Werkende mantelzorgers in beeld

1. Inleiding

De toenemende vergrijzing in Nederland stelt de samenleving voor verschillende uitdagingen. Het aandeel ouderen groeit sterk en ouderen wonen steeds langer thuis. Hoewel de gezondheidstoestand van ouderen verbeterd is ten opzichte van rond de eeuwwisseling (Bruggink, Reep, 2023), blijft het zo dat naarmate mensen ouder worden, zij vaker te maken krijgen met gezondheidsproblemen en lichamelijke beperkingen. Dit kan vervolgens weer leiden tot een toenemende vraag naar zorg. Die zorgbehoefte kan op een formele of informele manier worden ingevuld. Ook is een combinatie van beide mogelijk. Door de vergrijzing en personeelstekorten in de formele zorg is het mogelijk dat de vraag naar en het belang van informele zorg groeit. Mantelzorg is zorg die iemand geeft aan een familielid of bekende, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Deze zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, helpen bij vervoer of het regelen van geldzaken.

Veel mantelzorgers combineren hun mantelzorgtaken met een betaalde baan. Mantelzorg kan positieve en waardevolle ervaringen met zich meebrengen, maar kan in combinatie met betaald werk ook belastend zijn. De overheid stimuleert burgers om meer mantelzorg te geven, waarbij het beleid erop is gericht om de behoefte aan zorg en ondersteuning eerst in het eigen netwerk op te vangen, voordat een beroep wordt gedaan op professionele instanties (RIVM, 2021). Tegelijkertijd vindt de overheid het belangrijk dat mensen meer gaan werken en probeert de overheid het combineren van werk en zorg eenvoudiger te maken (Rijksoverheid, 2025). De verwachting is dan ook dat meer mensen te maken krijgen met de combinatie van werk en mantelzorg. Ook de Sociaaleconomische Raad pleit voor meer ondersteuning om de combinatie van werk en mantelzorg te vergemakkelijken (SER, 2026).   

In 2024 gaf 14 procent van de volwassenen mantelzorg (CBS, StatLine 2024). Een groot deel van de mantelzorg wordt gegeven door mensen die een of twee ouders hebben van 80 jaar of ouder (Reep & Bruggink, 2024). De getalsmatige verhouding tussen jongeren en ouderen verandert echter als gevolg van demografische ontwikkelingen. De ouderen van de nabije toekomst hebben gemiddeld minder kinderen om op terug te kunnen vallen voor mantelzorg dan de ouderen van nu en vroeger. Ook zullen hun kinderen vaak nog werkzaam zijn tegen de tijd dat ouders hulpbehoevend worden.

Dit artikel beschrijft eerst hoe het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers (van 18 tot 75 jaar) zich in 2024 heeft ontwikkeld ten opzichte van 2016, met aandacht voor verschillende achtergrondkenmerken. Vervolgens gaat het artikel dieper in op de werkende mantelzorgers. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 

  1. Was het percentage (zwaarbelaste) mantelzorgers in 2024 hoger of lager dan in 2016? Zijn er verschillen naar geslacht, leeftijd, financiële welvaart, sociaaleconomische categorie en het wel of niet hebben van thuiswonende kinderen?
  2. In welke bedrijfstakken is het percentage (zwaarbelaste) werkende mantelzorgers het hoogst? Is het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers hoger onder werknemers dan onder zelfstandigen? En is er een samenhang tussen het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers en het aantal uren dat iemand werkt? Is dit veranderd ten opzichte van 2016?
  3. Hoe is de groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers samengesteld en is dit veranderd ten opzichte van 2016? Zijn er verschillen naar geslacht, leeftijd, het aantal uren mantelzorg dat gegeven wordt, het hebben van thuiswonende kinderen, bedrijfstak, deeltijdfactor en de ervaren gezondheid?