4. Conclusie
In 2024 gaf 14 procent van alle 18- tot 75-jarigen (werkend en niet-werkend) aan mantelzorg te geven. Daarbij verleende 11 procent mantelzorg zonder zich zwaarbelast te voelen, 3 procent is wel een zwaarbelaste mantelzorger. Vooral vrouwen en 55- tot 65-jarigen geven aan mantelzorg te geven en voelen zich hierdoor zwaar belast.
Het percentage mantelzorgers is gedaald ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe. De toename van het percentage zwaarbelaste mantelzorgers vond plaats in vrijwel alle leeftijdsgroepen en financiële welvaartsgroepen, en zowel onder mantelzorgers met als zonder thuiswonende kinderen. Behalve onder scholieren, studenten en mensen met een bijstandsuitkering steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers ook in alle sociaaleconomische categorieën. Niet alleen is het percentage mantelzorgers afgenomen, ook het aantal uren mantelzorg is gedaald van gemiddeld 11 uur per week in 2016 naar 10 uur in 2024. Zowel onder zwaarbelaste mantelzorgers als onder niet-zwaarbelaste mantelzorgers daalde het aantal uren mantelzorg.
In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen mantelzorg: 10 procent verleende mantelzorg maar voelde zich hierdoor niet zwaarbelast, 3 procent voelde zich wel zwaarbelast.
Ook onder de werkende bevolking nam het percentage mantelzorgers af tussen 2016 en 2024 en steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers. Het aantal uren mantelzorg nam eveneens af in deze periode. In de gezondheids- en welzijnszorg was het aandeel mantelzorgers in 2024 het hoogst (21 procent). Bijna 5 procent van de werkenden in de gezondheids- en welzijnszorg gaf aan zwaarbelast te zijn door de mantelzorg. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in alle bedrijfstakken toe, behalve in de verhuur en handel van onroerend goed. Zowel onder werknemers als onder zelfstandigen daalde het percentage mantelzorgers en steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers tussen 2016 en 2024. Als er gekeken wordt naar de deeltijdfactor van werknemers is het percentage mantelzorgers gedaald in de groepen met een deeltijdfactor tot 0,60 en in de groep met een deeltijdfactor van boven de 0,95. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in iedere deeltijdfactorgroep toe.
In 2024 was 64 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een vrouw. De gemiddelde leeftijd van zwaarbelaste werkende mantelzorgers is toegenomen van 49 jaar in 2016 naar 51 jaar in 2024. Het aantal uren mantelzorg dat zwaarbelaste werkende mantelzorgers wekelijks geven, is in dezelfde periode gedaald van 19 uur tot 14 uur. Er vonden tussen 2016 en 2024 geen significante verschuivingen plaats naar de bedrijfstak waarin zwaarbelaste mantelzorgers werken. 27 procent van de mantelzorgers werkte in 2024 in de gezondheids- en welzijnszorg. En bijna 4 op de 10 zwaarbelaste mantelzorgers werkten (bijna) voltijd, dat wil zeggen met een deeltijdfactor van 0,95 tot 1,00. Dit was ongeveer gelijk aan 2016. Het aandeel zwaarbelaste mantelzorgers met een deeltijdfactor van 0,80 tot 0,95 is toegenomen van 18 procent in 2016 naar 23 procent in 2024. Onder de zwaarbelaste werkende mantelzorgers had 30 procent een minder dan goede ervaren gezondheid in 2024, dat is vrijwel gelijk aan 2016.
Op basis van dit artikel kan geconcludeerd worden dat het percentage mantelzorgers is gedaald tussen 2016 en 2024 en dat het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is toegenomen. Die toename ziet men zowel onder de werkende als niet-werkende mantelzorgers, in zo goed als alle bedrijfstakken, in alle groepen deeltijdfactoren en zowel onder zelfstandigen als werknemers. Het aantal uren mantelzorg is gedaald onder zowel zwaarbelaste als niet-zwaarbelaste mantelzorgers.
Er was geen informatie beschikbaar over de persoon of personen aan wie mantelzorg werd gegeven en welk soort mantelzorg er werd gegeven. Daardoor kon niet worden nagegaan of deze factoren een rol spelen bij het wel of niet zwaarbelast voelen van een mantelzorger.
In dit artikel werd alleen onderzoek gedaan naar mantelzorg. Een andere vorm van informele hulp is vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning (SCP, 2020). Of het aantal vrijwilligers in de zorg ook daalt of juist toeneemt, kan niet worden onderzocht in de Gezondheidsmonitor. Verder onderzoek is nodig om te bekijken wat de maatschappelijke gevolgen zijn van de toename van het percentage zwaarbelaste mantelzorgers.