5. Verwachtingen derde kwartaal 2026
Ondernemers worden in de COEN gevraagd naar verwachtingen over verschillende onderwerpen voor het lopende kwartaal. Ondernemers geven dan per onderwerp aan of het zal verslechteren, gelijk zal blijven of zal verbeteren. Als de vraag in iedere bedrijfstak wordt gesteld kan een cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven worden gemaakt.
5.1 Verwachtingen totale niet-financiële bedrijfsleven
Bij alle zes de onderwerpen zijn er meer ondernemers die een verbetering verwachten dan een verslechtering; per saldo is de stemming hier dus positief. Het saldo over de verwachte verkoopprijzen is met 16 procent het hoogst en ook het sterkst gestegen, vorig jaar was dit 11 procent. Voor de overige onderwerpen geldt dat tussen de 2 en 5 procent van de ondernemers per saldo een toename verwacht. Voor de inkooporders en de omzet zijn de verwachtingen verbeterd van licht negatief naar positief.
| VerkorteVraagTekst | juli 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | juli 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Verkoopprijzen | 16,4 | 11,0 |
| Investeringen verslagjaar | 4,3 | 0,6 |
| Inkooporders | 3,5 | -1,2 |
| Orderontvangst | 3,4 | 0,4 |
| Omzet | 2,9 | -0,8 |
| Winstgevendheid | 2,6 | 0,6 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
5.2 Verwachtingen per bedrijfstak
De verwachtingen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de verwachtingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.
Investeringsverwachtingen sterkst verbeterd in de horeca
Per saldo verwacht ruim 4 procent van de ondernemers in het lopende jaar een toename van de investeringen ten opzichte van vorig jaar. Daarmee zijn de investeringsverwachtingen positiever dan in het derde kwartaal van 2025, toen het saldo bijna 1 procent was. Tussen de bedrijfstakken zijn grotere verschillen zichtbaar.
Ondernemers in de verhuur en handel van onroerend goed zijn met een saldo van bijna 22 procent het meest positief over de investeringsverwachtingen. In de horeca is het saldo het sterkst gestegen ten opzichte van een jaar geleden en is het cijfer nu nagenoeg neutraal. In de autohandel en -reparatie daalde de investeringsverwachtingen het sterkst en sloeg het saldo om van licht positief naar negatief. Ditzelfde geldt voor de groothandel en de landbouw, bosbouw en visserij en samen met de autohandel en -reparatie zijn ondernemers in deze bedrijfstakken het meest negatief over de investeringen in het lopende jaar.
| juli 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | juli 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | 4,3 | 0,6 |
| nan | nan | |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 21,7 | 16,9 |
| Vervoer en opslag | 18,1 | 11,9 |
| Cultuur, sport en recreatie | 12,3 | 3,0 |
| Bouwnijverheid | 9,1 | -0,8 |
| Informatie en communicatie | 6,8 | -2,4 |
| Industrie | 6,2 | -0,2 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 1,1 | -3,8 |
| Zakelijke dienstverlening | -0,3 | 3,0 |
| Horeca | -0,8 | -12,0 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | -1,5 | 1,3 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | -2,7 | 1,3 |
| Autohandel en -reparatie | -6,2 | 2,3 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Ondernemers verwachten minder vaak prijsstijgingen
In grafiek 5.1.1 was te zien dat ondernemers ten opzichte van het derde kwartaal van 2025 vaker een stijging van de verkoopprijzen of tarieven verwachten. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2026 is het saldo, gecorrigeerd voor seizoeneffecten, echter afgenomen. Dit volgt op een stijging in het tweede kwartaal en geldt voor alle bedrijfstakken; het sterkst voor de bouwnijverheid, waar het saldo daalde van bijna 64 procent naar 42 procent. In de dienstverlening verwachten ondernemers het minst vaak prijsstijgingen. Voor alle bedrijfstakken geldt echter dat het saldo nog boven het langjarig gemiddelde ligt van de reeks sinds 2012.
| Jaar | Maand | Industrie (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | Bouwnijverheid (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | Handel (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | Dienstverlening (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | jan | 12,6 | 53,1 | 23,1 | 16,2 |
| 2019 | apr | 9 | 47,8 | 10 | 12,2 |
| 2019 | jul | 6,6 | 32,6 | 10,2 | 11,2 |
| 2019 | okt | 7,9 | 25,4 | 7,9 | 10,8 |
| 2020 | jan | 10,7 | 26,9 | 12,4 | 14,6 |
| 2020 | apr | -3,1 | 3,1 | -0,6 | -7,2 |
| 2020 | jul | 2,4 | 1,5 | 4,8 | 6,8 |
| 2020 | okt | 0,3 | 11,3 | 3 | 3,2 |
| 2021 | jan | 6,5 | 17,7 | 4,5 | 0,5 |
| 2021 | apr | 24,1 | 41,3 | 17,5 | 9 |
| 2021 | jul | 33,8 | 61,8 | 29,1 | 15,2 |
| 2021 | okt | 38,3 | 65 | 36,4 | 21,2 |
| 2022 | jan | 40,8 | 70,5 | 35,2 | 18,1 |
| 2022 | apr | 55,6 | 87,3 | 60,2 | 28,2 |
| 2022 | jul | 44,9 | 69 | 51,8 | 26,6 |
| 2022 | okt | 48 | 76,5 | 54,6 | 31,8 |
| 2023 | jan | 34,9 | 59,8 | 45,2 | 32,9 |
| 2023 | apr | 14,4 | 35,1 | 27,1 | 20,9 |
| 2023 | jul | 7,3 | 19,4 | 14,9 | 18,2 |
| 2023 | okt | 8,1 | 30,3 | 14,7 | 17 |
| 2024 | jan | 6,1 | 48,4 | 15,1 | 22 |
| 2024 | apr | 8,8 | 29,7 | 11,6 | 16 |
| 2024 | jul | 13,6 | 36,9 | 12,6 | 17,2 |
| 2024 | okt | 12 | 29,7 | 11,1 | 15,7 |
| 2025 | jan | 15,2 | 41,6 | 20,4 | 19,2 |
| 2025 | apr | 15,6 | 46 | 14,1 | 16,6 |
| 2025 | jul | 12,8 | 41,4 | 15,7 | 16,4 |
| 2025 | okt | 11,3 | 43,4 | 16,8 | 14,7 |
| 2026 | jan | 12 | 59,7 | 16,9 | 18,8 |
| 2026 | apr | 27,2 | 63,6 | 35,2 | 21,6 |
| 2026 | jul | 20,9 | 42,1 | 27,4 | 17,9 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | |||||