VN monitort internationale energiemarkt in beweging

/ Auteur: Jaap van Sandijk
Het CBS organiseerde van 12 tot en met 14 juni 2018 de jaarlijkse bijeenkomst van de Oslo Group on Energy Statistics van de Verenigde Naties (VN). De Oslo-groep is opgericht om bij te dragen aan de verbetering van internationale normen en methoden voor officiële energiestatistieken. Het CBS was niet alleen gastheer, maar verzorgde ook een aantal presentaties, onder andere over het gebruik van data uit het Centraal Aansluitingen Register voor het maken van energiestatistieken. Het loopt hiermee wereldwijd voorop.

Veel internationale energiestatistieken

De 3-daagse bijeenkomst werd gehouden in een hotel in Leidschendam-Voorburg. Vertegenwoordigers van 25 landen en vijf organisaties - waaronder Eurostat en de International Energy Agency (IEA) - woonden verschillende presentaties bij en luisterden naar voormalig voetbaltrainer en keynote speaker Foppe de Haan. Hij richt zich als strateeg van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat op de energietransitie in Nederland. Belangrijkste doelstellingen van de in 2005 opgerichte Oslo-groep zijn het verbeteren van de vergelijkbaarheid van internationale energiestatistieken, onderzoeken hoe nieuwe externe databronnen eenduidig voor deze statistieken kunnen worden ingezet en het ontwikkelen van best practices.

Oslo group

Aanbevelingen voor eenduidigheid

‘Er zijn veel internationale statistieken over energie’, vertelt Otto Swertz, Hoofd Energie Statistieken van het CBS en medeorganisator van de bijeenkomst. ‘Bijvoorbeeld van de VN, het IEA en Eurostat. Zij maken gebruik van de gegevens van officiële landelijke statistiekbureaus zoals het CBS. Maar omdat de officiële landelijke statistiekbureaus werken met verschillende normen en definities zijn die statistieken onderling niet goed vergelijkbaar.’ In 2011 deed de Oslo-groep daarom aanbevelingen voor eenduidigheid in de werkwijzen van energiestatistieken, vastgelegd in de International Recommendations for Energy Statistics (IRES).

Zonnepanelen

Omdat de energiemarkt constant in beweging is, bespreekt de Oslo-groep elk jaar welke nieuwe aanbevelingen aan de IRES moeten worden toegevoegd. In Leidschendam-Voorburg werd gesproken over onder meer de digitalisering van de maatschappij en het effect hiervan op de energiestatistieken. ‘Het is belangrijk om tijdig afspraken te maken over nieuwe ontwikkelingen’, zegt Swertz. ‘Niet alleen vanuit het oogpunt van vergelijkbaarheid. Je voorkomt ook dat ieder land opnieuw het wiel uitvindt.’ Ook de verwerking van externe administratieve bronnen (zoals big data) stond op de agenda. ‘In Afrika wordt veel zonne-energie opgewekt’, zo geeft Swertz een voorbeeld. ‘Maar de zonnepanelen daar zijn vaak niet op het net aangesloten. Hoe ga je de daar opgewekte energie dan in kaart te brengen? Ook daarvoor proberen we oplossingen te vinden.’

Belangrijke doelstelling van de Oslo-groep is onderzoeken hoe nieuwe databronnen eenduidig voor het maken van de energiestatistieken kunnen worden ingezet

Koplopers

Onderzoeker Anne Miek Kremer van het CBS wist haar toehoorders te boeien met presentaties over het gebruik van data voor energiestatistieken, die afkomstig zijn uit een register. Het CBS is op dit gebied wereldwijd één van de koplopers. Zo brengt het statistiekbureau het aardgas- en elektriciteitsverbruik tot op postcodeniveau in kaart, uiteraard met in achtneming van de privacy. Het maakt hiervoor gebruik van het Centraal Aansluitingen Register, waaraan alle netbeheerders meewerken. ‘Data die voor een ander doel dan statistiek worden gebruikt’, zegt Swertz. ‘Maar we zijn als CBS in staat om deze gegevens geschikt te maken voor de officiële statistieken, onder meer door het onderscheiden van woningen en bedrijven en bedrijfscategorieën.’ Kremer bracht ook twee recente vernieuwingen van het CBS onder de aandacht. De eerste betrof het in kaart brengen van het aardgas- en elektriciteitsgebruik per vierkante meter vloeroppervlak per woningtype, de tweede was de mogelijkheid om per gemeente het vermogen van zonnepanelen aan te geven. ‘Hiervoor maken we gebruik van big data’, aldus Swertz. ‘Beide vernieuwingen oogstten veel bewondering.’