Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd/geconsolideerd Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van goederen (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van diensten exclusief IGDFI (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van IGDFI (mln euro) Middelen Output Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Productie van IGDFI (mln euro) Middelen Output Marktoutput Overige marktproductie (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 857.881 415.800 359.736 6.175 353.561
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 631.955 415.800 359.736 6.175 353.561
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 333.332 295.140 292.520 292.520
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 326.983 295.140 292.520 292.520
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 105.949 21.181 20.775 6.175 14.600
Financiële instellingen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 94.580 21.181 20.775 6.175 14.600
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 10.945 7.234 6.921 4.872 2.049
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 10.633 7.234 6.921 4.872 2.049
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 498 121 121 0 121
Centrale bank Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 498 121 121 0 121
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 10.447 7.113 6.800 4.872 1.928
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 10.391 7.113 6.800 4.872 1.928
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 52.958 8.296 8.270 1.303 6.967
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 50.938 8.296 8.270 1.303 6.967
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 7.760 1.641 1.640 1.640
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 7.310 1.641 1.640 1.640
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 45.198 6.655 6.630 1.303 5.327
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 43.913 6.655 6.630 1.303 5.327
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 9.522 5.282 5.257 1.303 3.954
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 9.353 5.282 5.257 1.303 3.954
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 35.676 1.373 1.373 1.373
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 34.562 1.373 1.373 1.373
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 42.046 5.651 5.584 5.584
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 40.881 5.651 5.584 5.584
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 12.880 3.635 3.574 3.574
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 11.877 3.635 3.574 3.574
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 29.166 2.016 2.010 2.010
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 29.166 2.016 2.010 2.010
Overheid Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 171.195 39.803 1.940 1.940
Overheid Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 126.454 39.803 1.940 1.940
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 68.163 15.740 555 555
Centrale overheid Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 61.500 15.740 555 555
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 53.518 23.231 1.385 1.385
Lokale overheid Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 49.908 23.231 1.385 1.385
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 49.514 832 0 0
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 49.514 832 0 0
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 246.487 59.676 44.501 44.501
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 241.659 59.676 44.501 44.501
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 241.848 57.901 44.348 44.348
Huishoudens Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 239.067 57.901 44.348 44.348
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 4.639 1.775 153 153
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 4.533 1.775 153 153
Buitenland Niet-geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 224.082 152.449 117.642 34.807 34.002 805
Buitenland Geconsolideerd 2021 2e kwartaal* 224.082 152.449 117.642 34.807 34.002 805
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens van af het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2018 zijn definitief. Gegevens van 2019, 2020 en 2021 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 23 september 2021:
Cijfers over het tweede kwartaal van 2021 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
Na afloop van het verslagjaar worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS. Daarnaast worden de cijfers jaarlijks in augustus in 'De Nationale rekeningen' gepubliceerd.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni (nieuwe) jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Totaal
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Invoer van goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. Tot de invoer behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De goedereninvoer omvat verder goederen die, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer).
Invoer van diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
Totaal
Invoer van diensten exclusief IGDFI
Dit is de invoer van diensten minus de invoer van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.
Invoer van IGDFI
Dit is de invoer van indirect gemeten diensten van niet-ingezeten financiële intermediairs.
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Totaal
Marktoutput
Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
- producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
- producten die worden geruild;
- producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.
Totaal
Productie van IGDFI
Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI).
Traditioneel worden financiële diensten vaak verleend via financiële intermediatie. Dit houdt in dat een financiële instelling, zoals een bank, deposito's aanvaardt van eenheden die hun middelen willen laten renderen, en geld leent aan eenheden die onvoldoende middelen hebben om in hun behoeften te voorzien. De bank voorziet aldus in een mechanisme waardoor de ene eenheid aan de andere eenheid geld kan lenen. De eenheid die de middelen verstrekt, accepteert een rentetarief dat lager is dan het door de geldnemer betaalde tarief. Het 'referentierentetarief' is het tarief waarbij zowel de geldverstrekker als de geldnemer bereid zijn een overeenkomst te sluiten. Het verschil tussen het referentietarief en de werkelijk aan deposanten betaalde en aan geldnemers in rekening gebrachte rente is een indirect gemeten vergoeding voor een dienst van financiële intermediairs. De totale vergoeding voor de IGDFI is de som van de twee impliciet in rekening gebrachte vergoedingen die door de geldnemer en de geldverstrekker zijn betaald.
Overige marktproductie
Marktoutput exclusief indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.

Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
a) producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
b) producten die worden geruild;
c) producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
d) producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers;
e) aan de voorraad gereed product en onderhanden werk toegevoegde producten die zijn bestemd voor een van bovengenoemde vormen van gebruik (inclusief de natuurlijke groei van dieren en gewassen en onvoltooide bouwwerken waarvan de koper nog onbekend is).