Bruto-investeringen in materiële vaste activa; volumecijfers per maand

Bruto-investeringen in materiële vaste activa; volumecijfers per maand

Perioden Volume-index (2015=100) Volumeontwikkeling t.o.v. jaar eerder (%)
2019 augustus* 85,7 0,2
2019 september* 134,1 7,1
2019 oktober* 139,3 4,0
2019 november* 137,9 3,0
2019 december* 103,9 7,6
2020 januari* 130,4 2,6
2020 februari* 123,3 3,1
2020 maart* 129,7 2,2
2020 april* 118,0 -11,3
2020 mei* 108,2 -19,1
2020 juni* 119,4 -5,7
2020 juli* 113,1 -4,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De uitkomsten betreffen de indexcijfers en de jaar-op-jaar-ontwikkelingen van het volume van de bruto-investeringen in materiële vaste activa. De indexcijfers zijn op basis van 2015=100. Onder de investeringen in materiële vaste activa vallen de uitgaven door vennootschappen, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en overheid aan geproduceerde materiële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt. Investeringen in immateriële vaste activa (onderzoek en ontwikkeling, software, licenties e.d.) zijn niet meegerekend.

Gegevens beschikbaar vanaf: januari 2004.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2018, 2019 en 2020 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 22 september 2020:
De cijfers over juli 2020 zijn toegevoegd. De cijfers over april tot en met juni 2020 zijn bijgesteld.

De cijfers kunnen worden bijgesteld door het beschikbaar komen van nieuwe en bijgestelde broninformatie. Bovendien worden de maandcijfers aangepast aan de uitkomsten van de kwartaalrekeningen en nationale rekeningen. Eens in de vijf jaar vindt een revisie van de nationale rekeningen plaats.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Ongeveer zeven weken na de verslagperiode.

Toelichting onderwerpen

Volume-index
Volume-index op basis van 2015=100

Bruto investeringen in materiële vaste activa:
De aanschaf van productiemiddelen die kunnen worden ingezet tijdens een productieproces en hierbij niet direct worden opgebruikt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw of een machine zoals een hoogoven. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het 'intermediair verbruik'. Bij grensgevallen wordt volgens internationale afspraken van vaste activa gesproken wanneer zij ten minste één jaar bruikbaar zijn. Hoewel zij niet worden opgebruikt, kunnen vaste activa in de loop der jaren wel in waarde verminderen, door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert ('economische veroudering'). Voor dit verouderingsproces moeten producenten afschrijvingen doen. Bij 'bruto-investeringen' zijn die afschrijvingen niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij 'netto-investeringen' is dit wel het geval.

De volgende investeringen in materiële vaste activa worden onderscheiden: bouwwerken, machines, apparatuur, vervoermiddelen, wapensystemen, computers en in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen. De precieze afbakening van de investeringen is te vinden in artikel 3.124 e.v. van het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010).
Volumeontwikkeling t.o.v. jaar eerder
Procentuele volumeontwikkeling ten opzichte van een jaar eerder. De volumeontwikkeling geeft de voor de prijsontwikkeling gecorrigeerde ontwikkeling van de bruto investeringen in materiële vaste activa weer.

Bruto investeringen in materiële vaste activa:
De aanschaf van productiemiddelen die kunnen worden ingezet tijdens een productieproces en hierbij niet direct worden opgebruikt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw of een machine zoals een hoogoven. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het 'intermediair verbruik'. Bij grensgevallen wordt volgens internationale afspraken van vaste activa gesproken wanneer zij ten minste één jaar bruikbaar zijn. Hoewel zij niet worden opgebruikt, kunnen vaste activa in de loop der jaren wel in waarde verminderen, door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert ('economische veroudering'). Voor dit verouderingsproces moeten producenten afschrijvingen doen. Bij 'bruto-investeringen' zijn die afschrijvingen niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij 'netto-investeringen' is dit wel het geval.

De volgende investeringen in materiële vaste activa worden onderscheiden: bouwwerken, machines, apparatuur, vervoermiddelen, wapensystemen, computers en in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen. De precieze afbakening van de investeringen is te vinden in artikel 3.124 e.v. van het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010).