7. Uitgelicht – Economische onzekerheid
Ondernemers worden in de COEN ieder kwartaal ook maximaal drie extra vragen gesteld over een specifiek onderwerp of een actuele ontwikkeling in de economie. In dit kwartaal gingen de extra vragen over economische onzekerheid. In dit hoofdstuk worden de resultaten daarvan uitgelicht.
Geopolitiek belangrijkste oorzaak toegenomen onzekerheid
Ruim drie kwart van de ondernemers heeft het afgelopen jaar meer economisch onzekerheid ervaren. Geopolitiek (oorlogen, handelsspanningen) is voor de meeste ondernemers de belangrijkste oorzaak hiervan, ruim 42 procent geeft dit aan. Voor bijna een kwart van de ondernemers geldt dat veranderingen in de vraag of markt de belangrijkste oorzaak is van de toegenomen onzekerheid. Dat geldt ook voor de beschikbaarheid van personeel, leveranciers of productiemiddelen. Ten slotte geeft 15 procent inflatie of renteontwikkelingen aan als belangrijkste bron van onzekerheid.
| Antwoord | Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) (% bedrijven) |
|---|---|
| Geopolitiek (bijvoorbeeld: oorlogen, handelsspanningen) | 42,5 |
| Veranderingen in de vraag of markt | 24,2 |
| Beschikbaarheid van personeel, leveranciers of productiemiddelen | 22,4 |
| Binnenlands beleid of regelgeving | 18,5 |
| Inflatie of renteontwikkelingen | 14,5 |
| Anders | 3,6 |
| Niet van toepassing, we ervaren geen toegenomen onzekerheid | 21,9 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |
| 1)Bedrijven konden maximaal twee antwoorden kiezen | |
Bedrijfstakken verschillen in ervaren onzekerheid en oorzaken daarvan
Het aandeel ondernemers dat het afgelopen jaar meer onzekerheid ervaarde verschilt per bedrijfstak. In de vervoer en opslag (ruim 87 procent) en de landbouw, bosbouw en visserij (86 procent) was dit het hoogst. In de informatie en communicatie (64 procent) en de zakelijke dienstverlening (68 procent) was het aandeel ondernemers met toegenomen onzekerheid het laagst.
Wat de belangrijkste oorzaak is van de toegenomen onzekerheid verschilt per bedrijfstak. Voor bedrijven met toegenomen onzekerheid in de industrie, de groothandel en handelsbemiddeling en de vervoer en opslag is geopolitiek (oorlogen, handelsspanningen) de belangrijkste oorzaak. Iets meer dan twee derde van bedrijven met toegenomen onzekerheid in deze bedrijfstakken geeft dat aan. Veranderingen in de vraag of markt is voor de helft van de bedrijven in de informatie en communicatie de belangrijkste oorzaak van toegenomen onzekerheid. Beschikbaarheid van personeel, leveranciers of productiemiddelen is het vaakst genoemd in de bouwnijverheid (44 procent). In de verhuur en handel van onroerend goed zijn inflatie of renteontwikkelingen (60 procent) en binnenlands beleid of regelgeving (49 procent) de belangrijkste oorzaken van toegenomen onzekerheid bij bedrijven.
| Bedrijfstak | Geopolitiek (bijvoorbeeld: oorlogen, handelsspanningen) (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Veranderingen in de vraag of markt (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Beschikbaarheid van personeel, leveranciers of productiemiddelen (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Binnenlands beleid of regelgeving (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Inflatie of renteontwikkelingen (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) |
|---|---|---|---|---|---|
| Industrie | 69,5 | 36,1 | 24,5 | 14,2 | 11,1 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 66,7 | 34,6 | 22,2 | 18,3 | 16,9 |
| Vervoer en opslag | 66,1 | 25,1 | 25,5 | 25,1 | 6,2 |
| Bouwnijverheid | 58,7 | 16,0 | 44,1 | 31,2 | 13,2 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 51,7 | 37,6 | 20,3 | 38,7 | 7,2 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 50,1 | 21,9 | 20,6 | 27,8 | 44,2 |
| Autohandel en -reparatie | 46,9 | 22,7 | 34,8 | 29,0 | 24,9 |
| Horeca | 44,8 | 23,0 | 27,0 | 33,9 | 35,1 |
| Informatie en communicatie | 44,1 | 50,3 | 24,8 | 12,1 | 18,7 |
| Zakelijke dienstverlening | 37,0 | 40,6 | 41,1 | 24,7 | 10,7 |
| Cultuur, sport en recreatie | 21,6 | 26,1 | 32,3 | 30,9 | 24,0 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 14,4 | 15,2 | 14,0 | 49,3 | 59,6 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |||||
| 1)Bedrijven konden maximaal twee antwoorden kiezen | |||||
Verhogen interne flexibiliteit belangrijkste maatregel
Van de ondernemers die meer toegenomen onzekerheid hebben ervaren heeft bijna drie kwart maatregelen genomen om hiermee om te gaan. De meest genoemde maatregel was het vergroten van de interne flexibiliteit, bijvoorbeeld door personeel breder inzetbaar te maken of werkzaamheden en processen sneller aan te passen aan veranderende omstandigheden; 36 procent van de ondernemers gaf dit aan. Daarnaast gaf 23 procent van de ondernemers aan financiële buffers op te bouwen en strakker liquiditeitsbeheer als reactie op de toegenomen onzekerheid. 22 procent van de ondernemers verminderde hun investeringen of stelde deze uit. Ook bracht 13 procent van de ondernemers meer spreiding aan in leveranciers, klanten of markten. Grotere voorraden werd het minst vaak genoemd als maatregel tegen toegenomen onzekerheid.
| Antwoord | Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) |
|---|---|
| Vergroten van interne flexibiliteit (personeel, productie, processen) | 35,6 |
| Opbouwen van financiële buffers, liquiditeitsbeheersing | 23,0 |
| Uitstel of verminderen van investeringen | 22,0 |
| Meer spreiding in leveranciers, klanten of markten | 13,2 |
| Grotere voorraden (materiaal, handelswaar) | 6,4 |
| Anders | 5,2 |
| Geen specifieke maatregelen genomen | 26,2 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |
| 1)Bedrijven konden maximaal twee antwoorden kiezen | |
Aanpak onzekerheid verschilt per bedrijfstak
Het aandeel ondernemers dat maatregelen heeft genomen tegen de toegenomen economische onzekerheid verschilt per bedrijfstak. In de industrie (79 procent) en de informatie en communicatie (77 procent) hebben ondernemers het vaakst maatregelen genomen. In de cultuur, sport en recreatie (66 procent) en de vervoer en opslag (67 procent) het minst vaak.
Wat de belangrijkste maatregel is die bedrijven hebben genomen verschilt per bedrijfstak. Het vergroten van de interne flexibiliteit is in de meeste bedrijfstakken de belangrijkste maatregel. In de detailhandel (50 procent) en de informatie en communicatie (46 procent) geven bedrijven dit het vaakst aan. Het opbouwen van financiële buffers en liquiditeitsbeheersing wordt het vaakst genoemd door bedrijven in de vastgoedsector (37 procent) en is daar ook de meest gekozen maatregel. In de horeca geldt dat voor het uitstellen of verminderen van investeringen, 39 procent geeft dit aan. Meer spreiding aanbrengen in leveranciers, klanten of markten is nergens de meest gekozen maatregel. Dit wordt relatief het vaakst aangegeven in de industrie (20 procent) en de groothandel en handelsbemiddeling (17 procent). Ook het aanhouden van grotere voorraden wordt daar relatief vaak genoemd, in de andere bedrijfstakken speelt dat nauwelijks een rol.
| Bedrijfstak | Vergroten van interne flexibiliteit (personeel, productie, processen) (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Opbouwen van financiële buffers, liquiditeitsbeheersing (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Uitstel of verminderen van investeringen (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Meer spreiding in leveranciers, klanten of markten (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) | Grotere voorraden (materiaal, handelswaar) (% bedrijven met toegenomen onzekerheid) |
|---|---|---|---|---|---|
| Detailhandel (niet in auto's) | 49,8 | 21,7 | 15,0 | 5,7 | 5,1 |
| Informatie en communicatie | 46,4 | 23,5 | 17,6 | 12,6 | 2,8 |
| Zakelijke dienstverlening | 40,7 | 19,5 | 21,7 | 14,6 | 1,8 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 36,3 | 23,0 | 18,3 | 16,5 | 14,6 |
| Industrie | 35,0 | 21,7 | 26,0 | 19,6 | 12,8 |
| Horeca | 30,2 | 23,2 | 38,9 | 7,3 | 2,1 |
| Vervoer en opslag | 29,0 | 23,3 | 16,1 | 9,0 | 0,5 |
| Bouwnijverheid | 29,0 | 28,5 | 16,2 | 15,6 | 6,0 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 26,0 | 27,0 | 34,5 | 10,1 | 10,0 |
| Cultuur, sport en recreatie | 22,0 | 30,7 | 25,8 | 6,8 | 2,5 |
| Autohandel en -reparatie | 19,8 | 24,5 | 31,8 | 10,0 | 5,2 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 16,8 | 37,1 | 28,3 | 8,2 | 0,0 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |||||
| 1)Bedrijven konden maximaal twee antwoorden kiezen | |||||