pensioen hebben, verdwijnt na correctie voor andere achtergrondkenmerken. Dit heeft vooral te maken met de inkomensverschillen tussen deze twee groepen. Het verschil tussen mensen met een sociale uitkering en de andere twee sociaaleconomische categorieën wordt na correctie, waaronder voor inkomen, wel kleiner, maar blijft bestaan. Dat betekent dat er naast een lager inkomen ook andere factoren zijn die maken dat mensen met een sociale uitkering zich vaker buitengesloten voelen.

3.2.1 Buitengesloten voelen naar sociaaleconomische categorie, 2024
Sociaaleconomische categorieVoelt zich buitengesloten (% van personen van 15 jaar of ouder)
Uitkeringsontvanger32,2
Overige (zonder inkomen)19,6
Werknemer, zelfstandige, (school)kind of student, pensioenontvanger13,0

Migranten voelen zich vaakst buitengesloten

Mensen die in een ander land zijn geboren (migranten) voelen zich vaker buitengesloten in hun sociale leven, op het werk of in de samenleving dan mensen met een Nederlandse herkomst (zelf en beide ouders in Nederland geboren) en mensen die zelf in Nederland zijn geboren maar van wie minstens één ouder in het buitenland is geboren.

Bij migranten is er ook een verschil naar herkomstland. Van de migranten die afkomstig zijn uit een land buiten Europa voelt 24 procent zich buitengesloten, en van migranten uit een Europees land is dat 19 procent. Mensen die in Nederland zijn geboren zeggen het minst vaak dat ze zich buitengesloten voelen. Daarbij maakt het weinig verschil of ook hun ouders in Nederland zijn geboren, of dat minstens één ouder afkomstig is uit een ander Europees land of uit een land buiten Europa (respectievelijk 13, 11 en 14 procent).

3.3 Deelname aan de samenleving en buitengesloten voelen

Mensen met regelmatig sociaal contact voelen zich minder vaak buitengesloten

Mensen die vaker sociaal contact hebben, voelen zich minder vaak buitengesloten. Degenen die niet minstens wekelijks contact hebben met hun familie, vrienden of buren voelen zich met 27 procent vaker buitengesloten dan mensen die dat wel hebben (14 procent). Vooral mensen die hun familie of vrienden niet regelmatig zien, spreken of berichten, voelen zich bovengemiddeld vaak buitengesloten; bij beide groepen gaat het om 22 procent. Als mensen geen wekelijks contact hebben met zowel hun familie als vrienden, voelt 25 procent zich buitengesloten. Bij mensen die geen wekelijks contact met hun buren hebben is dat 17 procent.

3.3.1 Buitengesloten voelen naar sociaal contact, 2024
ContactVoelt zich buitengesloten (% van personen van 15 jaar of ouder)
Contact met familie
Wekelijks13,2
Minder dan wekelijks21,6
Contact met vrienden
Wekelijks12,3
Minder dan wekelijks22,2
Contact met buren
Wekelijks12,4
Minder dan wekelijks17,2
Totaal contact met familie, vrienden en buren
Wekelijks14,1
Minder dan wekelijks26,8

Of mensen anderen helpen buiten organisaties om, maakt nauwelijks uit voor het gevoel van buitensluiting. Van de mensen die hulp bieden voelt ruim 13 procent zich buitengesloten, en van de mensen die dat niet doen 15 procent. Als in de analyses wordt gecorrigeerd voor verschillen in achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, onderwijsniveau, inkomen en herkomst) valt dit geringe verschil helemaal weg (zie Bijlage).

Mensen met betaald werk voelen zich minst vaak buitengesloten

Mensen die minstens 1 uur per week betaald werken, voelen zich minder vaak buitengesloten dan mensen zonder betaald werk: 12 procent tegenover 21 procent.

Actieve deelname aan het verenigingsleven en het doen van vrijwilligerswerk maken minder verschil voor het gevoel van buitengesloten zijn. Van de mensen die minstens één keer per maand deelnemen aan het verenigingsleven voelt 11 procent zich buitengesloten, tegenover 17 procent van degenen die minder vaak actief zijn.

Van de mensen die in het afgelopen jaar vrijwilligerswerk deden voelt 13 procent zich buitengesloten, tegenover 16 procent van degenen die geen vrijwilligerswerk deden. Dit verschil valt echter weg als rekening wordt gehouden met verschillen in andere achtergrondkenmerken tussen vrijwilligers en degenen die geen vrijwilligerswerk deden.  

3.3.2 Buitengesloten voelen naar maatschappelijke participatie, 2024
Deelname aan maatschappijVoelt zich buitengesloten (% van personen van 15 jaar of ouder)
Betaald werk
(minstens 1 uur
per week)
Ja11,9
Nee20,5
Actief voor
verenigingen
Minstens 1 keer per maand10,9
Minder dan 1 keer per maand17,2
Vrijwilligerswerk
(afgelopen
12 maanden)
Ja14,5
Nee16,1

3.4 Contact met mensen van andere leeftijd, herkomst of onderwijsniveau en buitengesloten voelen

Het onderhouden van contact met mensen die anders zijn, blijkt uit te maken voor het gevoel van buitengesloten zijn. Van de 15-plussers heeft 60 procent minstens wekelijks contact met iemand met een andere herkomst, 88 procent heeft wekelijks contact met iemand die minstens vijf jaar jonger of ouder is, en 86 procent ziet, spreekt of bericht wekelijks iemand met een ander onderwijsniveau. Als alle contacten buiten de eigen kring, dus qua leeftijd, herkomst en onderwijsniveau, worden samengenomen, blijkt dat 95 procent minstens wekelijks contact heeft met iemand buiten de eigen sociale bubbel.

Mensen die niet minstens wekelijks contact hebben met mensen van een andere leeftijd of met een ander onderwijsniveau voelen zich met 24 procent vaker buitengesloten dan mensen die dat contact wel hebben (13 procent). Contact met mensen van een andere herkomst speelt een minder grote rol: bij mensen zonder wekelijks contact voelt 16 procent zich buitengesloten, tegenover 13 procent van de mensen die wel wekelijks contact hebben met iemand van een andere herkomst.

Van de mensen die geen wekelijks contact hebben met mensen van een andere leeftijd, herkomst én onderwijsniveau voelt 28 procent zich buitengesloten. Dat is duidelijk hoger dan bij mensen die wel regelmatig dit contact hebben (14 procent).