2. Aantal online platformen in Nederland
Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag of het CBS cijfers kan maken over het aantal online platformen in Nederland, op een manier die voldoende betrouwbaar is. De regels die volgens de DSA van toepassing zijn op online platformen zijn strenger voor grotere platformbedrijven. Daarom is het van belang bij het in kaart brengen van het aantal online platformen onderscheid te maken naar grootteklasse. Er wordt onderzocht of het mogelijk is een specificatie naar bedrijfstak van het platform te geven en welke bron hiervoor het meest geschikt is. Ook wordt verkend of het mogelijk is een goede inschatting te maken van de ontwikkeling over de tijd in het aantal online platformen. De resultaten van dit onderzoek kunnen en zullen niet gebruikt worden in het kader van handhaving.
2.1 Beschikbare gegevens
Op dit moment bestaat er geen register van online platformen in Nederland; iedereen kan een website starten, zonder zich ergens officieel te registreren als platform. Om te bepalen welke online platformen er zijn in Nederland, heeft het CBS daarom gebruikgemaakt van webscraping en machine learning (Monitor online platformen 2023). Met behulp van deze methoden zijn uit een zeer omvangrijke lijst met websites in Nederland potentiële platformen geselecteerd. Met behulp van het bedrijvenregister van het CBS zijn de bedrijven achter deze geselecteerde platformen geïdentificeerd. Aan deze bedrijven is een vragenlijst toegestuurd met als doel vast te stellen of de aangeschreven bedrijven daadwerkelijk platformeenheden zijn. Er zijn in 2023 4857 bedrijven benaderd om de enquête in te vullen; 2916 bedrijven vulden de enquête in.
Met de gehanteerde methode om de populatie online platformen in Nederland vast te stellen is in de afgelopen jaren het aantal geïdentificeerde platformen toegenomen. Inherent aan de methode is dat deze geen inzicht geeft in het aantal platformen dat niet bij het CBS in beeld is. Ook is het niet volledig duidelijk in welke mate de geïdentificeerde platformen representatief zijn voor de hele populatie online platformen in Nederland. Ook kan het aandeel bij ons bekende platformen / platformpopulatie Nederland wisselen van jaar op jaar, maar ook de omvang van deze wisselingen is onbekend. De grotere platformen in Nederland zijn naar verwachting beter in beeld dan de kleine omdat deze op basis van expertkennis handmatig zijn toegevoegd aan de bij ons bekende populatie.
Tabel 2.1.1 geeft een overzicht van de relevante en beschikbare gegevens van bedrijven met een online platform binnen het CBS, in de periode 2020 tot en met 2023.
| Jaar | Aantal online platformen | Aantal bedrijven met één of meer online platformen | Bedrijven met grootteklasse en bedrijfstak beschikbaar via bedrijvenregister | Bedrijven met branche platform beschikbaar via enquête in betreffende jaar | Bedrijven met branche platform beschikbaar via minimaal één enquête tussen 2020-2023 | Bedrijven waarvoor omzetgegevens beschibaar zijn in betreffende jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 1 420 | 1 371 | 1 371 | 543 | 1 265 | 1 086 |
| 2021 | 1 502 | 1 453 | 1 453 | 554 | 1 347 | 1 154 |
| 2022 | 1 551 | 1 499 | 1 499 | 883 | 1 380 | 1 178 |
| 2023 | 1 505 | 1 453 | 1 453 | 900 | 1 327 | 1 134 |
2.2 Aantal bedrijven met een platform naar grootteklasse
Zoals beschreven in de inleiding worden er door de DSA meer verplichtingen gesteld aan een tussenhandeldienst naarmate deze aan intensievere informatieverwerking doet. Naast het soort tussenhandeldienst en de daarbij behorende verplichtingen, worden er ook aanvullende verplichtingen gesteld op basis van de bedrijfsgrootte. Zo worden micro- en kleinbedrijven (bedrijven met minder dan 50 werkzame personen en een jaaromzet/balanstotaal van minder dan 10 miljoen euro) vrijgesteld van bepaalde verplichtingen.
Volgens de maatstaaf van de Europese Commissie behoren ondernemingen tot het midden en kleinbedrijf (mkb) als ze zowel uit minder dan 250 werkzame personen bestaan, een jaaromzet hebben van 50 miljoen euro of minder en/of een balanstotaal van 43 miljoen euro of minder. Een mkb onderneming dient aan beide eisen (aantal werknemers en jaaromzet/balanstotaal) te voldoen. Binnen het mkb wordt een onderverdeling gemaakt naar drie onderliggende grootteklassen: het microbedrijf, kleinbedrijf en middenbedrijf. Tabel 2.2.1 toont de onderverdeling binnen het mkb.
| Werkzame personen | Jaaromzet (of balanstotaal, mln euro) | Type bedrijf |
|---|---|---|
| 0 tot 10 | 0 tot 2 | Micro |
| 0 tot 10 | 2 tot 10 | Klein |
| 0 tot 10 | 10 tot 50 | Midden |
| 10 tot 50 | 0 tot 2 | Klein |
| 10 tot 50 | 2 tot 10 | Klein |
| 10 tot 50 | 10 tot 50 | Midden |
| 50 tot 250 | 0 tot 2 | Midden |
| 50 tot 250 | 2 tot 10 | Midden |
| 50 tot 250 | 10 tot 50 | Midden |
Voor de omzetanalyses wordt gebruik gemaakt van gegevens beschikbaar via de Directe Ramingen Totaal. Deze bron heeft betrekking op SBI-groepen die volledig gerekend kunnen worden tot het niet-financiële bedrijfsleven. Dit betekent dat niet voor alle ondernemingen en bedrijfstakken omzetgegevens beschikbaar zijn (zie paragraaf 3.1). Zo zijn over de bedrijfstakken K) Financiële instellingen, P) Onderwijs, Q) Gezondheids- en welzijnszorg, R) Cultuur, sport en recreatie, en S) Overige dienstverlening, geen omzetgegevens bekend. Omdat een aanzienlijk deel van de door het CBS geïdentificeerde platformen hoort bij bedrijven in deze bedrijfstakken is het niet mogelijk deze in voldoende mate in te delen (mede) op basis van omzetgegevens. Het is binnen het CBS ook de norm het mkb af te bakenen op basis van alléén het aantal werkzame personen, dus zonder gebruik van de jaaromzet/ het balanstotaal. Via de koppeling met het bedrijvenregister van het CBS is informatie verkregen over het aantal werkzame personen bij deze bedrijven. In het huidige onderzoek onderscheiden we daarom mkb-groepen op basis van het aantal werkzame personen, zoals weergegeven in Tabel 2.2.2.
| Werkzame personen | Type bedrijf |
|---|---|
| 0 tot 2 | Micro |
| 2 tot 10 | Micro |
| 10 tot 50 | Klein |
| 50 tot 250 | Midden |
| 250 tot 500 | Niet-mkb |
| 500 of meer | Niet-mkb |
Tabel 2.2.3 toont het aantal bedrijven met een online platform in 2020-2023, dat in 2024 in beeld was bij het CBS naar grootteklasse op basis van het aantal werkzame personen.
In ieder jaar behelst plusminus vier op de vijf platformbedrijven een microbedrijf (<10 werkzame personen), 13 procent een kleinbedrijf (10-49 werkzame personen), en 5 procent een middenbedrijf (50-249 werkzame personen).
Ontwikkeling over de tijd
Vanwege het ontbreken van een volledig kader (overzicht van alle online platformen in Nederland; zie paragraaf 2.1) is het niet goed mogelijk de ontwikkeling in het aantal online platformen over de tijd op een volledig betrouwbare manier te bepalen. Het is immers onbekend welk deel van de online platformen in Nederland per jaar niet in beeld is bij het CBS. Dat betekent dat de resultaten niet kunnen worden opgehoogd naar een randtotaal. De resultaten in de tabel dienen dus per jaar te worden gezien als een zo goed mogelijke schatting van het aantal online platformen in de specifieke jaren.
| Werkzame personen | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|
| 0 tot 2 | 719 | 774 | 797 | 751 |
| 2 tot 10 | 373 | 383 | 386 | 387 |
| 10 tot 50 | 179 | 198 | 210 | 204 |
| 50 tot 250 | 63 | 60 | 65 | 72 |
| 250 tot 500 | 17 | 17 | 18 | 14 |
| 500 of meer | 20 | 21 | 23 | 25 |
2.3 Onderscheid naar bedrijfstak
Er zijn op dit moment twee bronnen beschikbaar met informatie over het type activiteit van het online platform of het bijbehorende bedrijf. Enerzijds kan naar de SBI-groep van het bedrijf waar het online platform onderdeel van is worden gekeken. Anderzijds, kan er naar gekeken worden naar de branche zoals die is gerapporteerd door het online platform of bedrijf in vragenlijstonderzoek naar online platformen dat is uitgevoerd door het CBS.
Uit eerder onderzoek bleek dat de bedrijfstak van het bedrijf achter het online platform niet eenduidig samenhangt met de branche waarin het online platform opereert (Monitor online platformen 2020). Omdat bemiddelingsdiensten recent snel zijn opgekomen worden deze diensten, waaronder online platformen, nog niet onderscheiden in de momenteel nog in gebruik zijnde SBI2008 indeling. Op basis van de hoofdactiviteit volgens de SBI2008 indeling is ongeveer een derde van de bedrijven met een online platform geregistreerd als IT-bedrijf (SBI-groep J). Een groot deel van de platformen die horen bij deze bedrijven richt zich volgens de informatie uit het vragenlijstonderzoek op de bemiddeling van goederen of diensten in een andere branche.
Er is in het huidige onderzoek verkend of de vragenlijstgegevens verzameld ten behoeve van de monitor online platformen een betere indicatie geven van de activiteit van een online platform. Er is gekeken voor hoeveel platformen er informatie beschikbaar is over de branche waarin het platform opereert (deze informatie is niet verplicht om aan te leveren in de vragenlijst), en in hoeverre deze informatie consistent is over de jaren. Uit de verkenning bleek dat er voor 10 procent van de platformen geen informatie beschikbaar is over de branche. Daarnaast is er bij 38 procent van de platformen inconsistentie in de gerapporteerde branche. Met andere woorden, het ene jaar geeft het platform aan werkzaam te zijn in branche A, en in een ander jaar in branche B. Het is niet waarschijnlijk dat meer dan een derde van de platformbedrijven van branche wisselt. Kortom, de informatie uit de platform-enquête over de branche van een platform is niet volledig en betrouwbaar genoeg.
In aanvulling op de huidige databronnen (koppeling bedrijvenregister en vragenlijst) is er in het huidige onderzoek ook verkend of de indeling van de Europese DAC7 richtlijn bruikbaar is om binnen online platformbedrijven onderscheid te kunnen maken tussen branches. Deze richtlijn verplicht bepaalde digitale platformen om gegevens te verzamelen en te rapporteren aan de Belastingdienst. Activiteiten die onder de DAC7 richtlijn vallen zijn 1) Verkoop van goederen; 2) Verhuur van onroerend goed; 3) Verlenen van persoonlijke diensten; 4) Verhuur van transportmiddelen. Na onderzoek concluderen wij dat de indeling binnen de DAC7 richtlijn geen goed alternatief is voor de SBI-indeling. Zo is de ‘Verhuur van transportmiddelen’ erg specifiek ingestoken, en het ‘Verlenen van persoonlijke diensten’ erg breed. Met andere woorden, er zijn niet veel online platformbedrijven werkzaam in de transportmiddelenverhuur, en juist erg veel online platformbedrijven in de persoonlijke dienstverlening. Het onderscheidend vermogen van de DAC7 indeling is beperkter dan de SBI indeling.
Vanaf 2025 wordt de SBI indeling herzien en wordt de SBI2025 van kracht. Vanaf 2026 zullen bedrijven die bemiddeling als hoofdactiviteit hebben ook als dusdanig zijn opgenomen in het bedrijvenregister van het CBS. Tabel 2.3.1 geeft een overzicht van de groepen voor bemiddeling in de SBI2025. Vervolgonderzoek zal duidelijk moeten maken of deze indeling betere aanknopingspunten geeft voor specificaties van het aantal online platformen naar bedrijfstak dan de huidige SBI2008 indeling. Zeker is in ieder geval dat ook de SBI2025 uitgaat van de hoofdactiviteit van het bedrijf waar het online platform onderdeel van is. Dit betekent dat ook de SBI2025 indeling niet in alle gevallen indicatief zal zijn voor de bedrijfstak waarin de bemiddelingsdiensten van het platformdeel van het bedrijf plaatsvinden.
| Sectie | Titels SBI2025 dd 02-05-2024 | |
|---|---|---|
| 35400 | D | Activiteiten van makelaars en bemiddelaars voor elektriciteit en aardgas |
| 43600 | F | Bemiddelingsdiensten voor gespecialiseerde bouwactiviteiten. |
| 46110 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in landbouwproducten, levende dieren, textielgrondstoffen en halffabricaten |
| 46120 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in brandstoffen, ertsen, metalen en chemische producten |
| 46130 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in hout en bouwmaterialen |
| 46140 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in machines, apparaten en werktuigen voor de industrie en in schepen en luchtvaartuigen |
| 46150 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in meubelen, huishoudelijke artikelen en ijzerwaren |
| 46160 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in textiel, kleding, bont, schoeisel en lederwaren |
| 46170 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in voedings- en genotmiddelen |
| 46180 | G | Handelsbemiddeling in de groothandel in overige goederen |
| 46190 | G | Handelsbemiddeling in de niet-gespecialiseerde groothandel |
| 47910 | G | Bemiddelingsactiviteiten in verband met de niet-gespecialiseerde detailhandel |
| 47920 | G | Bemiddelingsactiviteiten voor de gespecialiseerde detailhandel |
| 52310 | H | Bemiddelingsactiviteiten in verband met goederenvervoer |
| 52320 | H | Bemiddelingsactiviteiten in verband met personenvervoer |
| 53300 | H | Bemiddelingsactiviteiten in verband met post- en koeriersdiensten |
| 55400 | I | Bemiddelingsactiviteiten in verband met tijdelijke accommodaties |
| 56400 | I | Bemiddelingsactiviteiten in verband met drank en maaltijden |
| 61200 | K | Wederverkoop van telecommunicatie en bemiddelingsactiviteiten in verband met telecommunicatie |
| 66120 | L | Bemiddeling in effecten- en goederencontracten |
| 68310 | M | Bemiddeling in verband met exploitatie van en handel in onroerend goed |
| 68320 | M | Overige bemiddeling in en beheer van onroerend goed voor een vast bedrag of op contractbasis |
| 74910 | N | Bemiddeling in en het in de handel brengen van octrooien |
| 77510 | O | Bemiddeling in verband met verhuur en lease van auto’s, campers en aanhangwagens |
| 77520 | O | Bemiddeling in verband met verhuur en lease van overige materiële goederen en niet-financiële immateriële activa |
| 78100 | O | Arbeidsbemiddeling |
| 82400 | O | Bemiddelingsactiviteiten in verband met zakelijke dienstverlening, n.e.g. |
| 85610 | Q | Bemiddeling op het gebied van academische ondersteuning en studiebegeleiding |
| 86970 | R | Bemiddeling in de gezondheidszorg |
| 87910 | R | Bemiddeling in de residentiële zorg |
| 95400 | T | Bemiddelingsactiviteiten in verband met reparatie en onderhoud van computers, consumentenartikelen, motorvoertuigen en motorfietsen |
| 96400 | T | Bemiddelingsactiviteiten op het gebied van persoonlijke dienstverlening |
Omdat geen van de beschikbare bronnen een hele goede en consistente indicatie geeft van de branche waar de bemiddelingsactiviteiten van het platform betrekking op hebben zal er een alternatief moeten worden gezocht. Eén alternatief lijkt het handmatig (door het CBS) beoordelen van de branche op basis van de informatie op de website van het online platform. Deze beoordeling wordt nu gegeven door het bedrijf zelf (via het vragenlijstonderzoek), maar deze zelfrapportage is dus te weinig consistent gebleken. Wanneer deze beoordeling ‘in huis’ bij het CBS wordt gemaakt zal er waarschijnlijk meer consistentie in kunnen worden gebracht.
De procedure voor het vaststellen of een bepaalde website een online platform is volgt nu twee stappen. Eerst wordt er met een model een inschatting gemaakt van de kans dat een website een online platform is. Alle eenheden met een hoge kans ontvangen een vragenlijst waarin (onder andere) wordt gevraagd of de website inderdaad een online platform is. Het is gebleken dat deze vraag voor berichtgevers soms best lastig is te beantwoorden. Wanneer de branche handmatig door het CBS wordt vastgesteld zou mogelijk ook de beoordeling van het feit of een website inderdaad een online platform is ook door het CBS gedaan kunnen worden. Of deze procedure inderdaad adequaat is zal moeten worden onderzocht. Wanneer blijkt dat er, voor het vervolg van de informatievoorziening rond online platformen, geen behoefte is aan informatie die uitsluitend via vragenlijstonderzoek kan worden opgehaald, zou het vragenlijstonderzoek mogelijk geschrapt kunnen worden. De rapportage vindt dan plaats op uitsluitend de door het CBS bepaalde populatie online platformen met bijbehorende branches en de aan deze populatie gekoppelde informatie over bijvoorbeeld de bedrijfsomzet. Tot deze variant verder is verkend, en totdat de SBI2025 van kracht wordt, is de SBI2008 indeling de meest aangewezen indicator voor het type bedrijfstak.
Figuur 2.3.2 toont het aantal bedrijven met een online platform naar grootteklasse in 2023. De resultaten zijn ook getoond voor een drietal bedrijfstakken waarvoor het mogelijk is de aantallen te tonen zonder dat dit een risico op onthulling met zich meebrengt. In alle drie de bedrijfstakken is veruit het grootste deel van de bedrijven met een online platform een microbedrijf met minder dan 10 werkzame personen. In de bedrijfstak verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening is het aandeel bedrijven met 10 of meer werkzame personen iets groter dan in de andere twee bedrijfstakken.
| 0 tot 2 werkzame personen (%) | 2 tot 10 werkzame personen (%) | 10 tot 50 werkzame personen (%) | 50 tot 250 werkzame personen (%) | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 643 | 328 | 159 | 59 |
| G Groot- en detailhandel, reparatie van auto's | 82 | 46 | 17 | 9 |
| J Informatie en communicatie | 284 | 129 | 63 | 15 |
| N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening | 68 | 48 | 23 | 13 |