1. Inleiding
Dit rapport gaat in op het verrichten van vrijwilligerswerk door de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder in 2025.
Een samenleving draait op de inzet van vrijwilligers. Talloze verenigingen en organisaties steunen op hun inzet. Het gaat hierbij om werkzaamheden die ‘in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald worden verricht ten behoeve van anderen of de samenleving’ (CRM, 1980). Dat zijn bijvoorbeeld activiteiten voor een school, de sportvereniging, de kerk, de muziek- of de buurtvereniging, en in de verzorging.
Vrijwilligerswerk is om diverse redenen belangrijk. Met het doen van vrijwillige activiteiten tonen burgers verbondenheid met de samenleving en betrokkenheid bij de maatschappij. Het is een vorm van geven aan anderen, zonder dat daar een materiële beloning tegenover staat en een manier om bij te dragen aan de samenleving. Vrijwilligerswerk heeft ook een sociale functie. Door het verrichten van activiteiten voor een organisatie kunnen sociale contacten en daarmee sociale netwerken ontstaan die van belang zijn voor de sociale cohesie in de samenleving (Arts & te Riele, 2010). Vrijwilligerswerk is een essentieel onderdeel van sociale netwerken in de samenleving met gemeenschappelijke waarden, ook wel aangeduid als ‘sociaal kapitaal’ (Van Beuningen & Schmeets, 2013). Dit sociaal kapitaal is van belang voor het goed functioneren van de samenleving: het is de smeerolie die de samenleving draaiende houdt. Sociaal kapitaal heeft niet alleen een positief effect op de economie, maar ook op het welzijn van de bevolking (Kroll, 2011; Portela et al., 2013; Matsushima & Matsunaga, 2015; Schmeets & Arends, 2020).
Naast het meedoen, is ook het vertrouwen in de samenleving een graadmeter voor de mate van sociaal kapitaal en sociale samenhang. In een samenleving waarin mensen veel vertrouwen hebben, zowel in elkaar als in instituties, zullen meer sociale netwerken met gemeenschappelijke waarden bestaan dan in een samenleving waarin dat vertrouwen laag is (Schmeets, 2026). Hoewel het vertrouwen in andere mensen en in publieke en private instituties al jaren hoog is in Nederland (Schmeets, 2026), is het politiek vertrouwen de laatste jaren gedaald (Janssen & van Montfort, 2026). Mensen die vrijwilligerswerk doen, hebben mogelijk meer vertrouwen in de samenleving omdat ze actief betrokken zijn bij hun omgeving en betere kennis hebben van de samenleving en haar doelstellingen. De omvang van het vrijwilligerscorps (ook wel directe solidariteit genoemd) kan daardoor functioneren als harde ondergrens voor het vertrouwen in de politiek en de opkomst bij verkiezingen (ook wel indirecte solidariteit genoemd) (de Rond, 2026). Aan de andere kant blijkt uit onderzoek dat voor het creëren van vertrouwen meer nodig is dan meedoen in de samenleving alleen (Bisschops, 2022).
Dit rapport gaat in op de mate waarin mensen in Nederland vrijwilligerswerk verrichten voor organisaties. Dit wordt bekeken voor verschillende bevolkingsgroepen, zoals op basis van leeftijd, geslacht, herkomst en sociaaleconomische categorie. Ook beschrijft dit rapport de samenhang tussen het doen van vrijwilligerswerk en het sociaal en institutioneel vertrouwen. Vrijwilligerswerk is sinds 2012 een onderdeel van het CBS-onderzoek Sociale samenhang en welzijn (SSW). Jaarlijks wordt informatie verzameld over het aandeel vrijwilligers in 13 soorten organisaties en de hoeveelheid tijd die ze daaraan besteden. Daarnaast is in 2025 op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in overleg met de Vereniging VrijwilligerswerkNL (voorheen NOV) een aantal verdiepende vragen aan het SSW-onderzoek toegevoegd. Aan degenen die vrijwilligerswerk deden, is gevraagd in hoeverre zij tevreden zijn met het vrijwilligerswerk, of zij hiervoor activiteiten online doen en of zij bestuurswerk doen voor de vrijwilligerswerkorganisatie. Ook is aan alle deelnemers van het onderzoek een vraag gesteld over de mogelijke invloed van het doen van vrijwilligerswerk op het inkomen.