5. Vergelijking op basis van microdata
Aanvullend op de geconstateerde verschillen tussen beide bronnen in het aantal NEETs, is de registerinformatie uit 2024 gekoppeld aan de EBB van 2024. Op deze manier kan worden bekeken in hoeverre jongeren die in de EBB hebben aangegeven onderwijs te volgen en/of betaald werk te hebben, ook als onderwijsvolgend en/of werkzaam terug te vinden zijn in de registers.
Voor deze analyse is ervoor gekozen om gegevens uit de EBB van het vierde kwartaal van 2024 te gebruiken. Een klein aantal respondenten heeft twee keer in een kwartaal deelgenomen, hierop is ontdubbeld. De aantallen zoals opgenomen in de tabellen 5.1 en 5.2 wijken hierdoor iets af van de in tabel 3.1 gepresenteerde aantallen.
Niet alle EBB records koppelen met de registerdata. Dit heeft met name met het peilmoment te maken. Omdat je uitgaat van de groep 15 tot 27 jaar in de EBB in het vierde kwartaal terwijl je voor de registers uitgaat van 15 tot 27 jaar op 1 oktober, zijn er jongeren die in het vierde kwartaal 15 worden en daarmee in de EBB meetellen maar in de registers niet. In de vergelijking van de gekoppelde gegevens, is een klein deel dus onbekend. Andersom geldt overigens ook dat er jongeren zijn die in het vierde kwartaal 27 jaar worden en niet altijd meetellen in de EBB maar wel in het register. Omdat de EBB het uitgangspunt is, zie je die mismatch echter niet in de gekoppelde data.
Na koppeling van het register aan de EBB is zowel het volgen van onderwijs als het hebben van werk bekeken. Allereerst is nagegaan welke jongeren volgens de EBB onderwijs volgen en voor welke groep dat ook geldt op basis van registerinformatie.
Volgens de EBB volgden 1 706 duizend jongeren een formele opleiding in het vierde kwartaal 2024. Daarvan waren er 1 580 duizend die volgens het register formeel onderwijs volgden (93 procent). Verder zeiden 163 duizend jongeren in de EBB niet-formeel onderwijs te volgen. Daarvan waren er 19 duizend volgens het register onderwijsvolgend. Niet-formeel onderwijs kan op dit moment in registraties niet worden gemeten omdat die opleidingen niet door de overheid bekostigd zijn. Dat gebeurt wel in de EBB als jongeren dit hebben aangegeven. Jongeren die niet-formeel onderwijs volgen, worden als onderwijsvolgend gerekend.
Tot slot volgden 743 duizend jongeren volgens de EBB geen onderwijs, waarvan 704 duizend volgens het register ook niet als onderwijsvolgend stonden ingeschreven (95 procent).
| EBB | ||||
|---|---|---|---|---|
| In formeel onderwijs | In niet-formeel onderwijs | Niet in onderwijs | Totaal | |
| Register | ||||
| In onderwijs (x 1 000) | 1 580 | 19 | 38 | 1 638 |
| Niet in onderwijs (x 1 000) | 106 | 144 | 704 | 954 |
| Onbekend (x 1 000) | 19 | 0 | 0 | 20 |
| Totaal (x 1 000) | 1 706 | 163 | 743 | 2 612 |
| In onderwijs (%) | 93 | 12 | 5 | |
| Niet in onderwijs (%) | 6 | 88 | 95 | |
| Onbekend (%) | 1 | 0 | 0 | |
| Totaal (%) | 100 | 100 | 100 | |
| * Voor de EBB gaat het om het 4e kwartaal, voor de registerdata om de situatie op 1 oktober. | ||||
Vervolgens is nagegaan welke jongeren volgens de EBB betaald werk hadden in het vierde kwartaal van 2024 en hoeveel daarvan ook volgens het register werk hadden. De aantallen en percentages hiervan zijn te vinden in tabel 5.2. Op basis van de EBB waren er 2 035 duizend jongeren met betaald werk. Hiervan waren er 1 831 duizend ook volgens de registerdata werkzaam (90 procent).
Daarnaast waren er 576 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar niet werkzaam volgens de EBB. Daarvan zijn er 101 duizend wel als werkzaam terug te vinden in het register (18 procent).
| EBB | |||
|---|---|---|---|
| Werkzaam | Niet werkzaam | Totaal | |
| Werkzaam (x 1 000) | 1 831 | 101 | 1 932 |
| Niet werkzaam (x 1 000) | 194 | 465 | 660 |
| Onbekend (x 1 000) | 10 | 10 | 20 |
| Totaal (x 1 000) | 2 035 | 576 | 2 612 |
| Werkzaam (%) | 90 | 18 | |
| Niet werkzaam (%) | 10 | 81 | |
| Onbekend (%) | 0 | 2 | |
| Totaal (%) | 100 | 100 | |
| * Voor de EBB gaat het om het 4e kwartaal, voor de registerdata om de situatie op 1 oktober. | |||