Kerncijfers wijken en buurten 2018

Kerncijfers wijken en buurten 2018

Wijken en buurten Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Arbeid Netto arbeidsparticipatie (%) Arbeid Onderverdeling arbeidsparticipatie Percentage werknemers (%) Arbeid Onderverdeling arbeidsparticipatie Percentage zelfstandigen (%) Zorg Jongeren met jeugdzorg in natura (aantal) Zorg Percentage jongeren met jeugdzorg (%) Zorg Wmo-cliënten (aantal) Zorg Wmo-cliënten relatief (per 1 000 inwoners)
Leeuwarden Gemeente 65 86 14 3.630 11,1 11.700 96
Binnenstad Wijk 66 84 16 35 2,6 390 74
De Waag Buurt 67 83 17 . . 35 34
Nieuwestad Buurt 75 78 22 . . . .
Oldehove Buurt 65 77 23 . . 35 70
Grote Kerkbuurt Buurt 64 86 14 10 3,2 80 64
Hoek Buurt 56 86 14 . . 175 168
Blokhuisplein Buurt 69 86 14 . . 35 79
Midden-Groningen Gemeente 63 85 15 1.885 12,6 2.870 47
Foxham en Hoogezand-Noord Wijk 61 88 12 160 10,8 500 72
Noorderpark Buurt 57 91 9 85 11,2 290 84
Westerpark Buurt 67 89 11 20 10,1 35 38
Beukemabuurt Buurt 65 . . . . 80 225
Oosterpark Buurt 67 81 19 10 7,1 . .
Martenshoek en Industriegeb. Martenshoek Buurt 56 79 21 15 14,2 55 87
Stadshart-Noord Buurt 63 90 10 10 13,3 30 75
Súdwest-Fryslân Gemeente 68 79 21 1.870 7,9 8.230 92
Wijk 00 Bolsward Wijk 67 84 16 205 7,6 1.120 110
Bolsward binnen De Wallen Buurt 64 78 22 15 4,9 225 148
Bolsward-Noord Buurt 60 88 12 45 9,8 265 146
Bolsward-Zuidoost Buurt 66 85 15 40 6,8 280 123
Bolsward-Zuidwest Buurt 73 85 15 . . 20 48
Bolsward-Noordoost Buurt 70 86 14 95 8,0 325 82
Verspreide huizen Bolsward Buurt . . . . . . .
Waadhoeke Gemeente 68 82 18 885 7,4 2.985 65
Wijk 00 - St.-Annaparochie e.o. Wijk 65 83 17 145 7,8 535 75
St.-Annaparochie Buurt 63 88 12 80 8,1 405 102
St.-Annaparochie - Oudebildtdijk Buurt 82 . . . . . .
St.-Annaparochie - Nieuwebildtdijk Buurt . . . . . . .
Nij Altoenae Buurt 67 90 10 10 11,0 10 32
St.-Jacobiparochie Buurt 65 86 14 35 10,1 80 60
St.-Jacobiparochie - Oudebildtdijk Buurt 66 70 30 15 15,5 20 44
St.-Annaparochie - Verspreide huizen Buurt 78 58 42 . . . .
St.-Jacobiparochie - Verspreide huizen Buurt . . . . . . .
Westerwolde Gemeente 61 80 20 585 10,9 . .
Wijk 00 Bellingwolde Wijk 57 76 24 80 9,6 . .
Bellingwolde Buurt 57 79 21 40 8,0 . .
Vriescheloo Buurt 59 . . . . . .
Rhederweg-West Buurt 51 85 15 15 20,3 . .
Zevenaar Gemeente 66 86 14 1.215 11,9 3.455 80
Zevenaar Wijk 65 88 12 675 11,5 2.210 89
Centrum Buurt 67 83 17 10 9,5 305 271
Molenwijk Buurt 67 83 17 35 10,4 125 86
Het Grieth Buurt 62 88 12 40 11,3 180 109
Schrijvershoek Buurt 60 92 8 55 13,0 290 134
Zonnemaat Buurt 63 92 8 130 11,8 370 86
Lentemorgen I Buurt 54 89 11 55 13,1 230 113
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2018.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per maart 2021
Er zijn nieuwe variabelen aan de tabel toegevoegd. Het betreft de variabelen binnen de nieuwe thema’s arbeid en zorg. Verder zijn er aan het thema inkomen variabelen toegevoegd die later gevuld zullen worden en is de variabele ‘actieven 15-75 jaar’ verwijderd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente, bestaande uit één of meerdere buurten. Vaak komt een wijk overeen met een woonplaats of een deel van een grotere woonplaats.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.

Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Arbeid
Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in de netto arbeidsparticipatie en het percentage werknemers en zelfstandigen.

De netto arbeidsparticipatie is vermeld als percentage van het totaal aantal personen van 15 tot 75 jaar en vermeld bij minimaal 150 inwoners in een buurt. Het percentage werknemers en het percentage zelfstandigen zijn vermeld bij minimaal 150 werkenden (van 15 tot 75 jaar) in een buurt.
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Onderverdeling arbeidsparticipatie
Percentage werknemers
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Percentage zelfstandigen
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zorg
Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in het aantal personen dat gebruik maakte van jeugdzorg in natura en/of een maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

De cijfers zijn afgerond op vijftallen. Om het risico op onthulling van individuen te voorkomen zijn de waarden 0 tot en met 7 weergegeven als geheim. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal.
Jongeren met jeugdzorg in natura
Personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp in natura, jeugdbescherming of jeugdreclassering.

Jeugdhulp in natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed. Jeugdhulp bekostigd via PGB is hier dus van uitgesloten.

Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente.

Jeugdhulp is hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
Jeugdhulp omvat zowel lichte jeugd- en opvoedhulp, jeugd geestelijke gezondheidszorg en zorg voor licht verstandelijk beperkte jongeren. Er zijn ambulante vormen van jeugdhulp (die door het wijkteam of door een jeugdhulpaanbieder kunnen worden geleverd) en vormen van jeugdhulp met verblijf (zoals pleegzorg, gesloten plaatsing en residentiële jeugdhulp). Jeugdhulp kan zowel gericht zijn op behandelen als op begeleiden.

Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’.

Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.

Indeling naar gemeente, wijk en buurt
De indeling naar gemeente en wijk is gebaseerd op het adres van de gezagsdrager van de jongere. Er is uitgegaan van het woonplaatsbeginsel zoals dat is toegepast in de Jeugdwet die vanaf 2015 in werking is getreden. Wanneer het adres gedurende de verslagperiode is gewijzigd krijgt de jongere in deze tabel het meest recente adres toegewezen.
Voor sommige jongeren is alleen de gemeente volgens woonplaatsbeginsel bekend, maar niet het specifieke adres. In deze gevallen wordt de jongere wel meegeteld in het totaal voor de gemeente, maar niet in één van de onderliggende wijken. Hierdoor kan het voorkomen dat de cijfers van de wijken binnen een gemeente niet optellen tot het totaal van de gemeente.
Percentage jongeren met jeugdzorg
Percentage van personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering.
Wmo-cliënten
Aantal personen dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. Deze cijfers zijn samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Maatwerkarrangement
Ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken, mogelijkheden en behoeften van een individu.

Wmo2015
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015. Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.

Regio
Alleen de gegevens van gemeenten die aangeleverd hebben en die toestemming hebben gegeven voor publicatie worden gepubliceerd. Gemeenten kunnen daarbij apart toestemming geven voor de basisvariabelen Wmo en de facultatieve variabelen Wmo. Als gemeenten herlevering doen over eerdere verslagperioden, is de toestemming voor publicatie zoals die bij de herlevering is gegeven, leidend.

De cijfers over het totaal aantal cliënten in Nederland zijn geschat met een regressiemodel op de data van de deelnemende gemeenten. Voor meer informatie over deze methode wordt verwezen naar de onderzoeksbeschrijving Gemeentelijke monitor sociaal domein, Wmo.
Wmo-cliënten relatief
Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners dat ten minste één maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad. De relatieve cijfers zijn berekend na het afronden van de absolute cijfers.