Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2025 - Onderzoeksbeschrijving

4. Dataverzameling

4.1 Steekproef

Steekproefkader en doelpopulatie

De doelpopulatie bestaat uit alle werknemers van 15 tot en met 74 jaar die in Nederland werken. Het steekproefkader wordt afgeleid uit de meest recente Polisadministratie van maart 2025. De Polisadministratie, in beheer van het UWV, bevat gegevens over alle banen van werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen en voor wie loonbelasting verschuldigd is. Om tot het steekproefkader te kunnen worden gerekend moeten personen uit de Polisadministratie een aantal eigenschappen hebben. De persoon:

  • is minimaal 15 jaar en maximaal 74 jaar op 1 oktober 2025;
  • is geregistreerd als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) in juli 2025;
  • behoort tot een particulier huishouden in juli 2025.

Tot het kader behoren 8,3 miljoen personen.

Steekproefontwerp

Voor de NEA 2025 wordt uit dit steekproefkader een personensteekproef getrokken volgens een gestratificeerd steekproefontwerp. Hierbij wordt gestratificeerd naar bedrijfsklasse op SBI-40 niveau. Een overzicht van de bedrijfsklassen is gegeven in tabel B.1 in bijlage B. Dit zijn de zogenaamde ‘strata’.

Het steekproefontwerp dient aan de volgende randvoorwaarden te voldoen.

  1. De standaardfout voor het percentage werknemers met een arbeidsongeval per SBI-klasse is maximaal 1% m.u.v. SBI-klasse 40.
  2. Het verwacht aantal responsen per SBI-klasse is minstens 233 m.u.v. SBI-klasse 40. Deze randvoorwaarde is opgenomen om per cluster per SBI-klasse voldoende waarnemingen voor publicaties te hebben.
  3. Het aantal te benaderen steekproefpersonen is 158.500.
  4. Gegeven bovenstaande info dient de precisie van de uitkomsten op landelijk niveau zo groot mogelijk zijn.

Om aan randvoorwaardes 3 en 4 te voldoen worden eerst de 158.500 te benaderen steekproefpersonen zodanig over de SBI-klassen verdeeld dat het verwachte aantal bruikbare respondenten per SBI-klasse evenredig is met de populatie. Uit randvoorwaardes 1 en 2 volgt echter ook een minimum uitzet voor SBI-klasse 1 tot en met 39. Voor de SBI-klassen waarin na de evenredige verdeling niet aan randvoorwaardes 1 en/of 2 wordt voldaan, wordt de uitzet opgehoogd naar de minimum uitzet om wel aan deze voorwaardes te voldoen. Dat gaat ten koste van de beschikbare uitzet voor de overige SBI-klassen. De overgebleven uitzet wordt verdeeld over de overige SBI-klassen waarna wordt gecontroleerd of nu wel aan randvoorwaardes 1 en 2 wordt voldaan. Dit proces wordt herhaald totdat alle SBI-klassen, met uitzondering van SBI-klasse 40, aan randvoorwaardes 1 en 2 voldoen.

Split-half ontwerp

Ten behoeve van het spit-half ontwerp wordt gebruik gemaakt van de hulpvariabele Cluster. De waarde hiervan wordt voor de ene random helft van de steekproefelementen op 1 gezet en voor de andere helft op 2.

4.2 Benaderingsstrategie

Steekproefpersonen kunnen via internet (cawi) deelnemen aan het onderzoek. De volgende benaderingsstrategie wordt daarbij gehanteerd. Steekproefpersonen ontvangen een aanschrijfbrief met daarin het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek en de bijbehorende inloggegevens. Bij de aanschrijfbrief wordt een folder gevoegd die specifiek is samengesteld voor de NEA. Na twee, vijf en zeven weken ontvangen steekproefpersonen een rappelbrief. Na acht weken sluit de waarneming.

In de aanschrijfbrief en de drie rappelbrieven wordt opgenomen dat respondenten kans maken op een conditionele beloning ter waarde van €300 in de vorm van een cadeaukaart of een Apple Watch. Daarnaast hanteert het CBS het beleid dat aan personen van 12 tot en met 15 jaar toestemming wordt gevraagd aan de ouders/ verzorgers om deel te mogen nemen aan het onderzoek. Voor de NEA is die regel dus van toepassing op de 15-jarigen. Vanaf 16 jaar wordt dit niet meer gedaan.

De steekproef wordt in zes gelijke porties uitgezet. De eerste aanschrijfbrieven zijn verzonden op 16 september 2025. De waarneming van de laatste portie is gesloten op 21 december 2025.

4.3 Vragenlijstontwikkeling

De onderwerpen die in de vragenlijst aan bod komen, staan beschreven in Hoofdstuk 3.

Split-half

Hoewel het grootste deel van de vragenlijst aan alle respondenten gesteld wordt, wordt voor een deel van de vragenlijst een split-halfmethode gebruikt. In de steekproef worden respondenten random toebedeeld aan een 1- of een 2-groep (SE_Cluster = 1 of 2). Dit bepaalt de route en het deel van de vragenlijst dat ze krijgen. Soms gaat het om hele blokken die alleen voor de 1- of een 2-groep zijn. Meestal gaat het echter om vragen binnen blokken.

Taal

Net als in 2024, is het in 2025 mogelijk om de NEA in het Engels in te vullen. Respondenten kunnen door middel van een vlaggetje bovenin het scherm van taal switchen. Deze switches worden vastgelegd in de vragenlijst. Nieuwe vragen en andere tekstuele wijzigingen zijn vertaald door het vertaalbureau van de Vrije Universiteit Amsterdam.

4.4 Veldwerk

Responsdoel is een ongewogen responspercentage van 30,5%. Het ongewogen responspercentage wordt daarbij berekend door het aantal gerealiseerde responsen (bruikbaar + niet bruikbaar) te delen door de uitgezette steekproefomvang. In totaal zijn 56.851 responsen gerealiseerd, wat neerkomt op een responspercentage van 35,9%. Daarmee wordt voldaan aan het responsdoel. Tevens wordt verwacht dat het aantal bruikbare responsen per SBI-klasse minstens 200 is, met uitzondering van SBI-klasse 40. In SBI-klasse 25 is met 195 bruikbare responsen net niet voldaan aan deze verwachting, in de resterende SBI-klassen wel.

Gewogen responspercentage

Na afloop van het onderzoek is een gewogen responspercentage uitgerekend waarbij het responspercentage wordt gecorrigeerd voor over- en ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen in de steekproef ten opzichte van een proportioneel getrokken steekproef. Dit betekent dat het responspercentage mag worden gewogen naar insluitkans, omdat de steekproef niet evenredig is getrokken. Het gewicht van een steekproefpersoon is 1 gedeeld door de kans waarmee die persoon is geselecteerd in de steekproef. Op deze manier tellen personen met een grotere insluitkans minder zwaar mee dan personen met een kleinere insluitkans.

Het gewogen responspercentage bedraagt 36,8%. Dat is 1,8% lager dan het gewogen responspercentage bij de NEA 2024 (was 38,6%). Opgemerkt moet worden dat bij de NEA 2024 sprake was van een oversampling binnen SBI-klasse 34 (onderwijs); dit is in 2025 niet het geval. Daardoor zijn de responspercentages van 2024 en 2025 niet zondermeer vergelijkbaar.

Gerealiseerde vragenlijstduur

Gemiddeld genomen hebben respondenten 25,8 minuten gedaan over het invullen van de vragenlijsten. Daarmee is de gemiddelde vragenlijstduur met 0,2 minuten zeer beperkt toegenomen ten opzichte van de NEA 2024 (25,6 minuten).