Auteur: Nienke Oude Steenhof
De invloed van gestegen energiekosten op het bedrijfsleven

4. Effect op de overige kosten

In deze paragraaf wordt bekeken in hoeverre bedrijfstakken in staat waren om de gestegen energiekosten in 2022 op te vangen door te bezuinigen op andere kostenposten, zoals materiaal, diensten en arbeid (lonen en sociale premies).

In de afgelopen jaren stegen niet alleen de uitgaven aan energie, maar ook de uitgaven aan andere kostenposten. De prijzen van materiaal en diensten namen indirect toe door de hoge energieprijzen, maar ook door de hoge vraag na de coronacrisis. In 2022 maakte de stijging van de uitgaven aan materiaal en diensten het grootste deel uit van de kostenstijgingen in de vier meest energie-intensieve bedrijfstakken. Dat komt doordat de uitgaven aan deze categorie het grootste deel van de totale uitgaven van bedrijven vormen.

In de chemische industrie waren de totale kosten in 2022 meer dan de helft hoger dan in 2019. Energie was verantwoordelijk voor minder dan een derde van deze toename. De uitgaven aan energie maken echter nog geen 12 procent van de totale kostenposten van de chemische industrie uit. Ook in de horeca is de bijdrage van energie aan de stijging van de kostenposten drie keer zo groot als het aandeel dat energie heeft in die totale kosten.

Figuur 4.1 Aandeel in verandering van de kostenposten, 2022 t.o.v. 2019*
BedrijfstakMateriaal en diensten (%)Arbeid (%)Energie (%)Kapitaal (%)
Chemische industrie38,80,612,10,4
Landbouw17,41,76,72,3
Vervoer15,72,76,20,4
Horeca11,63,44,9-2,1
Hele economie (exclusief
energieproducerende
bedrijfstakken)
11,94,72,21,4
*voorlopige cijfers

De verbruikskosten van materiaal (exclusief energie) en diensten namen het sterkst toe in de chemie. De prijzen van verschillende industriële grondstoffen, waaronder chemische grondstoffen, stegen al sterk vanaf het begin van 2021. Door het snelle herstel van de coronacrisis kon het aanbod de vraag nauwelijks bijbenen, waardoor de prijzen opliepen. De prijsstijgingen waren dus breder dan alleen de stijging van energieprijzen.

In tegenstelling tot energie, bespaarden bedrijven nauwelijks op het gebruik van materialen en diensten. De meeste energie-intensieve bedrijfstakken verbruikten tussen 2019 en 2022 juist meer materialen en diensten dan gemiddeld in de economie. Door de gestegen prijzen van materialen en diensten stegen de uitgaven hieraan nog veel harder. Alleen de landbouw slaagde erin het verbruik van materialen en diensten iets terug te dringen, maar ook hier stegen de kosten ervan door de gestegen prijzen. 

Figuur 4.2 Uitgaven aan materiaal en diensten, 2022 t.o.v. 2019*
BedrijfstakUitgaven (% verandering)Hoeveelheid (% verandering)
Chemische industrie535,3
Vervoer27,88,6
Landbouw26,4-0,8
Horeca19,74,5
Hele economie (exclusief
energieproducerende
bedrijfstakken)
20,34,5
*voorlopige cijfers

Energie-intensieve bedrijfstakken hadden de laatste jaren ook te maken met steeds hogere personeelskosten. Dit kwam zowel door loonstijgingen als door meer personeel. De toename van de hoeveelheid arbeid in drie van de vier meest energie-intensieve bedrijfstakken was wel minder dan het gemiddelde van de Nederlandse economie.

Alleen in de horeca is in 2022 minder personeel ingezet dan in 2019. De totale uitgaven aan arbeid namen door loonstijgingen met 11 procent toe, terwijl de uitgaven in de hele economie ruim 16 procent hoger lagen. Dat de horeca minder arbeid inzette, hoeft niet meteen te komen door de behoefte om te besparen op arbeid vanwege de hogere energie- of materiaalprijzen. Door de beperkingen tijdens de coronapandemie nam de vraag naar arbeid in de horeca sterk af. Toen de maatregelen waren afgeschaft, steeg de behoefte aan arbeid weer. Door de krapte op de arbeidsmarkt kon de horeca niet alle vacatures vervullen en was er sprake van een personeelstekort.

Figuur 4.3 Uitgaven aan arbeid, 2022 t.o.v. 2019*
BedrijfstakUitgaven (% verandering)Hoeveelheid (% verandering)
Landbouw12,97,2
Vervoer10,70,9
Horeca10,7-8,6
Chemische industrie7,33
Hele economie (exclusief
energieproducerende
bedrijfstakken)
16,16,8
*voorlopige cijfers