Stikstofemissies naar lucht

De stikstofuitstoot naar de lucht bestaat voornamelijk uit ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx). In 2019 bestond de stikstofemissie naar de lucht uit 126 miljoen kilogram ammoniak (met name afkomstig uit de landbouw) en 239 miljoen NOx (vooral uit verkeer). Omgerekend naar elementaire stikstof (N) bedraagt dit in totaal 177 miljoen kilogram stikstof, waarvan 104 miljoen kilogram uit ammoniak (59 procent) en 73 miljoen kilogram uit NOx (41 procent). Stikstofemissies worden berekend aan de hand van de ‘National Emission Ceilings’ (NEC)-richtlijnen (Emissies van luchtverontreinigende stoffen).

Ammoniak

Verreweg de meeste ammoniak komt vrij in de landbouw (ongeveer 86 procent van de totale ammoniakemissie), en wordt gevormd wanneer ureum uit de urine van landbouwdieren in zogeheten drijfmest reageert met het enzym urease uit de uitwerpselen van het vee. Dit proces treedt op in de stallen en bij het uitrijden van mest op landbouwgrond. Het merendeel van de uitstoot van ammoniak in de landbouw komt voor rekening van rundvee (54 procent), gevolgd door varkens (17 procent) en pluimvee (11 procent). De resterende 18 procent omvat onder meer de ammoniakuitstoot door overige landbouwdieren, kunstmest en compost.
Na de landbouw volgen huishoudens op grote afstand, met bijna 6 procent van de totale ammoniakemissie. De meeste ammoniak komt vrij bij het ademen en transpireren van mensen. Ook de mest van huisdieren en het roken van sigaren en sigaretten telt mee in deze post. Er komt tot slot nauwelijks ammoniak vrij in het verkeer of in de industrie (maar voornamelijk NOx).

Emissie van ammoniak (NH3) naar bron, 2019*
Bron NH3Aandeel in ammoniakemissie
Landbouw85,5
Particulier huishouden5,6
Diensten, afval en water4,1
Wegverkeer3,3
Nijverheid 1,4
Overige bronnen (o.a. energiesector en scheepvaart)0,1
*voorlopige cijfers

Stikstofoxiden

Stikstofoxiden (NOx) komen vooral vrij bij verbrandingsprocessen, waarbij zuurstof (O2) en stikstof (N2) uit de lucht met elkaar reageren. Deze verbrandingsprocessen vinden met name plaats bij voertuigen met een verbrandingsmotor, en bij industriële processen, zoals in energiecentrales en hoogovens. Het wegverkeer heeft met bijna 35 procent verreweg het grootste aandeel in de NOx-emissie, gevolgd door de landbouw met 16,6 procent. De uitstoot van NOx door de landbouw hangt vooral samen met het verwarmen van kassen. Ook het aandeel van de scheepvaart is met 10,6 procent aanzienlijk (zeevaart en visserij tellen hierin niet mee). Visserij- en landbouwvoertuigen vallen onder de restpost ‘Overige bronnen’, evenals railverkeer, huishoudens, afval en diensten.

De energiesector en de nijverheid (met onder meer de (chemische) industrie en de bouw) hebben allebei een aandeel van ongeveer 9 procent. De bouwsector draagt voor ongeveer 0,3 procent bij aan de NOx-uitstoot. Ook de luchtvaart heeft een relatief klein aandeel in de totale uitstoot van stikstofoxiden (1,5 procent): net als bij de scheepvaart gaat het alleen om emissies boven Nederlands grondgebied. Deze worden bij benadering berekend aan de hand van de verbranding van brandstof tijdens het opstijgen, landen en taxiën van vliegtuigen, aangevuld met het verlies door verdamping van brandstof. NOx-uitstoot tijdens de rest van de vlucht – buiten de Nederlandse landsgrenzen - telt dus niet mee.

Emissie van stikstofoxiden (NOx) naar bron, 2019*
Bron (NOx)Aandeel in emissie stikstofoxiden
Wegverkeer34,9
Overige bronnen18
Landbouw16,6
Scheepvaart10,6
Nijverheid 9,7
Energiesector8,6
Luchtvaart1,6
*voorlopige cijfers