CBS en DNB: samenwerken aan eenduidige cijfers

18-9-2017 15:00 / Auteur: Miriam van der Sangen / Fotografie: Sjoerd van der Hucht / Categorie: Relaties en klanten
Vanaf volgend jaar juni publiceren het CBS en DNB eenduidige cijfers over de relatie van de Nederlandse economie met het buitenland. Nationale en Europese beleidsmakers hebben dan niet langer last van verschillen tussen de Nederlandse betalingsbalanscijfers en de Nationale Rekeningen. Ook worden de vragenlijsten van het CBS en DNB, die bedrijven moeten invullen, beter op elkaar afgestemd. Daarnaast herverdelen beide instanties onderling hun taken. Deze resultaten vloeien voort uit een zeer intensieve samenwerking, die op 18 september 2017 werd bekrachtigd door een samenwerkingsovereenkomst tussen de Directeur Monetaire Zaken en Financiële Stabiliteit van DNB en de Directeur-Generaal van het CBS.

Nauwe samenwerking

Het CBS en DNB publiceren allebei macro-economische cijfers over de relatie van Nederland met het buitenland, zoals de handel in goederen en diensten, financiële transacties met het buitenland en de Nederlandse internationale investeringspositie. Die statistieken komen onderling niet altijd overeen en dat viel nationaal en internationaal steeds vaker op. Gerard Eding, directeur Nationale Rekeningen van het CBS: ‘Het verschil werd onder andere veroorzaakt doordat het CBS en DNB andere bronnen en methoden gebruiken en omdat we op verschillende tijdstippen publiceren. Het CBS en DNB besloten daarom nóg nauwer samen te werken om de cijfers volledig op elkaar te laten aansluiten. Bovendien zijn de taken tussen het CBS en DNB opnieuw verdeeld: DNB wordt verantwoordelijk voor de waarneming van de financiële sectoren, de effectenstatistieken en de Nederlandse betalingsbalans. Het CBS stelt de Nationale Rekeningen samen en neemt de niet-financiële sectoren waar.’

Eén vragenlijst

Bedrijven profiteren van de nieuwe samenwerking. Voor hen komt er één geïntegreerde vragenlijst voor zowel de betalingsbalans van DNB als de Nationale Rekeningen van het CBS. Dat betekent dat ze minder overlappende vragen hoeven te beantwoorden doordat een deel van de maandelijkse uitvraag door DNB komt te vervallen. ‘Niet-bancaire financiële instellingen krijgen in de nabije toekomst immers niet meer maandelijks, maar slechts één keer per kwartaal een vragenlijst voor de betalingsbalans’, zegt Pim Claassen, hoofd betalingsbalans en effecten bij DNB. ‘DNB introduceert daarnaast voor een aantal financiële sectoren een geïntegreerde rapportage op kwartaalbasis om de ontwikkelingen in de financiële sector beter te kunnen monitoren. Bijvoorbeeld op het gebied van schaduwbankieren, waarbij andere instellingen dan banken geld uitlenen. Ook de kwaliteit van de Nationale Rekeningen profiteert hiervan. De beschrijving van de relatie tussen financiële sectoren en reële economie wordt verder verbeterd. Sinds de financiële crisis staat die relatie ook steeds meer in de belangstelling.’

Beste van twee werelden

De intensieve manier waarop het CBS en DNB samenwerken is uniek. Eding: ‘Er zijn verschillende modellen binnen Europa. In landen zoals Finland en Ierland worden de betalingsbalans en de Nationale Rekeningen door het statistiekbureau samengesteld. Er zijn ook landen waar het statistiekbureau en de centrale bank grotendeels los van elkaar opereren. Maar dat zal veranderen, omdat de druk vanuit internationale instanties om dit efficiënter en beter te organiseren groter wordt. In Nederland hebben we er als CBS en DNB bewust voor gekozen het samen te doen. We behouden onze eigen onafhankelijkheid, maar zijn sterk met elkaar verbonden. Ook maken we maximaal gebruik van elkaars kennis en kunde. Dat is belangrijk om de steeds sneller veranderende economie goed te beschrijven.’ Claassen bevestigt dit en vult aan: ‘In de constructie die we hier in Nederland hebben, combineren we het beste van beide werelden.’

‘Een belangrijk voordeel is dat zowel het CBS als DNB dezelfde hoge eisen stellen aan het maken van statistiek, waaronder het omgaan met vertrouwelijke data’

Fundamentele keuzes

Zowel Eding als Claassen zijn tevreden over hoe het project tot nog toe is verlopen. ‘Het is groot en complex en vraagt veel aanpassingen van beide instanties’, zegt Eding. ‘We moesten fundamentele keuzes maken en overeenstemming bereiken over de inzet van bronnen, ramingsmethoden, revisie- en publicatiebeleid. Aanvankelijk zaten we qua opvattingen hierover best ver uit elkaar, maar door goede gesprekken en het in kaart brengen van de alternatieven zijn we op één lijn gekomen. In een vroeg stadium zochten ook de medewerkers van beide organisaties elkaar op de werkvloer op. Dat is essentieel om elkaar te kunnen begrijpen en de processen te leren kennen en te kunnen veranderen.’

Autonomie

Claassen vertelt dat de redenen om de kwaliteit en consistentie van cijfers over de Nederlandse economie te vergroten, samengingen met plannen van DNB om de statistische infrastructuur te herzien. ‘Dit was aanleiding om fundamenteel na te denken over de herinrichting van de macro-economische statistiekketen. De praktijk had ons intussen geleerd dat de kwaliteit van de betalingsbalansstatistieken is gebaat bij het volledig geïntegreerde kader van de Nationale Rekeningen. We dienden wel bereid te zijn een deel van onze autonomie op te geven. Omdat we goede afspraken hebben kunnen maken over een gezamenlijk integratieproces en elkaar als professionele en gelijkwaardige ketenpartners beschouwen, was die keuze uiteindelijk niet meer dan logisch.’

Veel lof

Voor de medewerkers van het CBS en DNB, die geleidelijk hun werkzaamheden aan elkaar overdragen, hebben Eding en Claassen veel lof. Claassen: ‘Het is niet altijd makkelijk, maar ook de medewerkers hebben voor ogen dat het de kwaliteit van de statistieken ten goede komt. Daar gaat het uiteindelijk om. Een belangrijk voordeel is dat beide organisaties dezelfde hoge professionele eisen stellen aan het maken van statistiek, waaronder het omgaan met vertrouwelijke data. Zo heeft DNB zich gecommitteerd aan de ESCB Public Commitment on Statistics en het CBS heeft de Code of Practice van het ESS als leidraad. Die standaarden zijn volledig op elkaar afgestemd.’