Circulaire economie: naar minder grondstoffengebruik

/ Auteur: Masja de Ree
© Hollandse Hoogte / Wiebe Kiestra
Op 15 januari 2018 publiceert het CBS samen met het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een raamwerk om de voortgang van de circulaire economie in Nederland te monitoren. ‘Circulaire economie, wat willen we en kunnen we meten?’ Dat is de titel van de publicatie die de aanzet tot deze monitor vormt. Roel Delahaye van het CBS: ‘Een circulaire economie is een economie waarbij grondstoffen zo efficiënt mogelijk gebruikt worden. Niet alleen door ze te recyclen, maar bijvoorbeeld ook door bij het ontwerp al na te denken over de bestemming van de grondstoffen aan het eind van de levensduur van een product.’

Klimaat en schaarste

De Verenigde Naties hebben berekend dat we - als we zo doorgaan - in 2050 drie keer zoveel grondstoffen nodig hebben als nu. Dat is een probleem, want het gebruik van grondstoffen heeft een grote impact op het klimaat en de biodiversiteit. Bovendien is er bij veel grondstoffen sprake van schaarste, wat kan leiden tot geopolitieke spanningen. Daarom voeren zowel de Europese Unie als Nederland een beleid om het gebruik van grondstoffen terug te dringen. Het CBS, het RIVM en het PBL werken aan een monitor die dit beleid en de effecten daarvan in kaart brengt. De publicatie bestaat uit drie onderdelen. Het RIVM brengt in kaart hoe de acties die het Rijk onderneemt om de circulaire economie te stimuleren verlopen. Het PBL onderzoekt hoe de transitie naar een circulaire economie binnen bedrijven en economische processen gemeten kan worden. Het CBS geeft cijfermatig inzicht in de effecten van de circulaire economie op het milieu en het grondstofgebruik en kijkt daarnaast naar de sociaaleconomische gevolgen van de veranderingen.

Voortgang

Johannes Lijzen van het RIVM: ‘In het Rijksbrede programma voor de circulaire economie staan acties die erop gericht zijn om de circulaire economie te stimuleren. Bijvoorbeeld door bedrijven bij elkaar te brengen of om een kennis- en innovatieprogramma te ontwikkelen, samen met maatschappelijke partners. Ook wordt gekeken naar regels die de circulaire economie kunnen stimuleren of die juist belemmeren. Wij hebben de voortgang van het programma beschreven: zijn acties al opgepakt en uitgevoerd? Daarnaast zijn we geïnteresseerd in het beoogde doel van de acties én in de vraag hoe we het resultaat kunnen meten. Daarbij haken we direct aan bij het werk van het PBL en het CBS. Uiteindelijk moet de monitor metingen opleveren die we kunnen vertalen in zinvolle acties die het grondstofgebruik terugdringen.’

‘Juist gemeentes en provincies zijn erg met de circulaire economie bezig’

Oorzaken van daling en stijging

Het CBS, het RIVM en het PBL overlegden wekelijks. ‘Het kostte best wat tijd om de verschillende perspectieven en inzichten van de drie organisaties samen te brengen’, zegt Rutger Hoekstra van het CBS. ‘Maar uiteindelijk levert dat veel op. Het CBS heeft waardevolle kennis opgedaan over de manier waarop structurele veranderingen in de maatschappij tot stand komen.’ De komende jaren krijgt de monitor Circulaire Economie verder vorm. Roel Delahaye: ‘Om vast een antwoord te geven op de vraag in de titel van onze publicatie: er is nog veel dat we willen meten, maar nog niet kunnen. De regering zegt bijvoorbeeld dat de circulaire economie ook het klimaat moet verbeteren. Maar om die link te leggen hebben we nog geen cijfers of methode. Bovendien willen we weten hoe alle ontwikkelingen die we zien samenhangen. Wát precies veroorzaakt een daling of stijging van het gebruik van een grondstof?’ In de toekomst zal er ook meer aandacht zijn voor cijfers op regionaal gebied. Hoekstra: ‘Want juist gemeentes en provincies zijn erg met de circulaire economie bezig. Hier kunnen we aanhaken bij de Urban Data Centers van het CBS die op steeds meer plaatsen in Nederland ontstaan.’

Meer dan kilotonnen en euro’s

Aldert Hanemaaijer van het PBL ziet het raamwerk als een groeimodel dat de komende jaren verder wordt uitgewerkt. Zo is de ambitie om in de volgende monitor enkele kernindicatoren vast te stellen. Hij is tevreden met het resultaat tot nu toe: ‘Het is een raamwerk dat verder gaat dan kilotonnen en euro’s. Het geeft een goed beeld van de grondstoffen die nu in de Nederlandse economie omgaan. We hebben in de afgelopen maanden samen wel geconcludeerd dat ook de effecten op de langere termijn van belang zijn. Daar is een ander soort indicatoren voor nodig dan nu beschikbaar is. We hebben meer informatie nodig. Ontstaan er bijvoorbeeld netwerken van bedrijven? En waar blijven grondstoffen nadat ze in een product zijn verwerkt en geëxporteerd naar het buitenland? Verder willen we de trends in de cijfers analyseren en een methode ontwikkelen om die door te trekken naar de toekomst. Als dat lukt, kunnen beleidsmakers vaststellen of de maatregelen die ze nu nemen, ons in de buurt brengen van de doelen voor 2030 en 2050.’

 

Link naar nieuwsbericht