1. Inleiding
Jongeren in Nederland volgen veelal een opleiding en/of zijn aan het werk. Bij tieners is het vaak het eerste, bij twintigers gaat het meer om het tweede. Het volgen van een opleiding of het hebben van werk geldt echter niet voor alle jongeren. Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft het CBS onderzoek gedaan naar degenen die geen onderwijs volgen én geen werk hebben.
In Europees verband wordt de informatie over deze groep, de zogeheten NEETs (Not in Employment, Education or Training) gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking (EBB). Voor Nederland kan het aantal NEETs ook worden bepaald op basis van registerinformatie. Beide bronnen komen tot verschillende aantallen. Vandaar dat nader onderzoek wordt gedaan naar deze verschillen en de vraag centraal staat wat de mogelijke oorzaak is van deze verschillen.
Om die vraag te beantwoorden, wordt eerst in beeld gebracht hoe groot de groep NEETs in Nederland is en in welke mate de aantallen verschillen tussen de EBB en registerdata. Vervolgens wordt ingegaan op de mogelijke verklaringen, zoals welke afbakeningen zijn gebruikt en wat de peilmomenten zijn. Ook worden de microdata van beide bronnen gekoppeld en vergeleken en tot slot ingegaan op de mogelijke selectiviteit in de EBB. In deze notitie wordt hier verslag van gedaan.