2. Data en methode
2.1 Het onderzoek Sociale samenhang en welzijn
Het onderzoek Sociale samenhang en welzijn (SSW) van het CBS richt zich op deelname aan de samenleving, vertrouwen in de samenleving en het welzijn van mensen. Bij deelname gaat het over hoe vaak mensen contact onderhouden met familie, vrienden en buren, actief zijn in het verenigingsleven, betaald werk doen, vrijwilligerswerk verrichten of andere mensen helpen buiten organisaties om. Sinds 2012 nemen jaarlijks ongeveer 7 500 personen van 15 jaar of ouder deel aan het SSW-onderzoek. In de periode 2012-2024 gaat het in totaal om bijna 100 duizend personen.
Deelname aan sociale leven
In het onderzoek is de deelname aan het sociale leven vastgesteld door na te gaan of mensen dagelijks of wekelijks sociaal contact hebben met familie, vrienden of buren, door elkaar te zien, te bellen, te schrijven of berichtjes te sturen. Het hulp bieden aan anderen buiten het eigen huishouden en buiten organisaties om, de zogenoemde informele hulp, is gemeten door te vragen of iemand in de afgelopen maand dergelijke hulp heeft verleend.
Of iemand betaald werk heeft, is bepaald door te kijken of iemand minstens één uur per week betaald werk heeft. Vrijwilligerswerk is gemeten door te vragen of mensen zich minstens één keer in het afgelopen jaar als vrijwilliger voor een organisatie hebben ingezet (Groffen & Schmeets, 2025). Voor deelname aan het verenigingsleven is nagegaan of iemand in de afgelopen vier weken minstens één keer deel heeft genomen aan activiteiten van één of meerdere verenigingen of organisaties (Groffen & Coumans, 2025).
Buitengesloten voelen
In 2024 is in het onderzoek SSW een aanvullende vraag gesteld over de mate waarin mensen zich buitengesloten voelen in hun sociale leven, op het werk of in de maatschappij als geheel. Daarbij zijn de antwoordopties van 0 tot 10 voorgelegd, waarbij een score van 0 staat voor ‘helemaal niet buitengesloten voelen’ en een 10 voor ‘helemaal buitengesloten voelen’.
In dit artikel worden respondenten met een score van 6 of hoger beschouwd als mensen die zich buitengesloten voelen. Respondenten met een score van 5 of lager worden beschouwd als mensen die zich niet buitengesloten voelen.
Contact met mensen die anders zijn qua leeftijd, herkomst of onderwijsniveau
Het hebben van contact buiten de eigen sociale kring is bepaald door na te gaan of mensen regelmatig (minstens één keer per week) contact hebben met mensen die minstens vijf jaar jonger of ouder zijn, een andere herkomst hebben of een ander onderwijsniveau hebben. Respondenten gaven aan hoe vaak dit contact plaatsvindt, met de antwoordmogelijkheden: ‘dagelijks’, ‘minstens 1x per week maar niet dagelijks’, ‘minstens 1 x per maand, maar niet wekelijks’, ‘minder dan 1x per maand’ of ‘zelden of nooit’.
2.2 Achtergrondkenmerken
In dit onderzoek zijn de volgende achtergrondkenmerken gebruikt:
- Geslacht (‘mannen’, ‘vrouwen’),
- Leeftijd (‘15 tot 35 jaar’, ‘35 tot 65 jaar’, ‘65 jaar of ouder’),
- Herkomst (‘geboren in Nederland en beide ouders ook’, ‘zelf geboren in Nederland, minstens 1 ouder geboren in een land in Europa (exclusief Nederland)’, ‘zelf geboren in Nederland, minstens 1 ouder geboren in een land buiten Europa’, ‘geboren in een land binnen Europa (exclusief Nederland)’, ‘geboren in een land buiten Europa’),
- Onderwijsniveau (‘basisonderwijs, vmbo, mbo1’, ‘havo, vwo, mbo2-4’ en ‘hbo, wo’),
- Gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen (laagste 50%-groep en hoogste 50%-groep),
- Sociaaleconomische categorie (‘werkenden, studenten en mensen met een pensioenuitkering’, ‘mensen met een sociale uitkering, waaronder uitkeringen voor werkloosheid, bijstand, ziekte en arbeidsongeschiktheid’, ‘restgroep zonder inkomen’).
Geslacht, leeftijd en onderwijsniveau zijn uitgevraagd in het onderzoek SSW. Informatie over herkomst, het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen en de sociaaleconomische categorie is afkomstig uit het Stelsel van Sociaal-Statistische Bestanden (SSB) van het CBS. Dit is vervolgens aan de enquêtegegevens toegevoegd.
2.3 Analyses
De resultaten over de verschillen tussen bevolkingsgroepen in het gevoel van buitengesloten zijn, worden gepresenteerd in tweewegkruistabellen. Geslacht, leeftijd, herkomst, onderwijsniveau, inkomen en de sociaaleconomische categorie hangen echter met elkaar samen. Zo zijn mensen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren vaak jonger dan migranten, en hebben hbo- en wo-opgeleiden doorgaans meer te besteden dan mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma. Met logistische regressieanalyses is voor deze verwevenheid gecorrigeerd (zie de tabellen in de Bijlage).