2. Ondernemersvertrouwen
Het ondernemersvertrouwen is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven. Bij het beoordelen van de uitkomsten kan men ervan uitgaan dat hoe optimistischer of pessimistischer de ondernemers gestemd zijn, des te meer de waarde van het ondernemersvertrouwen positief of negatief zal afwijken van de nullijn. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling en verwachting van het economisch klimaat. Het ondernemersvertrouwen van het totale Nederlandse bedrijfsleven is een gewogen gemiddelde van de vertrouwensindicatoren van de onderliggende bedrijfstakken.
2.1 Ondernemersvertrouwen totale niet-financiële bedrijfsleven
Het ondernemersvertrouwen is voor het negentiende kwartaal op rij negatief en komt in het derde kwartaal van 2026 uit op -5,3. Daarmee is het cijfer sterk gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal (-14,8), toen het ondernemersvertrouwen sterk daalde tot het laagste niveau sinds 2022.
Het ondernemersvertrouwen ligt nog wel onder het gemiddelde (-3,8) van de reeks vanaf 2012. Het ondernemersvertrouwen is sinds halverwege 2021 niet meer zo sterk gestegen.
Ondernemers zijn sinds eind 2022 structureel minder negatief over de verwachting van het economisch klimaat dan over de ontwikkeling van het economisch klimaat. Dit patroon werd alleen in het tweede kwartaal van 2025 eenmalig onderbroken. Het verschil tussen de verwachting (-1,4) en de ontwikkeling (-9,3) van het economisch klimaat is dit kwartaal sterk toegenomen ten opzichte van de vorige kwartalen, dit komt vooral door de positievere verwachtingen.
| Jaar | Maand | Ondernemersvertrouwen (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) | Ontwikkeling economisch klimaat (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) | Verwachting economisch klimaat (Saldo % positieve en negatieve antwoorden) |
|---|---|---|---|---|
| 2022 | jan | -0,3 | -2 | 1,4 |
| 2022 | apr | -7,6 | -6,4 | -8,7 |
| 2022 | jul | -10,9 | -11,6 | -10,1 |
| 2022 | okt | -20,3 | -19,3 | -21,3 |
| 2023 | jan | -12 | -13,3 | -10,6 |
| 2023 | apr | -6,8 | -7,8 | -5,7 |
| 2023 | jul | -7,4 | -8,5 | -6,3 |
| 2023 | okt | -8,7 | -10,9 | -6,4 |
| 2024 | jan | -7,1 | -9,9 | -4,3 |
| 2024 | apr | -5,8 | -9,2 | -2,5 |
| 2024 | jul | -3,7 | -5,9 | -1,4 |
| 2024 | okt | -3,1 | -6 | -0,2 |
| 2025 | jan | -5,2 | -7,9 | -2,4 |
| 2025 | apr | -7,1 | -6,9 | -7,4 |
| 2025 | jul | -3,9 | -6,2 | -1,7 |
| 2025 | okt | -4,1 | -6,1 | -2,1 |
| 2026 | jan | -1,8 | -3 | -0,5 |
| 2026 | apr | -14,8 | -15,8 | -13,7 |
| 2026 | jul | -5,3 | -9,3 | -1,4 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, VNO-NCW, MKB-Nederland | ||||
2.2 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak
In het derde kwartaal van 2026 nam het ondernemersvertrouwen toe in alle bedrijfstakken behalve de autohandel en -reparatie. Het ondernemersvertrouwen is nu positief in de informatie en communicatie en nagenoeg neutraal in de cultuur, sport en recreatie, maar nog negatief in de overige bedrijfstakken.
| juli 2026 (Gemiddelde van de deelvragen) | april 2026 (Gemiddelde van de deelvragen) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex. financieel of nutsbedrijven) | -5,3 | -14,8 |
| nan | nan | |
| Informatie en communicatie | 4,6 | -4,9 |
| Cultuur, sport en recreatie | 0,4 | -7,6 |
| Industrie | -1,0 | -10,9 |
| Detailhandel (niet in auto's) | -1,1 | -11,8 |
| Zakelijke dienstverlening | -2,8 | -7,6 |
| Vervoer en opslag | -4,4 | -13,5 |
| Autohandel en -reparatie | -8,0 | -5,2 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | -9,0 | -19,4 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | -11,8 | -16,9 |
| Bouwnijverheid | -12,8 | -29,4 |
| Horeca | -19,5 | -30,1 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | -21,0 | -36,3 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Grootste toename in de bouwnijverheid
In de bouwnijverheid nam het ondernemersvertrouwen toe van -29,4 naar -12,8. Over zowel de ontwikkeling (-6,3) als de verwachting (-26,9) van het economisch klimaat waren ondernemers hier positiever dan een kwartaal eerder. Ondanks het negatieve vertrouwen in de bouwnijverheid zijn veel andere indicatoren, zoals de verwachte orderpositie en personeelssterkte, wel positief. Ook in de landbouw, bosbouw en visserij en de detailhandel nam het ondernemersvertrouwen sterk toe. Het ondernemersvertrouwen is ondanks de stijging nog steeds het meest negatief in de landbouw, bosbouw en visserij (-21).
Ondernemersvertrouwen positief in twee bedrijfstakken
Het ondernemersvertrouwen sloeg in twee bedrijfstakken om van negatief naar positief. In de informatie en communicatie nam het toe van -4,9 naar 4,6, en in de cultuur, sport en recreatie nam het toe van -7,6 naar 0,4. Ook in de industrie is het ondernemersvertrouwen gestegen en ligt het op het hoogste niveau sinds begin 2022.
2.3 Ondernemersvertrouwen naar regio
Net als het landelijke cijfer is het ondernemersvertrouwen in alle provincies toegenomen in het derde kwartaal van 2026. Het cijfer is desondanks nog steeds negatief in alle provincies. In Zeeland is het vertrouwen het sterkst gestegen van -17,2 naar -4. Ook in Fryslân (+12,9) en Noord-Holland (+12,7) nam het ondernemersvertrouwen relatief sterk toe. Het ondernemersvertrouwen is in het derde kwartaal van 2026 het minst negatief in Noord-Holland (-1,7). De meest negatief gestemde provincie in het derde kwartaal van 2026 is Flevoland met een ondernemersvertrouwen van -12,2.
| Provincie | Statcode |
|---|---|
| Groningen (PV) | -7,0 |
| Fryslân (PV) | -5,6 |
| Drenthe (PV) | -10,9 |
| Overijssel (PV) | -5,6 |
| Flevoland (PV) | -12,2 |
| Gelderland (PV) | -7,9 |
| Utrecht (PV) | -4,0 |
| Noord-Holland (PV) | -1,7 |
| Zuid-Holland (PV) | -8,1 |
| Zeeland (PV) | -4,0 |
| Noord-Brabant (PV) | -3,3 |
| Limburg (PV) | -5,9 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | |