3. Resultaten
3.1 (Zwaarbelaste) mantelzorgers naar persoonskenmerken
Deze paragraaf beschrijft het aandeel mantelzorgers van 18 tot 75 jaar naar achtergrondkenmerken.
Meer vrouwen dan mannen zijn (zwaarbelaste) mantelzorger
In 2024 gaf 14 procent van de 18- tot 75-jarigen aan mantelzorg te geven: 11 procent is een niet-zwaarbelaste mantelzorger en 3 procent een zwaarbelaste mantelzorger. Vrouwen vervullen de rol van mantelzorger vaker dan mannen. Zo verleent 17 procent van de vrouwen en 11 procent van de mannen mantelzorg.
Het percentage mantelzorgers is afgenomen ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe. Dezelfde ontwikkeling is ook zichtbaar bij mannen en vrouwen.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Mantelzorgers | Mannen | 11,5 | 10,5 |
| Mantelzorgers | Vrouwen | 18,2 | 17,1 |
| Mantelzorgers | Totaal | 14,9 | 13,8 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Mannen | 1,5 | 2,1 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Vrouwen | 2,7 | 4,1 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Totaal | 2,1 | 3,1 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Mannen | 10,1 | 8,6 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Vrouwen | 15,8 | 13,5 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Totaal | 12,9 | 11,0 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Relatief veel mantelzorgers onder 55- tot 65-jarigen
In 2024 was het percentage mantelzorgers het hoogst onder 55- tot 65-jarigen. Een kwart van hen gaf mantelzorg. Dit aandeel is niet veranderd ten opzichte van 2016. Wel nam het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in deze leeftijdsgroep toe van 3 naar 6 procent. Ook bij 35- tot 45-jarigen en 65- tot 75-jarigen bleef het percentage mantelzorgers gelijk, maar nam het percentage zwaarbelaste mantelzorgers toe.
Onder 18- tot 35-jarigen en 45- tot 55-jarigen daalde het percentage mantelzorgers tussen 2016 en 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam echter ook in deze leeftijdsgroepen toe.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| 18 tot 35 jaar | 2016 | 0,6 | 4,8 |
| 18 tot 35 jaar | 2024 | 1,0 | 3,6 |
| 35 tot 45 jaar | 2016 | 1,8 | 8,2 |
| 35 tot 45 jaar | 2024 | 2,5 | 7,1 |
| 45 tot 55 jaar | 2016 | 3,1 | 17,6 |
| 45 tot 55 jaar | 2024 | 4,4 | 14,5 |
| 55 tot 65 jaar | 2016 | 3,3 | 21,8 |
| 55 tot 65 jaar | 2024 | 5,5 | 19,6 |
| 65 tot 75 jaar | 2016 | 2,1 | 16,0 |
| 65 tot 75 jaar | 2024 | 3,3 | 15,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Ruim 1 op de 10 mensen met thuiswonende kinderen gaf mantelzorg in 2024
Het percentage mantelzorgers was in 2024 hoger onder de mensen zonder thuiswonende kinderen dan onder mensen met thuiswonende kinderen (15 versus 13 procent). Omdat mensen met thuiswonende kinderen gemiddeld tien jaar jonger zijn dan mensen zonder thuiswonende kinderen is onderzocht of het percentage mantelzorgers ook significant verschilt tussen deze groepen wanneer rekening wordt gehouden met de leeftijdssamenstelling. Dat blijkt inderdaad het geval. Ook wanneer er rekening wordt gehouden met leeftijd is het percentage mantelzorgers hoger onder mensen zonder thuiswonende kinderen.
Zowel onder de mensen met als zonder thuiswonende kinderen is het percentage mantelzorgers gedaald ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is echter in beide groepen toegenomen van 2 naar 3 procent.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Geen thuiswonende kinderen | 2016 | 2,1 | 13,7 |
| Geen thuiswonende kinderen | 2024 | 3,2 | 11,9 |
| Thuiswonende kinderen | 2016 | 2,1 | 12,1 |
| Thuiswonende kinderen | 2024 | 3,0 | 10,0 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Meer mantelzorgers onder mensen met een hogere financiële welvaart
In de groep met de hoogste financiële welvaart was het aandeel mantelzorgers in 2024, met 16 procent, hoger dan in de groepen met een lagere financiële welvaart. Vergeleken met 2016 nam het aandeel mantelzorgers in de groep met de hoogste financiële welvaart echter af. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe in deze welvaartsgroep van 2 naar 3 procent.
Het percentage mantelzorgers is ook in het derde en vierde kwintiel afgenomen, terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in alle welvaartsgroepen toenam.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 2016 | 2,4 | 8,9 |
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 2024 | 2,9 | 8,7 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 2016 | 2,3 | 11,8 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 2024 | 3,3 | 10,5 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 2016 | 1,8 | 12,6 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 2024 | 3,1 | 10,5 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 2016 | 2,0 | 13,3 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 2024 | 3,1 | 11,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 2016 | 2,2 | 16,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 2024 | 3,2 | 13,1 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Het percentage mantelzorgers daalt in bijna alle sociaaleconomische categorieën
Uit de analyse van de sociaaleconomische categorieën blijkt dat het aandeel mantelzorgers in 2024 het hoogst was onder pensioenontvangers en mensen zonder inkomen (19 procent en 18 procent). Hoewel het percentage mantelzorgers het hoogst is in deze sociaaleconomische categorieën, is het aantal mantelzorgers het hoogst onder de werkenden. Werkenden vertegenwoordigen namelijk 63 procent van de sociaaleconomische categorieën in de leeftijdsgroep van 18 tot 75 jaar. Het percentage mantelzorgers is in alle sociaaleconomische categorieën gedaald ten opzichte van 2016, behalve bij mensen met een uitkering. Bij hen bleef het aandeel mantelzorgers gelijk.
Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is het hoogst onder uitkeringsontvangers: 5 procent van hen voelt zich zwaarbelast door het geven van mantelzorg. Dit hangt samen met hun minder goede ervaren gezondheid. Van de uitkeringsontvangers had 40 procent een (zeer) goede ervaren gezondheid. Dat is lager dan bij de werkenden (84 procent), scholieren en studenten (83 procent), mensen zonder inkomen (72 procent) en pensioenontvangers (69 procent). Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers steeg in alle sociaaleconomische categorieën, met uitzondering van scholieren en studenten.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Werkzaam | 2016 | 1,9 | 12,5 |
| Werkzaam | 2024 | 3,1 | 10,9 |
| Uitkeringsontvanger | 2016 | 3,6 | 12,9 |
| Uitkeringsontvanger | 2024 | 4,9 | 11,6 |
| Pensioenontvanger | 2016 | 2,2 | 16,7 |
| Pensioenontvanger | 2024 | 3,3 | 15,4 |
| Scholier/student | 2016 | 0,4 | 4,6 |
| Scholier/student | 2024 | 0,5 | 3,1 |
| Geen inkomen | 2016 | 2,9 | 17,2 |
| Geen inkomen | 2024 | 3,9 | 14,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Toename van zwaarbelaste mantelzorgers bij vrijwel alle uitkeringsgroepen
Mensen met een uitkering kunnen verschillende soorten uitkeringen ontvangen. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was in 2024 hoger onder mensen met een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid (6 procent) dan onder mensen met een werkloosheidsuitkering of bijstandsuitkering (beide 4 procent). Er was geen verschil in het percentage zwaarbelaste mantelzorgers tussen mensen met een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid en mensen met een overige uitkering sociale voorzieningen (5 procent).
Onder mensen met een werkloosheidsuitkering is het percentage mantelzorgers gedaald ten opzichte van 2016. Voor de overige uitkeringen waren er geen verschillen tussen 2016 en 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was in 2024 hoger voor alle groepen uitkeringsontvangers, behalve bij de mensen met een bijstandsuitkering.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Ontvanger werkloosheidsuitkering | 2016 | 2,4 | 18,4 |
| Ontvanger werkloosheidsuitkering | 2024 | 3,5 | 14 |
| Bijstandsontvanger | 2016 | 3,4 | 9,5 |
| Bijstandsontvanger | 2024 | 3,8 | 9,5 |
| Ontvanger overige sociale voorziening | 2016 | 2,5 | 11,4 |
| Ontvanger overige sociale voorziening | 2024 | 4,9 | 9,8 |
| Arbeidsongeschikte | 2016 | 4,8 | 13,4 |
| Arbeidsongeschikte | 2024 | 6,1 | 13,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Daling van het aantal uren mantelzorg
Het aantal uren zorg dat mantelzorgers gemiddeld geven per week is gedaald van 11 uur in 2016 naar 10 uur in 2024. Onder zwaarbelaste mantelzorgers daalde het aantal uren mantelzorg van 24 uur naar 17 uur, en onder niet-zwaarbelaste mantelzorgers van 9 uur naar 8 uur. Zowel in 2016 als in 2024 gaven zwaarbelaste mantelzorgers meer uren mantelzorg op dan niet-zwaarbelaste mantelzorgers.
| 2016 (Aantal uren) | 2024 (Aantal uren) | |
|---|---|---|
| Zwaarbelaste mantelzorgers | 23,9 | 17,4 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | 8,6 | 7,6 |
| Totaal | 10,8 | 9,8 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
3.2 Werkende mantelzorgers
Deze paragraaf beschrijft het aandeel mantelzorgers binnen de werkende bevolking van 18 tot 75 jaar. In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen aan mantelzorg te geven: ruim 10 procent verleende mantelzorg maar voelde zich hierdoor niet, ruim 3 procent voelde zich wel zwaarbelast. Het percentage werkende mantelzorgers was in 2024 lager dan in 2016. Toen gaf 14 procent van de werkende 18- tot 75- jarigen mantelzorg, waarbij 12 procent zich niet zwaarbelast voelde en 2 procent wel.
Hoogste percentage mantelzorgers in gezondheids- en welzijnszorg
In 2024 was het aandeel mantelzorgers met 21 procent het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg. In deze bedrijfstak werken relatief veel vrouwen, die vaker dan mannen mantelzorg verlenen. In de bedrijfstak informatie en communicatie en in de bouwnijverheid, waar meer mannen werken, is het percentage mantelzorgers laag (StatLine, 2024b). Ook in de horeca is het percentage mantelzorgers laag. Hierbij speelt leeftijd een rol. In de horeca werken namelijk relatief veel jongeren en het percentage jongeren dat mantelzorg geeft is relatief laag (StatLine, 2024b).
In de gezondheids- en welzijnszorg gaf 5 procent aan zwaarbelast te zijn door mantelzorg, 16 procent gaf aan hier niet zwaar door belast te zijn. Het aandeel mantelzorgers is in deze bedrijfstak afgenomen van 23 procent in 2016 naar 21 procent in 2024. Het percentage niet-zwaarbelaste mantelzorgers daalde van 20 naar 16 procent, terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in dezelfde periode juist toenam van 3 naar 5 procent.
Ook in de bedrijfstakken nijverheid (geen bouw en energie), handel, vervoer en opslag, horeca, informatie en communicatie, en onderwijs nam het percentage mantelzorgers af in de periode 2016 tot en met 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen in alle bedrijfstakken toe, behalve in de verhuur en handel van onroerend goed. In een groot deel van de bedrijfstakken was het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in 2024 twee keer zo hoog als in 2016.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | |
|---|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 2,8 | 19,8 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 2,7 | 14,4 |
| Onderwijs | 2,6 | 13,6 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 2,3 | 13,7 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,2 | 14,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 1,9 | 11,5 |
| Financiële dienstverlening | 1,6 | 10,6 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 1,5 | 10,4 |
| Vervoer en opslag | 1,6 | 10,2 |
| Zakelijke dienstverlening | 1,4 | 9,5 |
| Handel | 1,2 | 9,4 |
| Bouwnijverheid | 1,2 | 8,6 |
| Informatie en communicatie | 1,0 | 7,5 |
| Horeca | 0,8 | 7,5 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | |
|---|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 4,5 | 16,2 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 4,0 | 12,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 2,7 | 13,6 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 4,0 | 11,8 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 2,5 | 12,9 |
| Onderwijs | 3,6 | 10,8 |
| Financiële dienstverlening | 2,1 | 10,6 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 2,5 | 9,0 |
| Vervoer en opslag | 2,4 | 9,1 |
| Zakelijke dienstverlening | 2,3 | 8,6 |
| Handel | 2,0 | 8,0 |
| Informatie en communicatie | 2,3 | 7,2 |
| Bouwnijverheid | 1,8 | 7,5 |
| Horeca | 1,5 | 5,6 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
Meer zwaarbelaste mantelzorgers onder werknemers en zelfstandigen
In 2024 was het percentage mantelzorgers onder de werknemers iets lager dan in 2016 (13 procent versus 14 procent). Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in deze periode toe van 2 naar 3 procent.
Ook onder zelfstandigen daalde het percentage mantelzorgers tussen 2016 en 2024 (van 17 naar 16 procent), terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers toenam van 2 naar 3 procent.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Werknemer | 2016 | 1,8 | 11,9 |
| Werknemer | 2024 | 2,9 | 10,1 |
| Zelfstandige | 2016 | 2,3 | 14,5 |
| Zelfstandige | 2024 | 3,2 | 12,9 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Hoogste aandeel mantelzorgers onder werknemers met deeltijdfactor 0,60 tot 0,80
In 2024 was het percentage mantelzorgers met 18 procent het hoogst onder werknemers met een middelgrote deeltijdbaan van 60 tot 80 procent, ook wanneer rekening wordt gehouden met geslacht. Dit percentage was vrijwel gelijk aan 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was binnen deze groep werknemers echter twee keer zo hoog als in 2016 (4 procent versus 2 procent).
Onder werknemers in de kleine deeltijdbanen tot 60 procent en grote deeltijdbanen boven de 95 procent daalde het percentage mantelzorgers. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in elke deeltijdgroep toe.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 2016 | 1,4 | 12,2 |
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 2024 | 1,8 | 7,6 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 2016 | 2 | 16 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 2024 | 3,2 | 12,3 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 2016 | 2,2 | 15,8 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 2024 | 4,1 | 14,4 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 2016 | 2,1 | 12 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 2024 | 3,5 | 10,8 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 2016 | 1,5 | 9,5 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 2024 | 2,4 | 8,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
3.3. Zwaarbelaste werkende mantelzorgers
Deze paragraaf beschrijft de samenstelling van de groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers van 18 tot 75 jaar.
Zwaarbelaste werkende mantelzorgers in 2024 gemiddeld ouder dan in 2016
In 2024 was 64 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een vrouw. Dat percentage is vrijwel niet veranderd ten opzichte van 2016. De leeftijdsverdeling van deze groep is wel veranderd tussen 2016 en 2024. Zo is de gemiddelde leeftijd van de zwaarbelaste mantelzorgers toegenomen van 49 jaar naar 51 jaar. Dit is ook terug te zien in verschuivingen tussen leeftijdsgroepen. Zo is er een verschuiving van de leeftijdsgroepen van 35 tot 55 jaar naar de leeftijdsgroepen van 55 jaar of ouder. In 2024 vormden de oudere leeftijdsgroepen van 55 tot 65 jaar en 65 tot 75 jaar een groter deel van de totale groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers dan in 2016. Het aantal uren mantelzorg dat zwaarbelaste werkende mantelzorgers gemiddeld per week geven is tussen 2016 en 2024 gedaald van 19 uur naar 14 uur.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| 18 tot 35 jaar | 9,4 | 10,6 |
| 35 tot 45 jaar | 19,3 | 15,9 |
| 45 tot 55 jaar | 37,7 | 30,2 |
| 55 tot 65 jaar | 30,5 | 37,0 |
| 65 tot 75 jaar | 3,2 | 6,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
Helft van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers had thuiswonende kinderen in 2024
In 2024 had 52 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers thuiswonende kinderen. Dat is minder dan de 57 procent in 2016. Mogelijk speelt leeftijd hierbij een rol. In 2024 waren de zwaarbelaste mantelzorgers gemiddeld ouder waardoor kinderen mogelijk al het huis uit waren.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Geen thuiswonende kinderen | 42,5 | 47,7 |
| Thuiswonende kinderen | 57,5 | 52,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
1 op de 3 zwaarbelaste werkende mantelzorgers heeft een hoge financiële welvaart
In 2024 had 35 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een hoge financiële welvaart (vijfde kwintiel). Een relatief klein deel had een lage financiële welvaart (eerste kwintiel). Ook in 2016 had 1 op de 3 zwaarbelaste werkende mantelzorgers een hoge financiële welvaart. Onder de groep met de laagste financiële welvaart is het percentage werkende mensen het laagst.
Er waren in 2024 minder zwaarbelaste werkende mantelzorgers met een lage financiële welvaart (eerste kwintiel) dan in 2016: 5 procent versus 8 procent. Voor de andere welvaartsgroepen waren er geen verschillen tussen 2016 en 2024.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 7,7 | 5,3 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 15,2 | 13,6 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 18,7 | 19,9 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 25,7 | 26,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 32,7 | 34,7 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
27 procent van de zwaarbelaste mantelzorgers werkt in de gezondheids-en welzijnszorg
Er vonden tussen 2016 en 2024 geen noemenswaardige verschuivingen plaats naar de bedrijfstak waarin zwaarbelaste mantelzorgers werken. In 2024 werkte 27 procent in de gezondheids- en welzijnszorg, 13 procent werkte in de zakelijke dienstverlening en 11 procent in het onderwijs.
| 2024 (% ) | |
|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 27,4 |
| Zakelijke dienstverlening | 13,4 |
| Onderwijs | 10,7 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 9,7 |
| Handel | 9,3 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 7,9 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 6 |
| Informatie en communicatie | 3,7 |
| Vervoer en opslag | 3,2 |
| Bouwnijverheid | 2,4 |
| Financiële dienstverlening | 2,4 |
| Horeca | 1,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 0,7 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |
Meer zwaarbelaste werkende mantelzorgers naarmate deeltijdfactor hoger is
In 2024 werkten meer zwaarbelaste mantelzorgers als werknemer dan in 2016 (85 procent versus 81 procent). Het percentage zwaarbelaste, als werknemer werkende, mantelzorgers is in 2024 hoger naarmate de deeltijdfactor stijgt. Bijna 4 op de 10 zwaarbelaste mantelzorgers werkte in een grote deeltijdbaan van 95 tot 100 procent. Dit is ongeveer gelijk aan 2016. Het aandeel zwaarbelaste werknemers met een grote deeltijdbaan van 80 tot 95 procent is in dezelfde periode toegenomen van 18 procent naar 23 procent. Voor de andere deeltijdfactoren zijn er geen significante veranderingen tussen 2016 en 2024.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 4,8 | 3,9 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 15,4 | 12,9 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 18,5 | 21,2 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 18,4 | 22,8 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 42,9 | 39,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
7 op de 10 zwaarbelaste werkende mantelzorgers ervaren een goede gezondheid
In 2024 beoordeelde 70 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers de eigen gezondheid als (zeer) goed . Dat is vergelijkbaar met het aandeel in 2016, ondanks de hogere gemiddelde leeftijd van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers in 2024. Onder de werkende mantelzorgers die zich niet zwaarbelast voelden door mantelzorg had 83 procent een (zeer) goede ervaren gezondheid in 2024. Onder de totale bevolking van 18 tot 75 jaar was dit 77 procent.