Een divers beeld van de jeugd

15-4-2015 12:00 / Auteur: Jaap van Sandijk
Een stijging van het opleidingsniveau. En een daling van de jeugdcriminaliteit. Maar ook: meer jongeren met overgewicht en een groeiende werkloosheid. Het Jaarrapport 2014 van de Landelijke Jeugdmonitor geeft een breed overzicht van hoe Nederlandse jongeren leven.

Staat van de jeugd

Het Jaarrapport 2014 van de Landelijke Jeugdmonitor beschrijft het leven van jongeren van nul tot 25 jaar. Dat gebeurt aan de hand van vijf invalshoeken: jongeren en gezin, gezondheid en welzijn, onderwijs, arbeidsmarkt en veiligheid en justitie. CBS voert de monitor uit in opdracht van het ministerie van VWS. ‘Het is een weergave van de staat van de jeugd’, legt CBS-statisticus Paul de Winden uit. Hij is coördinator van het jaarboek. ‘Grote kracht van de Landelijke Jeugdmonitor, die in 2007 voor het eerst verscheen, is dat de cijfers door de jaren heen goed met elkaar vergeleken kunnen worden.’

Het aandeel leerlingen op havo of vwo is de afgelopen jaren toegenomen tot bijna 50 procent

Opleidingsniveau stijgt

De vraag ‘Gaat het goed met de jeugd?’ kan De Winden niet in één zin beantwoorden. ‘De monitor bevat zoveel verschillende aspecten dat je daar geen eenduidig antwoord op kunt geven. Qua onderwijs gaat het goed: steeds minder jongeren verlaten voortijdig zonder startkwalificatie de schoolbanken. Ook het opleidingsniveau stijgt. Zo is het aandeel leerlingen op havo of vwo de afgelopen jaren toegenomen tot bijna 50 procent. Jongeren zijn positief over hun gezondheid en zijn minder gaan roken. Maar het aandeel jongeren met overgewicht is iets toegenomen. Dat bedraagt vijftien procent tegenover dertien procent in 2000. Sinds de crisis in 2008 is het aandeel werkloze jongeren toegenomen van vijf naar dertien procent. En jongeren zijn vaker slachtoffer van criminaliteit dan ouderen. Al met al een divers beeld.’

Maatschappelijke indicatoren

Nieuw in het jaarrapport is een tabel met maatschappelijke indicatoren op regionaal niveau. ‘Die keuze is gemaakt in verband met de decentralisatie van de jeugdhulpverlening’, zegt De Winden. ‘Per 1 januari 2015 zijn gemeenten hiervoor verantwoordelijk. Doel is die indicatoren te relateren aan het jeugdhulpgebruik in gemeenten. Gemeenten kunnen op basis van de uitkomsten voor die indicatoren met elkaar in gesprek gaan en van elkaar leren over het jeugdhulpgebruik in hun gemeenten. Ook zou dit voor VWS reden voor nader onderzoek kunnen zijn.’ Ook de website van de Landelijke Jeugdmonitor, die wordt beheerd door CBS, biedt gemeenten de mogelijkheid tot vergelijken.