3. Personeelsindicator
De personeelsindicator is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven over de personeelssterkte binnen het bedrijf. Een positieve uitkomst van de stemmingsindicator duidt op verwachte uitbreiding van het personeelsbestand, een negatieve uitkomst op krimp van het personeelsbestand. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling in de afgelopen drie maanden en de verwachting voor de komende drie maanden van de personeelssterkte.
3.1 Personeelsindicator totale niet-financiële bedrijfsleven
De personeelsindicator is licht gestegen en komt aan het begin van het derde kwartaal van 2026 uit op 5,9. Daarmee ligt de indicator boven het gemiddelde (3,1) van de reeks vanaf 2012. De personeelsindicator bereikte eind 2021 een piek van 17,3 en vertoonde daarna een dalende trend. Sinds halverwege 2024 is de trend nagenoeg stabiel. Ten opzichte van vorig kwartaal zijn ondernemers positiever geworden over zowel de verwachting als de ontwikkeling van hun personeelssterkte. Sinds halverwege 2020 zijn ondernemers steeds positiever over de verwachting van de personeelssterkte dan over de daadwerkelijke ontwikkeling daarvan.
| Jaar | Maand | Personeelsindicator (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) | Ontwikkeling personeelssterkte (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) | Verwachting personeelssterkte (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) |
|---|---|---|---|---|
| 2022 | jan | 13,8 | 10,6 | 17,1 |
| 2022 | apr | 15 | 10,9 | 19,2 |
| 2022 | jul | 12 | 7,9 | 16,2 |
| 2022 | okt | 10 | 7,3 | 12,7 |
| 2023 | jan | 10,9 | 7,6 | 14,3 |
| 2023 | apr | 9,4 | 6 | 12,8 |
| 2023 | jul | 6,7 | 4,7 | 8,7 |
| 2023 | okt | 5,3 | 2,3 | 8,3 |
| 2024 | jan | 6 | 3,7 | 8,3 |
| 2024 | apr | 5 | 2,9 | 7,1 |
| 2024 | jul | 3,5 | 0,1 | 6,9 |
| 2024 | okt | 4,9 | 1,9 | 7,8 |
| 2025 | jan | 5,4 | 0,9 | 9,8 |
| 2025 | apr | 4,8 | 2,9 | 6,6 |
| 2025 | jul | 5,6 | 3,6 | 7,6 |
| 2025 | okt | 4,8 | 1,8 | 7,9 |
| 2026 | jan | 5,5 | 3,9 | 7,1 |
| 2026 | apr | 4,3 | 2,2 | 6,3 |
| 2026 | jul | 5,9 | 4,3 | 7,5 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | ||||
3.2 Personeelsindicator per bedrijfstak
De personeelsindicator is in bijna alle bedrijfstakken positief. Het cijfer is alleen negatief in de informatie en communicatie. Ten opzichte van het vorige kwartaal is de indicator bij ongeveer de helft van de bedrijfstakken gestegen.
| juli 2026 (Gemiddelde van de deelvragen) | april 2026 (Gemiddelde van de deelvragen) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | 5,9 | 4,3 |
| nan | nan | |
| Bouwnijverheid | 24,2 | 20,5 |
| Autohandel en -reparatie | 11,0 | 4,9 |
| Vervoer en opslag | 7,6 | 8,5 |
| Cultuur, sport en recreatie | 6,1 | 8,4 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 5,6 | 3,4 |
| Industrie | 5,1 | 0,1 |
| Zakelijke dienstverlening | 4,8 | 7,7 |
| Horeca | 4,5 | -6,8 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 1,9 | 10,4 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 1,8 | 2,0 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,0 | 1,7 |
| Informatie en communicatie | -3,0 | -2,8 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Personeelsindicator het sterkst gestegen in de horeca
De personeelsindicator is in het derde kwartaal het sterkst gestegen in de horeca (+11,3). Ook in de autohandel en -reparatie en de industrie steeg het cijfer relatief sterk. In de verhuur en handel van onroerend goed vond juist de sterkste daling plaats (-8,5).
Ondernemers in de bouw het meest positief over personeelssterkte
Net als vorig kwartaal zijn ondernemers in de bouwnijverheid het meest positief over hun personeelssterkte van alle bedrijfstakken. De personeelsindicator kwam hier uit op 24,2. Dat is een stijging ten opzichte van een kwartaal eerder toen het cijfer op 20,5 uitkwam. In de autohandel en -reparatie en de vervoer en opslag is de personeelsindicator ook relatief hoog. In de informatie en communicatie is het cijfer daarentegen het laagst en als enige van alle bedrijfstakken negatief (-3).